SPRING on Screen
nog te zien t/m 31 mei
 
 
 

SPRING in public: SPRING gaat de stad in

 

Door: Rainer Hofmann

In haar roman Serious Sweet laat de Britse schrijfster A.L. Kennedy haar hoofdpersonage Meg nadenken over het theater: ‘Theatres wanted nothing to do with you most of the day and then they lit themselves bright and liked to be all straggled round by dressed-up crowds and queues. Then every trace of that got tidied away, shut in behind doors. And the same crowds were leaving, out again, two or three hours later and you’d no idea what went on in between, except that it made them smug and overheated.’

Meg was niet op SPRING. Ze liep over het Londense West End, het ‘entertainment district’, als je het zo wilt noemen. Ze zag van dat degelijke theater voor zich, waarvoor je je netjes aankleedt en met een pauze waarin je een ijsje krijgt, en personeel dat je je stoel wijst. Ze had het gevoel dat er daar binnen iets gebeurde dat niets te maken had met haarzelf, als ex-alcoholist, een buitenbeentje zonder baan in die neoliberale, veel te dure Britse hoofdstad. Ze ervoer een scheidslijn tussen haarzelf en iets waar ze zich niet bij betrokken voelde, en dat ook geen moeite deed om haar te betrekken. 

SPRING wil jou wel betrekken en we willen betrokken zijn bij jou. Wij willen wèl iets met jou te maken hebben. We willen je ontmoeten, we willen je raken. We willen kwesties met je bespreken die voor iedereen van belang zijn, we willen in het publieke leven ingrijpen. Soms is het gewoon niet genoeg om de lichten in het theater aan te doen, maar moet je je gebouw uit stappen en je theater daarbuiten presenteren.

SPRING neemt de publieke ruimte als podium. Dat heeft het altijd gedaan, met in het oog springende voorstellingen. Vorig jaar riep Dries Verhoevens Sic transit gloria mundi levendige discussies op. Midden in Utrecht, op de Neude, werd een monument aangelegd voor het einde van de westerse alleenheerschappij. Het project stelde een zeer belangrijke vraag over de positie van het westen in de veranderende wereldwijde machtsrelaties.
Die vraag luidde: kunnen we ons zo’n monument voorstellen? Kunnen we ons voorstellen dat we ooit onze eigen neergang gedenken?

Het was van cruciaal belang dat dit project niet zomaar ergens in de publieke ruimte plaatsvond, maar in het centrum van Utrecht en niet aan de rand van de stad zoals op het Berlijnplein in Leidsche Rijn (wat een naam trouwens voor een plek in de periferie). Dat is waar sommigen zulke openbare kunstwerken het liefst naartoe willen verbannen, om te voorkomen dat de vlot lopende, opgeruimde zakelijkheid van de economische machinerie vastloopt.  

Wij blijven in het centrum. Of de kunstwerken nu provocatief zijn (het gevoel dat je wordt geprovoceerd zegt vooral veel over je eigen denkbeelden) of subversief, subtiel of uitgesproken, mooi of agressief. Wat belangrijk is, is dat ze er zijn, dat ze de publieke ruimte claimen, dat ze de publieke ruimte tot onderwerp van gesprek maken, dat ze de publieke ruimte echt publiek bezit laten zijn, dat ze niet worden weggedrukt naar de marge. Dat ze een breder publiek confronteren met kwesties van sociaal en politiek belang. Dat ze de principes ter discussie stellen die ervoor zorgen dat mensen als Meg zich buitengesloten voelen.

Onderdeel van het openingsprogramma dit jaar is de straatvoorstelling Transfrontalier van de uit Kameroen afkomstige Zora Snake. Hij maakt in het centrum van de prachtige oude stad de grenzen rond Europa zichtbaar. Met een soundscape bestaande uit politieke speeches confronteert hij ons met zijn lichaam dat heen en weer schiet tussen kwelling, pijn, glamour en sexy. Zijn voorstelling geeft fysiek uitdrukking aan de effecten van het Europese grensbeleid en wat we ‘de vluchtelingencrisis’ noemden. Een boeiende provocatie.

De performance-installatie Ephemeral Data van de Utrechtse kunstenaar Jeroen van Loon gaat over een belangrijk stuk semi-publieke infrastructuur: in een kas op de Neude maken hij en zijn performers een grote gekleurde zandtekening, een mandala, van het glasvezelkabelnetwerk van Utrecht. Korreltje voor korreltje, straat voor straat, gedurende 10 dagen, totdat alles uiteindelijk weer wordt weggeveegd. Het is een meditatief en onthaastend werk, een fascinerend creatief proces in slow-motion. We kunnen ons aan het internet onderwerpen alsof het een religie is, maar er bestaat een fysieke verschijningsvorm van, door mensenhanden gebouwd en met een eigenaar. Is het internet publiek of privaat? Het bezit ervan geeft macht, maar schept ook verantwoordelijkheid.

Lawrence Malstaffs hightech-installatie Polygon is te zien in winkelcentrum Hoog Catharijne. Polygon is een grote, bewegende sculptuur gemaakt van lichtgewicht buismateriaal. De buizen zijn allemaal met elkaar verbonden en voortdurend in beweging. Het werk lijkt soms haast dierlijk, of zelfs menselijk. Je krijgt het idee dat deze mechanische constructie misschien wel iets levends is. Dankzij de coole esthetische vormgeving past het werk helemaal bij het pas gerenoveerde chique winkelcentrum, dat barst van de koopprikkels. Maar het geeft ook een menselijke toets aan deze tempel van het consumentisme: het is een uncanny verschijning, zoals het daar boven de winkelende mensen hangt.

Tenslotte stapt SPRING ook binnen in een politiek machtscentrum en iconisch Utrechts gebouw: het Stadskantoor, het nieuwe gebouw van het stadsbestuur. Voor hun performance PoroCity heeft het kunstenaarsduo Andrea Božić en Julia Willms dromen verzameld, waarmee ze een verhaal samenstellen. Ze nemen hun publiek mee door dit opvallende gebouw en leggen hun verzamelde dromen (plus de plaatsen waar die zich afspelen) als een tweede laag over de bestaande architectuur. Werkelijkheid en droomwereld overlappen elkaar en raken vervlochten. De echte ruimte en de bedachte ruimte bestaan naast elkaar. Wat kan de utopische (of nachtmerrieachtige) kracht van de droom betekenen in dat centrale bestuursgebouw in onze stad? Zouden we de kracht van dromen kunnen verwelkomen als vervanger voor de realiteit? Niet alleen als utopisch idee, maar ook als vraagteken bij alles wat we voor voldongen feit houden? Kunnen we ons beleid en bestuur voor eventjes poreus maken om nieuwe ruimte te scheppen? Kruipt daar het vermogen van de mens om te fantaseren naar binnen, of het onderbewuste?

Ik vraag me af wat Meg zou zeggen als ze afstand kon nemen van dat saaie idee van het theater zoals dat in het West End bestaat. Als ze deze levende, politiek bewuste en menselijke benadering van theater en de publieke ruimte zou meemaken. Zou ze zich minder buitengesloten voelen als ze theater kon zien dat ook over haar wereld gaat en dat naar haar toe komt, theater dat het heeft over de digitalisering en het vluchtelingenbeleid, consumentisme en menselijkheid, en niet achter gesloten deuren plaatsvindt maar in de openbaarheid? Zou ze het gevoel hebben dat ze een parallelle wereld was binnengestapt en naar buiten was gekomen met een heel andere gemoedstoestand, niet ‘smug and overheated’, maar geraakt, verrast, boos, verlicht, geschrokken of opgetogen?

& meer

Performing Technology: welkom in de Uncanny Valley anno 2019 Performing Technology: welkom in de Uncanny Valley anno 2019

Essay programmalijn #1: High Tech: Perfroming Technology 

nieuws
 
 

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief