SPRING presenteert drie voorstellingen
in november, december en januari
 
 
 

Nieuwe data Cow is a cow is a cow en Mount Average

 

Goed nieuws: we hebben nieuwe data gevonden voor de voorstellingen ow is a cow is a cow van Abhishek Thapar en Mount Average van Julian Hetzel! De voorstellingen stonden oorspronkelijk gepland tijdens SPRING in Autumn XXXL. Nadat we die helaas hebben moeten annuleren vanwege de aangescherpte coronamaatregelen zijn we samen met de artiesten en de locaties op zoek gegaan naar vervangende data. En die hebben we inmiddels gevonden! Cow is a cow is a cow van Abhishek Thapar zal te zien zijn op 17 en 18 december in Stadsschouwburg Utrecht en Mount Average van Julian Hetzel op 8, 9 en 10 januari in Het Huis Utrecht. 

De kaartverkoop zal eerst enkel toegankelijk zijn voor mensen die reeds een ticket gekocht hadden voor Cow is a cow is a cow en Mount Average. Vanaf 26 november 12.00 uur kunnen zij met hun SPRING Tegoed een ticket kopen voor één van de nieuwe data. De reguliere kaartverkoop voor deze twee voorstellingen start op 30 november om 10.00 uur.

 

meer info Cow is a cow is a cow  meer info Mount Average

& meer

 

Vrijwilligers nodig bij Spectrum!

 

Nadat we de voorstelling Spectrum tijdens SPRING in Autumn XXXL moesten afgelasten, zijn we samen met Schweigman& op zoek gegaan naar vervangende data. En die hebben we inmiddels gevonden! Van 25 november t/m 20 december presenteren we deze theatrale lichtinstallatie weer in de Loods aan Locomotiefstraat 8, en daar hebben we jouw hulp hard bij nodig! Zin om ons te helpen? 

MEER INFORMATIE OVER VRIJWILLIGER WORDEN  

& meer

 

Rainer Hofmann vertrekt bij SPRING

 

Artistiek directeur Rainer Hofmann verlaat SPRING in de zomer van 2021. Hij wordt ‘Leitender Dramaturg’ van de Kunstfestspiele Herrenhausen in Hannover.

Rainer Hofmann vertrekt na ruim tien jaar leiding te hebben gegeven bij SPRING en Huis en Festival a/d Werf. Hofmann begon in 2010 als artistiek directeur bij Huis en Festival a/d Werf waar hij vorm heeft gegeven aan de laatste twee edities van het festival. In 2013 fuseerde Festival a/d Werf met het Springdance festival en werd Hofmann artistiek directeur van het nieuwe SPRING Performing Arts Festival. Hij heeft SPRING een sterke signatuur gegeven door de focus te leggen op vernieuwing binnen de hedendaagse podiumkunsten en artiesten te programmeren die maatschappelijk relevante thema’s aankaarten.

Tanja Mlaker, voorzitter van de Raad van Toezicht van Stichting SPRING over het vertrek van Rainer Hofmann: "De Raad van Toezicht is Rainer zeer erkentelijk voor zijn jarenlange inzet. Hij heeft veel baanbrekende makers verbonden aan het festival en de internationale netwerken en reputatie van SPRING flink uitgebouwd. Met zijn visionaire en bevlogen leiding verstevigde hij de positie van SPRING dat dit jaar lovende adviezen over het meerjarenplan voor 2021-2024 oogstte.“

Rainer Hofmann: “Na ruim 10 jaar bij SPRING en Huis en Festival a/d Werf te hebben gewerkt, was het voor mij tijd om een nieuwe baan te zoeken. De jaren in Utrecht waren (en zijn nog steeds) lonend, vaak uitdagend, soms moeilijk en altijd spannend. Ik kon met een geweldig team werken en samen hebben we SPRING ontwikkeld tot een toonaangevend festival voor hedendaagse podiumkunsten. Dit was alleen mogelijk met de uitstekende artiesten, die we in Utrecht konden presenteren. Ik kijk uit naar mijn laatste editie van SPRING Performing Arts Festival in 2021 en naar een nieuw avontuur bij Kunstfestspiele Herrenhausen in Hannover."

In 2021 plant Stichting SPRING twee festivals: SPRING Performing Arts Festival in mei en SPRING in Autumn in het najaar.

 

Foto © Anna van Kooij

& meer

 

Nieuwe data voor Spectrum van Schweigman&

 

Nadat we de voorstelling Spectrum tijdens SPRING in Autumn XXXL moesten afgelasten, zijn we samen met Schweigman& op zoek gegaan naar vervangende data. En die hebben we inmiddels gevonden! De voorstelling zal, mits het toegestaan is binnen de dan geldende coronamaatregelen, spelen tussen 25 november en 20 december. Een overzicht van alle data en tijden kun je hier vinden. 

De kaartverkoop zal eerst enkel toegankelijk zijn voor mensen die reeds een ticket gekocht hadden voor Spectrum. Vanaf 18 november 15.00 uur kunnen zij met hun SPRING Tegoed een ticket kopen voor één van de nieuwe data. De reguliere kaartverkoop start op 21 november om 10:00. 
 

Meer informatie & nieuwe data

& meer

 

Eigentijdse intimiteit

 

Door Lotte Verkaik

De Pandora is weer gevuld. Ditmaal niet met plassen bier, vunzige deuntjes en de geur van testosteron, maar met dertig stoelen. Dertig stoelen op anderhalve meter afstand, uitgerust met een koptelefoon. Tegenover deze opstelling zien we performer en componist Genevieve Murphy achter haar keyboard staan. Haar vingers glijden geluidloos over de toetsen. Nieuwsgierig loop ik naar mijn stoel, waar de lampjes van de koptelefoon mij uitnodigend toe knipperen… 

In I Don’t Want To Be An Individual All On My Own neemt Murphy de toeschouwer mee naar haar achtste verjaardag. Al snel worden verschillende personages geïntroduceerd met corresponderende geluiden. De volwassen personages in het verhaal worden benadrukt met het geluid van een leeglopende ballon, de kinderen met speelgoed-mondfluitjes. Van die fluitende lipjes met een soort propellor erin. Iets waarvan je vergeet dat het bestaat totdat je zelf weer kinderen krijgt of naar deze voorstelling gaat, vermoed ik. 

Wat ik probeer te zeggen is dat er onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende personages door contrasterende nostalgische geluiden. Dit alles om het thema van de voorstelling te introduceren: individualiteit en hoe wij als mensen zich toch tot elkaar blijven verhouden. De verjaardagsherinnering die centraal staat in het stuk, is namelijk de gebeurtenis waar de kleine Genevieve zich voor het eerst van haar eigen individualiteit bewust wordt. Een harde confrontatie; vandaar dat de toeschouwer geforceerd wordt om haar in de herinnering te vergezellen.  

Achter Murphy staat een tafel met willekeurige attributen. Naast haar staat een 3Dio: professionele binaural microfoons. Het apparaat is een klein doosje versierd met twee menselijke oren. Schattig en vervreemdend. Murphy pakt een grote bol geluidsband van de tafel en loopt een rondje om de microfoon. In de koptelefoon hoor ik stappen naast me, achter me… Alsof het mijn oren zijn die nieuwsgierig uit het doosje piepen. Het is een prikkelend aanzicht en laat mijn zintuigen een beetje tuimelen. De geluidsband wordt omgewisseld met andere alledaagse voorwerpen. Rondjes worden gelopen.

rrrrrritsel knisper ritsel ritselr rrrrrrrrrrits         (bol geluidsband) 
padadamdam padamamdam pipipidew         (speelgoedsaxofoon) 
ssshpiep sshpiep sshpiep sshpiep sshpiep     (een stift tegen een ballon?) 
pop pop pop pop pop pop pop pop pop         (Starbucksbeker)

Dan drukt Murphy op de loop button en vormen de geluiden zich tot een geheel hoorspel. Plots zit ik daar, gehurkt met de jarig job in de bosjes. De takjes ritselen, vogels fluiten, kinderen spelen. Murphy’s stem galmt door mijn hoofd... Samen reflecteren we op de aanwezige figuren. Haar iets té aangeschoten grootmoeder, de vreemde man met een baby, de performance artist die iedereen de stuipen op het lijf jaagt. Terwijl de personages geïntroduceerd worden als ‘Anders’ (dat wat het hoofdpersonage niet is), vindt er een interessante ontwikkeling plaats: mijn gedachten smelten samen met de performer. Alsof de koptelefoon mij de mindset van een achtjarige afdwingt.

Murphy doesn’t want to be an individual all on her own, dus forceert ze de toeschouwer om haar te vergezellen. De koptelefoon biedt een schijn van intimiteit en verbondenheid in de geïndividualiseerde wereld. Totdat er gevraagd wordt om de koptelefoon af te zetten. Wat volgt is een kwetsbare opstelling waarin het publiek ook de existentiële confrontatie van het individueel bestaan moet onder ogen moet zien. Daar zit je dan, in de Pandora, allemaal op je eigen stoel. De tijden vol zweterige lichamen voelen lichtjaren hier vandaan. Maar toch voel ik mij verbonden. De verbintenis zit ‘m niet meer in een subtiele aanraking of dans, maar in de afwachtende blikken, de vocale stilte tijdens het geklap en de glimlach van de meneer met de rode sjaal die mij ongemakkelijk voorlaat in de deuropening. Nog nooit is verbintenis zo aanwezig doch onbereikbaar geweest.

Foto: Bas de Brouwer

& meer

 

Vacature Leden Raad van Toezicht

 

Als lid van de Raad van Toezicht lever je een belangrijke bijdrage aan de toonaangevende festivals die Stichting SPRING organiseert. De Raad van Toezicht bestaat uit drie tot zeven betrokken leden. De Raad van Toezicht controleert en adviseert de tweekoppige directie die bestaat uit een artistiek directeur en een zakelijk directeur en die de stichting feitelijk bestuurt. De stichting onderschrijft de Governance Code Cultuur. De Raad van Toezicht is zodanig samengesteld dat de individuele leden hun specifieke kwaliteiten en expertises aan de Raad van Toezicht kunnen bijdragen. Daartoe zoeken we een lid met een maatschappelijk profiel, een lid met een economische achtergrond en een lid met expertise in marketing/communicatie. Het betreft drie onbezoldigde functies voor een termijn van drie jaar met de mogelijkheid tot verlenging van maximaal twee termijnen. De Raad van Toezicht komt vier keer per jaar bijeen. Daarnaast zijn leden van de Raad van Toezicht beschikbaar voor overleg per telefoon of e-mail.

GA NAAR VACATURE

& meer

 

Overweldigend lichttheater. Over de voorstelling Spectrum

 

Mere color, unspoiled by meaning, and unallied with definite form, can speak to the soul in a thousand different ways. 

 Oscar Wilde

Het is de dag na de Amerikaanse verkiezingen. Ik kijk om de vijf minuten naar het nieuws om te zien of Biden al gewonnen heeft. De angst slaat mij om het hart om nog vier jaar bedolven te worden onder de onbeschaamde idioterie van die vlerk. Ik ben niet echt ontspannen wanneer ik over het bedrijventerrein vanaf station Zuilen naar de locatie van Spectrum loop. In Scandinavische krimi’s komen dikwijls naargeestige bedrijventerreinen voor, met lange loodsen, hekken, onbestemde bouwwerken en rechte lege straten. De Cartesiushoek in Utrecht leent zich uitstekend voor een locatie voor de lugubere vondst van een lijk.

Maar vandaag was het een stralende herfstdag met geen wolkje aan de hemel. Die donkere wolk was er overdrachtelijk wél: hoewel SPRING in Autumn net begonnen is, is het alweer de laatste dag. Vanaf vanavond gaan de extra Corona-maatregelen in, waaronder alle theaters dicht. Ik kom niet bepaald vrolijk gestemd aan bij de loods. Ik ben te vroeg en heb alle gelegenheid de lelijkheid van het bedrijventerrein in mij op te nemen. Hier komt niemand voor zijn plezier. Deze gebouwen zijn puur instrumenteel, zonder een greintje esthetiek. Zo ziet een wereld er zonder esthetiek uit. SPRING brengt mij naar vele uithoeken. 

Ik kom voor de voorstelling Spectrum van Schweigman& van Boukje Schweigman, 'de koningin van het ervaringstheater’, die voor deze voorstelling samenwerkt met vormgever Cocky Eek, lichtkunstenaar Matthijs Munnik en componist Yannis Kyriakides. 

Met knipperende ogen komen er mensen naar buiten. Ondertussen is er ook een klein clubje mensen aangewaaid, zo’n 15 mensen. Dan mogen we in groepjes van drie naar binnen. We komen in een andere wereld. Het is er sfeervol verlicht, er staan tafels met daarop kaarsen en een vaasje bloemen. Gastvrouw Puck verzoekt ons onze zakken leeg te maken en de spullen op te bergen. Ook vraagt ze naar onze voornaam en onze lengte. Ik vroeg me af wanneer er ooit naar mijn lengte gevraagd werd. Vroeger op de lagere school moesten we bij gym als de Daltonbroers van het stripverhaal van kort naar lang staan. Ik weet nu dat Ruud Ruud heet en 1,73 lang is. Ruud komt al lang bij SPRING want hij vertelde dat SPRING 20 jaar geleden nog niet zo avant-garde was. 

We krijgen allemaal een zacht nekkussen. Een voor een worden wij opgeroepen en mogen door een smalle opening tussen de zwarte gordijnen verdwijnen.

Een uur later. En dan sta ik weer knipperend met mijn ogen buiten in het helle licht. De overgang is groot. Alsof je vanuit je warme bed door de wekker op een onchristelijk tijdstip wordt gewekt en met je voeten op de koude keukenvloer staat voor een lange dag vol beslommeringen waar je niet heel erg naar uitkijkt. 

Maar een uur lang had ik niet gedacht aan Him Who is Not to Be Named, noch aan Corona. Ik was aan het freewheelen met mijn gedachten, weg van het nieuws. 

Wat is het dat ik ervaren heb? Ervaringstheater wellicht. Maar het is dan een theater zonder spelers. Het is meer een ervaringsinstallatie, maar dat dekt niet goed de theatrale sfeer. Ik moet ook denken aan voorstellingen in het planetarium waarbij het publiek in zachte stoelen achterover hangt en naar de kunstmatige sterrenhemel kijkt. Maar het voelt ook als een wellness beleving, een sauna. In een sauna ben je ook met andere mensen (in een saunacomplex tenminste). Je kent elkaar niet, maar je deelt dezelfde lichamelijke beleving. 

Een verschil is dat je in een sauna elkaar ziet en bij Spectrum niet. Je weet dat je met anderen bent, maar het is een atomistische ervaring. Het doet denken aan hoe Michel Houellebecq in zijn romans als Elementaire deeltjes de samenleving beschrijft: ieder doet zijn eigen ding en bekommert zich alleen om zichzelf. Als mensen al dingen samendoen is het parallel play. Hoewel er vooraf gelegenheid was om met elkaar te praten, heb ik alleen met Ruud enkele woorden gewisseld. Het publiek was erg op zichzelf en ik mis de social skills om zelf contact te maken. En hoewel we een uur lang samen een intensieve ervaring hadden gehad, kwam er ook na afloop geen contact. Op het station herkende ik nog twee mensen uit het publiek, maar we deden of we elkaar niet kenden. Vreemd – want in de tijd van Corona snakken mensen naar contact, schijnt. Maar wellicht ben ik het die mensen afschrikt. 

SPRING is onder corona bezweken. Ik hoop op een fris en vrolijk SPRING in mei. Theater is niet altijd komedie. 


KOOP HIER JOUW TICKETS VOOR SPECTRUM


Floris van den Berg is filosoof en schrijft graag over modern theater. Meer lezen van Floris? Hij schreef een boek waarin zijn essays over SPRING én andere beschouwingen van modern theater te lezen zijn: Finissage - Cultuurfilosofische Slotbeschouwingen, deel 2

Foto (publiekslijst met namen voor Spectrum): Erik Honig 

& meer

 

SPRING in Autumn XXXL helaas afgelast

 

Het nieuws zat er natuurlijk al aan te komen en we balen er ontzettend van; helaas moeten we op de zevende dag van het festival SPRING in Autumn XXXL, dat dit jaar 19 dagen zou duren, de stekker eruit trekken. We hopen dat de verscherpte maatregelen leiden tot verbetering van de situatie. We leven mee met de artiesten wiens werk we niet kunnen tonen, het enthousiaste publiek die we niet mogen ontvangen en onze eigen medewerkers, freelancers en vrijwilligers die zo hard aan deze bijzondere editie gewerkt hebben. We zijn ook trots dat we een prachtig eerste weekend met voorstellingen van o.a. Kris Verdonck, Benjamin Kahn en Genevieve Murphy nog hebben kunnen tonen.

De voorstellingen van Spectrum van Schweigman& op woensdag 4 november gaan nog door. We proberen de verdere reeks voorstellingen van Schweigman& te verplaatsen naar later dit jaar. Ook voor de voorstellingen Mount Average van Julian Hetzel, Cow is a cow is a cow van Abhishek Thapar en Womb m/f/x van Ulrike Quade Company wordt er gezocht naar alternatieve data in de komende maanden. Alle andere voorstellingen moeten we bij deze helaas definitief afgelasten. Bezoekers worden per e-mail geïnformeerd. Het kan even duren voordat we alles verwerkt hebben, dus we vragen jullie geduld.

We zijn er stil van. Maar ook strijdbaar. We werken verder aan onze plannen voor 2021 en hopen jullie dan weer te mogen ontmoeten!

Veel groeten,

Team SPRING

& meer

 

Postmodernisme op het podium.  Over ‘Sorry, but I feel slightly disidentified…’ van Benjamin Kahn

 

Verwarring en ongemak. Met die begrippen op zak ging ik weer huiswaarts. Terwijl ik dit schrijf wordt de voorstelling ‘Sorry, but I feel slightly disidentified...' nog een keer opgevoerd. De coronamaatregelen van ongemak en verwarring waarbij er maximaal 30 mensen bijeen mogen komen – tenzij het om een uitvaart gaat – vergen veel van veel mensen. Voor danseres Cherish Menzo moet het zwaar zijn om twee keer op een avond op te treden. De voorstelling bevat een wilde work out dans die haar minutenlang doet nahijgen. 

Tivoli blijkt een prachtige locatie voor dans. Ik ken het Utrechtse glazen muziekpaleis van concerten en lezingenfestivals. De tocht naar Cloud Nine op de 9de verdieping tilt je hoog boven de stad uit. De medewerker die de toeschouwers voorgaat blijkt een oud-student van mij en we praten even over het filosofievak dat hij nipt haalde en over zijn huidige studie.  De toeschouwers mogen op stoelen rondom een witte rechthoek plaatsnemen. Op de witte rechthoek staat een laag vierkant podium. De stoelen staan ruim van elkaar. We zijn samen, maar we moeten elkaar zoveel mogelijk mijden. 

Op de vloer staat een in bonte gewaden gesluierde figuur – je kunt niet zien of het een man of een vrouw is. Het gezicht gaat schuil achter een zwart masker. Er klinkt een luid ritmisch raspend geluid. Langzaam komt er beweging in de figuur die vol belletjes blijkt te zijn behangen. Het doet me denken aan een haremvrouw van de 1001 nacht. 

Alsof je naast iemand zit die de afstandsbediening vast heeft, en van zender naar zender zapt waar jij steeds een flard van meekrijgt. Zo was de voorstelling, tal van muzikale flarden van bevallig naar akelig, van luid naar lange stilte. Ik werd er onrustig van, versterkt door stroboscopisch licht. Ik voelde me vervreemd, niet op mijn gemak. Ik kroop nog net niet bij mijn buurman op schoot voor troost, zoals het helblonde meisje van een jaar of acht dat tijdens de voorstelling toch maar bij haar vader op schoot ging zitten – als haar beeld van dans haar balletles met roze tutu is dan is dit een schok waar ze nog wel even van zal moeten bekomen. 

Makkelijk in een hokje kan ik deze voorstelling van Benjamin Kahn niet plaatsen. Misschien is dat ook wel mooi: niet alles past in een hokje. De voorstelling heet waarschijnlijk ook niet voor niks ‘Sorry, but I feel slightly disidentified...’. Niet alles hoeft te voldoen aan de geijkte criteria. Toch wil ik er graag iets van vinden. Als filosoof moet en zal ik mijn ervaringen ordenen en als dat niet gemakkelijk lukt, kan ik naar de postmoderne traditie verwijzen waarin juist die rationele ordening wordt losgelaten in een potpourri van ondoorgrondelijke concepten. Als filosoof mijd ik de postmoderne denkers als corona-patiënten. 

Met deze voorstelling ervaar ik iets van deze manier van denken die zich verzet tegen rationele ordeningen. Ik geef het op duiding te geven. Ik laat het los. De lange trappen van Tivoli brengen mij terug naar de vertrouwde wereld waarin dingen wel in hokjes lijken te passen. 

Floris van den Berg is filosoof en schrijft graag over modern theater. Meer lezen van Floris? Hij schreef een boek waarin zijn essays over SPRING én andere beschouwingen van modern theater te lezen zijn: Finissage - Cultuurfilosofische Slotbeschouwingen, deel 2

Foto: Bas de Brouwer

& meer

 

De zin van het leven. Over de minimalistische schoonheid van Exit van Kris Verdonck

 

                            I love sleep. My life has the tendency to fall apart when I'm awake, you know?
                                    Ernest Hemingway

Ik loop door een slapend stad. De Zakkendragerssteeg vol gesloten restaurants ligt er verlaten bij. Op de Oude Gracht is het stil. Op het station waar ik vandaan kom lopen gemaskerde mensen angstvallig uit elkaar. In Tivoli is het leeg alsof het na sluitingstijd is. Als toeristen op excursie worden de dertig bezoekers die het voorrecht van een entreekaart hebben door het gebouw geleid, over de lange roltrappen de hoogte in. Een voor een, of een voor twee, worden de bezoekers geplaceerd. Er zijn geen stoelen maar grote kussens. Danseres Tale Dolven straalt in het licht op de kale vloer. Ze moedigt bezoekers aan het zich gemakkelijk te maken op de kussens. Ik doe mijn schoenen uit en vlei mij op de kussens. 

De voorstelling begint met een videofragment van een Amerikaanse hersenwetenschapper die het belang van slaap uitlegt. Verrassend is dat hij betoogt dat slaap zin geeft aan ons leven doordat het de gebeurtenissen van de dag in een groter verband plaatst. Dan legt Tale de choreografie van haar dans uit. Het zijn slechts enkele bewegingen die zij, zoals zij zegt, telkens opnieuw zal gaan uitvoeren. ‘In slaap vallen mag!’, zegt ze geruststellend. Dan begint het. 

Er klinkt mooie minimalistische muziek die net zo repetitief is als de dans. Het doet me denken aan de Metamorfoses van Philip Glass: een ongekend prachtig mediatief muziekstuk voor de piano met eindeloos veel herhaling. Langzaam werd het steeds donkerder, kleine variaties in licht en kleur – aan het eind rood - zijn van een plezierige eenvoud om naar te kijken. Esthetisch minimalisme geeft ruimte voor jezelf, voor jouw gedachtes, voor jouw emoties, ruimte om tot rust te komen. 

Toen het zo donker was dat ik nauwelijks nog iets kon onderscheiden moest ik denken aan de donkere monochrome doeken van Paul Rothko. En de herhaling van de danspassen deden me denken aan de kata – de voorgeschreven bewegingen – zoals je die bij Japanse kunsten ziet, bij de martiale kunsten, maar ook bij het noh-theater en de theeceremonie. Bij kata weet de beschouwer wat er gaat komen en kan genieten van de perfectie van de uitvoering en de minieme subtiele accenten die de uitvoerende erin legt. 

Liggend naar een voorstelling kijken geeft meer ruimte aan de geest dan zittend. Liggen betekent ontspannen, dromen, ruimte voor jezelf. Eén keer eerder lag ik bij een voorstelling, dat was bij het concert van Sandra en Jeroen van Veen van het beroemde minimalistische pianostuk Canto Ostinato van Simeon ten Holt. 

Ik vroeg mij af of het licht de kleur van de jurk van de danseres zó kon wijzigen dat de kleur veranderde van wit, naar grijs naar zwart. Maar toen de kleur rood verscheen wist ik dat ik mij niet vergiste. Dat verwisselen van de kleur van de jurk doet me denken aan een truc van de psycholoog Richard Wiseman (zie YouTube: Colour changing card trick) waarbij er voor de beschouwer ongemerkt tal van kleurveranderingen in achtergrond en kleding plaatsvinden. Waarmee hij wil zeggen dat mensen een selectief waarnemingsvermogen hebben: we zien lang niet alles en we kunnen afgeleid en misleid worden om dingen niet te zien – dat is een vaardigheid die goochelaar tot een kunst verheven hebben.

Of is deze voorstelling nidra yoga? Nidra yoga is slaapyoga waarbij je op een matje ligt in comfortabele poses in een zwak verlichte zaal en je komt er om te ontspannen. Een extra bijzonder element van nidra yoga is je het niet alleen doet. Je ligt in een groep, tussen anderen. Dat gevoel van in een groep een bijzondere ervaring hebben dat had ik ook bij deze eerste voorstelling van Spring in Autumn. 

Corona geeft een nieuw perspectief, ook op theater. Er is nog maar weinig dat kan in tijde van deze partiële lockdown. Spring in het voorjaar was afgelast. Spring in Autumn werd flink uitgebreid, maar is op het laatst weer ingekrompen omdat sommige voorstellingen niet konden binnen de Coronavereisten. De voorstelling Exit van Kris Verdonk is SPRING ten voeten uit: excentriek en afwijkend van de standaard theaterprogrammering. De ervaring Exit is werkelijk totaal anders dan het kijken van een film thuis op de bank. De totaalervaring van de ruimte, de sfeer, het onverwachte, het je overgeven aan een voorstelling die je vervolgens weer op jezelf terugwerpt. Dat is SPRING. 

Om het deels slapende publiek behoedzaam wakker te maken wordt de regelmaat doorbroken met andere muziek en een energiekere dans. Dan wenst Tale ons een fijne avond en verdwijnt tussen de coulissen. Het publiek wrijft zich in de ogen. Er volgt een weifelend applausje maar Tale komt niet terug om het in ontvangst te nemen. In een andere mentale toestand – alsof er uren zijn verstreken – wandel ik de coronastilte weer in en denk over slaap als de sleutel naar de zin van het leven. Ik verheug er nu al op. 

 

Floris van den Berg is filosoof en schrijft graag over modern theater. Meer lezen van Floris? Hij schreef een boek waarin zijn essays over SPRING én andere beschouwingen van modern theater te lezen zijn: Finissage - Cultuurfilosofische Slotbeschouwingen, deel 2

Foto: Henrik De Smedt

& meer

 

Ruimte maken, hiërarchieën afbreken: Radouan Mriziga’s 7

 

Door Morgan Amonett, voor Wexner Center for the Arts (Columbus - USA), 4 november 2019

7 is het laatste deel van een trilogie waarin Radouan Mriziga de relatie verkent tussen het menselijk lichaam en de ruimtes die het bouwt en inneemt. Ik mocht Mriziga op afstand spreken. Aan bod kwamen zijn achtergrond, de onderliggende concepten voor zijn trilogie en zijn toekomstplannen.

Mriziga groeide op in Marrakech, waar zijn jeugd zich afspeelde in en tussen de prachtigste ruimtes die ooit door de mens zijn gebouwd. Een traditionele kunstopleiding in de zin van geïnstitutionaliseerd onderwijs was er echter niet voor hem. In plaats daarvan werd zijn artistieke smaak gevoed door de schitterende voorbeelden van eeuwenoude architectuur en geometrische motieven, straatkunst en de hiphopcultuur. Maar ook door sport en zijn liefde voor de wiskunde. Toen hij uiteindelijk een dansopleiding ging volgen, vormden deze rijke, alomtegenwoordige en voor iedereen beschikbare bronnen een blijvende inspiratie voor hem.
            Mriziga heeft het vaak over de hiërarchische verhouding tussen het intellect, het lichaam en de geest. De “westerse” neiging is – al eeuwenlang – om het intellect boven het lichaam en de geest te stellen. Maar volgens hem is deze gedachtegang verkeerd. Hij wil juist bewijzen dat het intellect en het lichaam horizontaal naast elkaar bestaan. Dat wil zeggen: (grotendeels) op gelijk niveau. Ze zijn voor hem niet een en hetzelfde; binnen de abstracte context van de kunst ziet hij verschillende gradaties. Hij heeft oog voor de emotionele en intuïtieve aspecten in reacties op zijn werk. En op andere kunstwerken.
            Als je handelt naar deze giftige gedachtegang, zegt hij, onderwerp je je aan nog een soort hiërarchie: een waarin meer waarde wordt gehecht aan bepaalde communicatievormen en methoden om kennis op te slaan dan aan andere. Uiteraard zijn de hoogst gewaardeerde methoden de “westerse”. Binnen deze classificatie is alle geschreven of empirisch toetsbare informatie vanzelf waardevoller dan informatie die op andere manieren wordt gecommuniceerd. Zo’n schaal van geaccepteerdheid marginaliseert volken en culturen die kennis op andere manieren opslaan, doorgeven en bespreken. Door het beperken van onze manieren van informatieverspreiding en -consumptie, beperken we onszelf ook tot slechts een beperkt aantal manieren om ons uit te drukken. Zo verliezen we hele dimensies en lopen we veel kennis mis.

De trilogie: 55/3600/7

In de drie stukken van de trilogie zet Mriziga deze ideeën centraal. Zo daagt hij zijn publiek uit om opnieuw na te denken over de hiërarchie tussen brein/lichaam/geest en om nieuwe manieren te accepteren om te communiceren en kennis toe te passen. In 55, het eerste deel van de trilogie, bouwt hij een tweedimensionale ruimte met krijt en tape. De maatvoering van deze ruimte is ingegeven door het lichaam en de beweging ervan. Zijn definitie van het lichamelijke is hier gebaseerd op wat het lichaam creëert, en wat het lichaam creëert is gebaseerd op het lichaam. Het lichaam definieert de ruimte, en dus is de ruimte specifiek voor dat lichaam gemaakt. In 3600 breidt hij dat idee en de fysieke uiting ervan uit: het bouwwerk in dit stuk is driedimensionaal. 

7 is het meest complexe deel, maar tegelijk ook het meest toegankelijke. Hierin voegt hij tijd en verbeelding toe aan de andere drie dimensies. Hij nodigt het publiek uit om zelf mee te werken. Mriziga vertelt dat de ruimte die hij in 7 bouwt, wordt gevormd door de ruimte die het publiek al inneemt. Hij liet zich inspireren door de zeven wonderen uit de Oudheid. Hij vertelt dat de deelnemers die monumenten in hun verbeelding oproepen; ze zien ze niet daadwerkelijk voor zich op het toneel. Op die manier wordt de ruimte door collectieve inzet opgebouwd. 

Toekomstplannen
Mriziga is van plan om in zijn nieuwe project de opbouw van de “westerse” canon uit te dagen. Hij doet dat via de “epistemologie en de mythologie van de Tamazigh, de oorspronkelijke bewoners van Noord Afrika.” Hoewel deze cultuur van grote invloed is geweest op andere, bekendere oude culturen in het Middellandse zeegebied, zijn deze volkeren door academici grotendeels genegeerd. Zijn nieuwe stuk is een kritisch onderzoek naar de redenen hiervoor en daagt opnieuw het “westerse” construct van kennis uit. Zo vult hij de geschiedenis aan van een complexe en invloedrijke cultuur die een andere manier van kennisdeling hanteert. 

Radouan Mriziga (1985) is een Marokkaanse choreograaf en danser die momenteel in Brussel woont en werkt. Nadat hij in Marokko, Tunesië en Frankrijk was opgeleid tot danser, voltooide hij zijn opleiding aan het Brusselse PARTS. Kort daarna maakt hij zijn eerste eigen werk, de solo 55, in 2016 gevolgd door het groepswerk 3600 en in 2017 door het volgende groepswerk, 7. Zijn werk is op festivals en in de theaters over de hele wereld te zien geweest. In zijn voorstellingen verkent hij de relatie tussen beweging, constructie en compositie. Met zijn focus op de mens als maker van zijn omgeving legt Mrizigi in zijn choreografieën de link tussen het bewegende lichaam, de vorm van alledaagse materialen en de architectuur van de bebouwde omgeving. Mriziga is artist-in-residence van het Moussem Nomadic Arts Centre en van 2017-2021 van het Kaaitheater in Brussel.

7 is te zien op SPRING in Autumn XXXL op 1 november om 15:00 en 19:00 in de Werkspoorfabriek. Tickets vind je hier.

 

Foto: Bea Borgers

& meer

 

“Het einde van de mensheid nadert en dat is oke”

 

Door Ellis Kat

“I wanted to rub the human race in its own vomit, and force it to look in the mirror”, zei J.G. Ballard over zijn apocalyptische sciencefiction boek Crash (1973). En dat is precies wat kunstenaar en theatermaker Kris Verdonck met zijn werk voor elkaar weet te krijgen. Verdonck verbeeldt in zijn installaties en voorstellingen de samenleving van morgen; geen rondvliegende ruimteschepen, maar sociaaleconomische tendensen in het leven van de nieuwsgierige mens. Zijn praktijk gaat over het naderende einde van de wereld. Het échte einde is nog niet helemaal in zicht, maar we zien al wel een mini-versie daarvan. En het is allemaal onze eigen schuld.

Ellis Kat: Jij lijkt geen hoge pet op te hebben van de mensheid.
Kris Verdonck: Dat valt wel mee. Ik noem ons eerder onhandig.

Hoe bedoel je?
Als mensheid streven we ernaar de wereld te redden en dat denken we te doen door, om een voorbeeld te noemen, elektrische auto’s te produceren. Maar, de oudere auto’s die nu nog perfect rijden worden weggedaan en de economie wordt aangezwengeld door nieuwe te kopen. En om die accu’s voor de auto’s te maken wordt Congo volledig uitgeput voor de grondstoffen. Het probleem wordt op deze manier verschoven. De mens denkt dat technologie alles zou moeten oplossen, maar dat is gewoon niet waar. We wentelen ons in overmoed.

Lees de rest van het interview hier.

Foto: Danny Willems

& meer

 

Reserveer jouw plaats bij onze installaties.

 

Voor onze bijzondere installaties reserveer je nu online je een timeslot. Bekijk hier welke installaties er dit jaar te zien zijn op SPRING in Autumn XXXL en reserveer gelijk je plekje. 



R for Resonance: Wat verenigt de regio Zuidoost-Azië? Omarmd door de warme geluiden van een gong, een instrument dat resoneert in 3000 jaar geschiedenis van de regio, word je in deze VR installatie onderdeel van een visuele storm van objecten. Meer info & reserveren
 

Haptic Installation: In een kleine donkere kamer ervaar je deze video-installatie met je ogen dicht. Achter je oogleden begin je zwart-wit en gekleurde lijnen te zien. Heb je licht in de duisternis waargenomen? Meer info & reserveren
 

MASS #2: In de installatie MASS #2 glijden honderdduizenden grafietgrijze kiezels in traag tempo langs elkaar. Deze massa, loodzwaar maar toch ook fluweelzacht, vormt traag bewegende landschappen in twee witte bakken. MASS #2 toont de kracht van de natuur en hoe nietig de mens eigenlijk is. Meer info & reserveren
 

BRASS: In een donkere kamer hangen drie sousafoons die vanzelf lijken te spelen. Je hoort klanken van Erik Satie, ook wel de componist van de revolutionaire eenvoud genoemd, en fragmenten uit een Japanse animatiefilm. Dit orkest mag dan zonder mensen zijn, het heeft wel degelijk menselijke trekken. Er wordt geademd, geblazen, geoefend en opgewarmd. Meer info & reserveren

HONGER: Afgelopen mei zou Dood Paard de voorstelling HONGER spelen in een glazen kas in Utrecht Overvecht tijdens het SPRING Performing Arts Festival. Geïnspireerd door HONGER, hebben Manja Topper en Julian Maiwald tijdens zwerftochten door Utrecht en Amsterdam foto's gemaakt die verschillende aspecten van honger verbeelden. Meer info (reserveren niet nodig)


This is for everyone: De wereld bestaat uit miljarden individuen. Samen vormen ze gemeenschappen, steden en landen. De Duitse kunstenaar Marc von Henning maakt een video-installatie voor iedereen. Neem je voet van het gas, stap uit je drukke leven en lees dit gedicht, zin voor zin. Meer info (reserveren niet nodig)

& meer

 

SPRING in Autumn XXXL gaat met aangepaste programmering door

 

De uitzonderlijke editie van SPRING in Autumn XXXL – Extended, Extraordinary, Exhilarating. Live. gaat door. Naar aanleiding van de verscherpte corona-maatregelen die sinds 14 oktober gelden hebben we in nauw contact met artiesten en podia afgelopen week bekeken welke voorstellingen nog gepresenteerd konden worden, eventueel in aangepaste versie. We vinden het belangrijk om ook in moeilijke tijden kunst te blijven presenteren. Kunst is een essentieel onderdeel van onze samenleving. Zolang het op een veilige manier mogelijk is, willen we voorstellingen blijven presenteren die ons kunnen raken, ontroeren, aan het denken kunnen zetten en die ons een gemeenschapsgevoel kunnen geven. Uiteraard houden we bij het aangepaste programma ons strikt aan de veiligheidsvoorschriften.
 

LOCATIE WIJZIGINGEN
  • De openingsvoorstelling Exit van Kris Verdonck en “Sorry… but I feel slightly disidentified” van Benjamin Kahn zijn op de originele data te zien in TivoliVredenburg
  • De wereldpremière van I Don’t Want To Be An Individual All On My Own van Genevieve Murphy vindt nu plaats op 31 oktober en 1 november in TivoliVredenburg
  • 7 van Radouan Mriziga is verplaatst naar 1 november in de Werkspoorfabriek
  • A cow is a cow is a cow van Abhishek Thapar is verplaatst naar 12 en 13 november in Het Huis

AFGELASTE VOORSTELLINGEN

Helaas moeten we naar aanleiding van de aangescherpte maatregelen ook een aantal voorstellingen afgelasten. We hopen die voorstellingen in 2021 alsnog te kunnen presenteren. Het gaat om Ensaio para uma Cartografia van Mónica Calle, _APOLOGY:DENIED_ van SETUP, My shadow used to have a density van Francesca Lazzeri en Relay van Ula Sickle. 

 

De bezoekers worden geïnformeerd over de wijzigingen in het programma. 

 

Foto: door Radouan Mriziga © Marc Domage

& meer

 

“De muur tussen het theater en de straat moet verdwijnen” - in gesprek met Julian Hetzel

 

Door Milo Vermeire

Julian Hetzel is theatermaker, muzikant, kunstenaar en oprichter van het gezelschap Ism & Heit. In zijn werk roept Hetzel kritische vragen op over onze waardesystemen en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zijn vorige werk All inclusive, dat twee jaar geleden in première ging, maakte veel los bij het publiek. Hij toverde het theater om tot een museum waarin brokstukken uit Syrië werden tentoongesteld, fysiek restmateriaal van de oorlog. Dit leverde naast lovende recensies ook protesten en hevige kritiek op. Sommigen beschuldigden hem van exploitatie omdat hij mensen met een vluchtelingenachtergrond liet figureren op het podium.

Op SPRING zal Hetzels meest recente werk Mount Average gepresenteerd worden. Mount Average is een levensgroot performance kunstwerk en “een oefening in radicaal vertrouwen” waarin de geschiedenis wordt vermalen. Hetzel heeft voor zijn nieuwste werk een fabriek gemaakt die niets produceert, maar wel transformeert. Op die manier onderzoekt de geëngageerde maker hoe macht en kunst met elkaar verweven zijn. 

Milo Vermeire: Je hebt je werk eens omschreven als ‘empathieporno’. Wat betekent dat?

Julian Hetzel: Volgens mij is de term ‘empathieporno’ bedacht door Marijn Lems [red. kunstcriticus]. Hij gebruikte het toen hij schreef over All Inclusive omdat het een erg confronterend werk is dat gaat over de esthetisering van geweld. Mijn artistieke uitwerking riep veel emotionele en ethische bezwaren op. 

Mijn werk gaat altijd over het bevragen van ons waardesysteem, maar ook over de rol die de toeschouwer daarin heeft. Kijken is namelijk iets actiefs. Je bekijkt nooit iets zonder medeplichtigheid of verantwoordelijkheid. Wat is bijvoorbeeld het verschil tussen een toeschouwer en een ooggetuige? We zien zoveel slechte dingen gebeuren op de planeet, en we kijken ernaar maar doen niets. Deze apathie heeft te maken met empathie. Empathie is namelijk ook iets dat je verdooft. Het laat je denken dat je al iets doet, alleen al omdat je je ergens van bewust bent en erkent dat dingen mogelijk verkeerd zijn. Het probleem is echter dat wanneer je ergens over leest, praat of er theater over ziet, dit niet betekent dat je werkelijk iets verandert. Maar het voelt wel zo, omdat je er zo druk mee bezig bent of zo goed geïnformeerd bent. In All Inclusive stelde ik dit en de rol die de kunstwereld daarin speelt ter discussie. 

 

Lees de rest van het interview hier.

 

Mount Average is van 8 t/m 10 november te zien in Het Huis. Tickets vind je hier

& meer

 

“Mijn werk gaat niet over mij” - in gesprek met Genevieve Murphy

 

Door Sophie Smeets

De Schotse componist, kunstenaar en performer Genevieve Murphy is gefascineerd door de menselijke psyche. Obsessief-compulsieve stoornissen, zelfdestructiviteit, onzekerheid en angst zijn terugkerende thema’s in haar absurdistische performances, die zich altijd op de grens tussen muziek, theater en beeldende kunst begeven. 
Deze lente zou haar nieuwe stuk I Don’t Want to be an Individual All on my Own in première gaan tijdens het SPRING Performing Arts Festival in Utrecht: een performance over de vraag waarom we emotionele banden met elkaar aangaan, over hoe we ons gedragen tegenover anderen wanneer we hun antwoord niet kunnen voorspellen en over ons inlevingsvermogen in een tijd waarin communicatie steeds meer online plaatsvindt. Tijdens de herfsteditie van het festival voert de kunstenaar alsnog de performance op, weliswaar in een andere vorm dan origineel gepland. Ik spreek Genevieve via Zoom over het onderwerp dat ze in dit laatste werk onderzoekt: empathie.
 

Je zat middenin het maakproces voor de voorstelling I Don’t Want to be an Individual all on my Own toen er werd aangekondigd dat alle theaters dichtgingen. Hoe heeft de situatie het werk beïnvloed? 
“Mijn originele idee voor SPRING was dat het een mix tussen een geluidsinstallatie en een performance zou worden. Toen duidelijk werd dat het stuk voorlopig niet opgevoerd kon worden, ben ik gaan bedenken hoe ik het verhaal kon vormgeven in enkel geluid. Zelfs nu ik weet dat er toch een live performance van het stuk gaat komen, blijft het voornamelijk een geluidswerk. Het concept van ‘ergens naartoe gaan’ is radicaal veranderd. Er zijn genoeg mensen in deze tijd die nog steeds nergens heen kunnen. Geluid past daarom goed: je kan het ook thuis ervaren, maar het kan je tegelijkertijd ook echt naar andere plekken transporteren.

Ik heb ooit een werk gezien waarin er gebruik werd gemaakt van koptelefoons en toen ervaarde ik dat geluid heel veel intimiteit kan voortbrengen. Dat gevoel wil ik ook aan het publiek overbrengen. Naast dat iedereen een koptelefoon draagt, werk ik ook met binaural microfoons: microfoons die de illusie opwekken dat je in de ruimte bent waar het wordt opgenomen. Je voelt bijvoorbeeld dat iemand achter je staat of je hoort dat er kinderen om je stoel heen rennen. Ik wil het decor dat ik in andere omstandigheden had gebruikt oproepen door geluid.”

 

Lees de rest van het interview hier. 

 

I Don’t Want to be an Individual All on my Own is op 31 oktober en 1 november te zien tijdens SPRING in Autumn XXXL in TivoliVredenburg. Tickets koop je hier.

& meer

 

Join the SPRING crew!

 

Vol enthousiasme organiseren we dit jaar een uitgebreidere versie van Spring in Autumn en daar hebben we jou bij nodig! Ben jij er klaar voor om onderdeel te worden van een internationaal festival dat plaatsvindt van 28 oktober t/m 15 november 2020 en die echte festivalsfeer te ervaren? Je vervult samen met vele andere vrijwilligers een onmisbare rol, want met jouw hulp kunnen we ook dit najaar een succesvolle editie neerzetten! Ervaring is niet nodig, met een gezonde dosis enthousiasme en inzet ben je meer dan welkom!

 

MEER INFORMATIE    DIRECT AANMELDEN

& meer

 

Update coronamaatregelen

 

Vanaf 14 oktober gelden er aangescherpte corona-maatregelen van de Rijksoverheid en het RIVM. O.a. geldt het maximumaantal van 30 bezoekers nu voor alle zalen. We zijn aan het uitzoeken wat de maatregelen voor verdere gevolgen heeft voor SPRING in Autumn XXXL. We willen zoveel mogelijk voorstellingen en installaties door laten gaan. Uiteraard vinden we de veiligheid en gezondheid van ons publiek, de makers en medewerkers heel belangrijk en houden we ons dus strikt aan de veiligheidsvoorschriften. We houden jullie op de hoogte.

Blijf gezond, let goed op elkaar en hopelijk tot snel!

Team SPRING

& meer

 

Zintuigelijke verrassingen in het werk van Hiroaki Umeda

 

Het werk van Hiroaki Umeda draait om haptische waarnemingen, oftewel zintuigelijke waarnemingen via tast of aanrakingen. Umeda rekt dit begrip echter op, wat tot verrassende, performatieve installaties leidt, zoals de installatie Haptic Installation die te zien is op SPRING in Autumn XXXL. 

Hiroaki Umeda, geboren in 1977 in Tokyo, studeerde fotografie aan de Nihon University in Tokyo. Dit duurde echter niet lang, zo vertelt hij aan Performing Arts Network Japan: “I ended up quitting it after about a year. It seemed to me that when I was photographing (as the photographer) it was necessary for me to step back from the surroundings and try to become objective, which wasn’t interesting for me. I was wondering if there wasn’t a way I could make it a more real-time form of expression (of more direct involvement), but those efforts didn’t lead to much. So I began looking for another form of expression and that is when I discovered that there was this thing called dance and decided to give it a try.” Rond zijn 20e startte hij met het volgen van danslessen in allerlei stijlen. Hij begon met het creëren van stukken bestaande uit meerdere disciplines door zijn kennis van verschillende vakgebieden te combineren. Zijn belangrijkste focus werd het verstrekken van onbekende zintuiglijke ervaringen. Hij is nu werkzaam als choreograaf, danser, componist, lichtontwerper, scenograaf en beeldend kunstenaar.  Zijn subtiele werken, die zowel visueel als fysiek de kijkers beroeren, hebben de hele wereld gezien en veel lof ontvangen.

Umeda maakt als kunstenaar en choreograaf geen onderscheid tussen menselijke lichamen en andere objecten of stoffen. Dit maakt het voor hem mogelijk om een choreografie te maken op basis van auditieve, visuele of cognitieve prikkels, of, zoals hij zelf zegt: ‘’I believe that technology is a means of accessing to the world at different scales. And for me, choreography and dance are not only for human bodies. What fascinates me in choreography is that it realizes and embodies the world that can only be created as a result of existence of movements. By collaborating with science and computer technology, I would like to bring different definition of choreography.”

De installatie Haptic Installation, gecreëerd in 2010, borduurt voort op zijn eerdere werk Haptic, dat hij in 2008 maakte. Dat werk was gebaseerd op het idee van Umeda dat kleuren als een vorm van haptische stimuli gezien kunnen worden. Dit idee onderzocht hij in Haptic met een podium vol extreme schaduwen. In Haptic Installation zet Umeda ditzelfde idee door en onderzoekt de mogelijkheid om licht en kleuren waar te nemen met de ogen dicht. 

Als je je ogen dicht doet, wordt de wereld normaal gesproken helemaal zwart. In Haptic Installation wordt het publiek naar een kleine donkere ruimte begeleid om met hun ogen dicht een video-installatie te ‘bekijken’. Daar blijkt dat zelfs met de ogen dicht nog lijnen, kleuren en bewegingen waargenomen kunnen worden. Een vreemde gewaarwording die het publiek verwart, want dat wat waargenomen wordt lijkt haast niet overeen te komen met de ervaring. Net als dat mensen moeten niezen als ze in fel licht kijken, zo reageert ook nu het lichaam fysiek op lichtimpulsen. Ondertussen krijgt de bezoeker een koptelefoon op, waarop elektronische geluiden te horen zijn. Laat je meevoeren en ervaar licht in de duisternis. 

De installatie Haptic Installation is te zien tijdens SPRING in Autumn XXXL van 7 t/m 10 november in Theater Kikker. Meer informatie vind je hier. 

& meer

 

Kritische reflectie in het werk van Abhishek Thapar

 

Door Merel Eigenhuis

Abhishek Thapar is theatermaker, performer, poppenspeler en docent. Hij is afkomstig uit India. In dit gesprek hebben we het over zijn nieuwste voorstelling Cow is a Cow is a Cow, zijn achtergrond, inspiratiebronnen en de kritische reflectie in zijn werk. 

Je hebt een behoorlijke reis afgelegd, zowel in professioneel als persoonlijk opzicht, om in Nederland een carrière als theatermaker te beginnen. Wat was je motivatie om theatermaker te worden?  
Ik heb altijd graag dingen willen maken, al vanaf mijn jeugd, en heb me na mijn opleiding in verschillende projecten ontwikkeld van acteur/performer tot professioneel theaterregisseur, schrijver, poppenspeler en performer. Ik was gefascineerd door het maakproces, en daardoor ging ik 'creating theatre and performance' studeren aan de London International School of Performing Arts. Dat is een opleiding fysiek theater die is gebaseerd op de pedagogische methodes van Jacques Lecoq. En sindsdien ontwikkel ik concepten en ideeën, die ik in tijd en ruimte tot leven wek en met een publiek deel. 

Ik verhuisde in 2015 naar Nederland om een master te doen aan DAS Theater in Amsterdam. Toen had ik al 7 – 8 jaar ervaring met het maken van theater en performances in India, en ik wilde even een pauze van het productieproces om me te bezinnen op mijn gereedschap en fascinaties, en om mijn stem als kunstenaar opnieuw te vinden. Ik wilde me verdiepen in de rol en functie van het theater in onze snel veranderende maatschappij. Ik ben ervan overtuigd dat een theaterruimte de kracht heeft om bergen te verzetten en de kijkers in die ruimte te raken. Maar het heeft ook de kracht om op microniveau gedachten te laten verschuiven, om de ervaring in het moment te laden met iets onpeilbaars. 

Mijn werk duikt in de complexiteit van verschillende narratieven. Ik schuif vooropgezette ideeën aan de kant over identiteit, historische narratieven, religie en politiek, het migratiedebat en milieukwesties. Als theatermaker betrek ik mijn publiek in een kritische dialoog over actuele kwesties in onze geglobaliseerde wereld. Met mijn werk wil ik een ‘staat van onzekerheid’ scheppen van waaruit nieuwe gedachten en andere perspectieven kunnen ontstaan. Dat is mijn manier om het publiek de mogelijkheid te geven de wereld door een andere bril te bekijken.  

Wat inspireerde je om de voorstelling Cow is a Cow is a Cow te maken?
Dat begon al in 2007 toen ik een marketing- en bedrijfskundeopleiding deed in de Indiase stad Pune. Toen liep ik rond met het idee om een bedrijf te beginnen in producten die afkomstig zijn van de koe. Hoewel ik dat nooit echt heb doorgezet, bleef het idee wel altijd rondspoken in mijn achterhoofd. Dus dat was het zaadje. Maar daarnaast had ik ook het gevoel dat ik als kunstenaar en ondernemer iets moest gaan doen met de manier waarop het sociaal-politieke landschap zich het afgelopen decennium heeft gevormd. 

De voorstelling gaat over de economische waarde van de koe, die in India wordt gezien als heilig dier. Wat zou je in Nederland met die heilige koe kunnen vergelijken – wat zien wij hier als heilig? 
Vandaag zag ik op het internet toevallig een filmpje van het Rijksmuseum, met de naam 'The Holy Cow' (met de hashtag: #Rijksmuseumunlocked). Op 4 oktober was het Werelddierendag en het Rijksmuseum deed een gefilmde rondleiding met een specifieke focus op koeien in schilderijen uit de 16e tot 18e eeuw. En de curator bleef tijdens die rondleiding maar zeggen: ‘De koe staat misschien niet alleen symbool voor Nederland, je zou kunnen zeggen dat de koe min of meer ons land is’. 

Hoewel ik het niet eens ben met die uitspraak en ook de titel van het filmpje in twijfel trek, ging ik toch aan het denken over dat woord ‘heilig’ en waar het voor staat. En waarom het met die koe wordt geassocieerd. Dat gaat verder dan landsgrenzen, het lijkt universeel weerklank te vinden. Komt het door de overvloed aan producten die de koe ons biedt dat we haar een heilige status verlenen? Is de koe altijd al heilig geweest? Of is het maar een uitdrukking (Holy Cow!)? 

Als ik moet zeggen wat hier in Nederland heilig is komen er een boel gedachten op. Maar ik fietste een keer over de Afsluitdijk, en toen voelde ik echt wel de heiligheid van de dijken. Ik besefte hoe belangrijk die zijn in de bescherming van het land tegen het water.   

Zou je deze voorstelling in India willen spelen, of voor een Indiaas publiek? En waarom (niet)? 
Ja, absoluut. Volgens mij boort het stuk verhalen en ideologische discussies aan die van doorslaggevend belang zijn in de politieke en sociale realiteit van India op het moment. Ik zou graag met mijn werk het verspreide Indiase publiek hier in Nederland bij elkaar willen brengen en ruimte maken voor een open discussie en kritische reflectie.  

Welke rol speelt eten eigenlijk in deze voorstelling? 
Dat is een verrassing hoor!

Bedankt, Abhishek!

Cow is a Cow is a Cow is op 17 en 18 december te zien om 18:00u in Stadsschouwburg Utrecht. Klik hier voor je kaartje.

 

Foto: Karin van de Wiel

& meer

 

Nieuwe narratieven in het werk van Ulrike Quade Company

 

Door Merel Eigenhuis

Hoi Ulrike! Kan je me vertellen hoe je theatermaker bent geworden en hoe je fascinatie voor poppen is ontstaan?
Ik studeerde aan de acteursopleiding van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Daar ben ik erachter gekomen dat ik op mijn eigen manier beelden creëerde. Zo heb ik mijzelf ontwikkeld tot een beeldend maker, waar poppen ook bij horen. Als onderdeel van mijn opleiding ben ik naar Japan gegaan. Daar heb ik bij de Japanse theatermaker Hoichi Okamoto stage gelopen. Ik heb daar geleerd poppen te maken en met poppen te spelen. Daarnaast heb ik daar veel geleerd over de verschillende vormen van het Japanse theater, zoals het No-, Kabuki- en Bunraku- theater. Het Japanse theatergenre is heel diep en breed, en sindsdien mijn inspiratie voor heel veel dingen. 

Heb je daar wel eens een van je voorstellingen gespeeld?
Nee, dat nog niet. Ik ben wel op tournee geweest met Hoichi Okamoto, maar een van mijn eigen voorstellingen heb ik daar nog niet getoond. Het staat wel op mijn verlanglijst!

Nu ben je bezig met het maken van Womb m/f/x. Waar komt je inspiratie voor deze voorstelling vandaan?  
Vanuit veel verschillende bronnen. Het idee is ontstaan uit de Egyptische mythe van Isis, Osiris en Seth, en daaraan hebben we het onderwerp ‘kinderwens’ gekoppeld. De mythe gaat als volgt: de god Osiris wordt in 14 stukken gesneden door zijn broer Seth, en Isis, zijn vrouw, zoekt deze 14 stukken op. Ze kan maar 13 stukken vinden. Het 14e deel, zijn penis, is zoek. Isis zet deze 13 stukken in elkaar, en gebruikt haar eigen duim om zichzelf te bevruchten. Dat was de aanleiding voor een heel breed onderzoek naar wat het nou precies betekent om een ‘kinderwens’ te hebben.

Corona speelt ook een enorme rol in de ontwikkeling van het stuk: nadat we de eerste repetitietijd achter de rug hadden, deed het virus zijn intrede. Hierdoor hebben we besloten om de mythe volledig te verfilmen in samenwerking met The Transketeers, een audiovisueel collectief bestaande uit drie transmannen. We hebben onze hele planning overhoop gehaald, en we hebben in de zomer het hele verhaal van Isis, Osiris en Seth tot de conceptie van Horus (de nieuwe mens) gefilmd.

Daarnaast is het ook inhoudelijk een hele intieme samenwerking met The Transketeers, want hun persoonlijke verhalen zijn verweven in de voorstelling. Hierdoor kwamen we achter allerlei verschillende facetten van het onderwerp. Zo is bijvoorbeeld in 2014 de wet omtrent sterilisatie voor transmannen veranderd. Dit betekent dat transmannen niet verplicht gesteriliseerd hoeven te worden. Transmannen zijn dus in staat om als man, of hoe ze zichzelf ook identificeren, een kind te baren. Tot 2014 was dat bij wet niet mogelijk. En dat terwijl, in dit geval, Nederland een van de meest open-minded plekken is om te leven. Drie spelers vertolken deze verhalen, maar het blijven de persoonlijke verhalen van The Transketeers. 

De drie spelers die je net aanhaalde hebben verschillende achtergronden in verschillende kunstdisciplines. Hoe verloopt de samenwerking tussen al deze kunstenaars?
Supergoed. Ik werk meestal met veel verschillende disciplines door elkaar. Dat verloopt niet altijd goed; mensen vinden het soms lastig om tussen de disciplines te switchen. In dit geval hebben we er veel tijd voor genomen. De filmmakers maken niet puur een documentaire, maar theatrale-beeldende scenes. Een van de spelers, Gabriel Casanova Miralda, is filmacteur maar ook musicus, en de andere speler, Ibelisse Guardia Ferragutti, is mimer maar ook zangeres en de laatste speler, Gil ‘The Grid’ Gomes Leal [in Nederland bekend door zijn deelname aan Holland’s Got Talent, red.],  is danser maar werkt ook met teksten. We gaan niet uit van begrenzingen. We zijn in het werkproces heel fluïde, dat is ook wat het onderwerp van ons vraagt.

Hoe ga jij als regisseur om met al deze verschillende disciplines? 
In dit geval is de vraag, mede door corona: wat is de balans tussen het live-aspect en het opgenomen aspect? Een aantal dingen hebben we opgenomen, dat was een enorme uitkomst voor ons. Deze vorm is uit nood geboren, maar het klopte wel. De vraag is nu: hoe gaan we dit ‘live’ in de ruimte zetten? Ik heb daar wel een idee over, maar dat is de grootste uitdaging van dit moment. 

Op jullie website staat innovatie als belangrijk thema voor jullie. Hoe is dat terug te zien in deze voorstelling?
Innovatie is op verschillende manieren aanwezig in deze voorstelling. Allereerst: we wilden de mythe hervertellen. En het was duidelijk dat als wij een mythe in deze tijd wilden hervertellen, dat we dan niet maar één verhaal konden vertellen. In het theater heb je vaak een auteur die het verhaal schrijft en dan is het één verhaal, uit één hoofd geboren. We hebben te maken met een te beperkt narratief. Dat proberen we te innoveren. Met het hele gender fluïde-thema, maar ook met de vraag die we in Womb m/f/x stellen, namelijk: wat is precies een kinderwens? Ook denken we innovatief na over de ruimte waarin we ons bevinden. Dat betekent niet dat ik uit de theaterruimte wil, maar ik denk dat we na corona beter moeten kijken naar digitale ruimte, en hoe dit zich verhoudt tot de fysieke ruimte. In deze tijd moeten we ons meer dan ooit op innovatie richten.


Bedankt Ulrike, en tot op SPRING in Autumn XXXL! 

Womb m/f/x van Ulrike Quade Company is te zien op vrijdag 13 november om 19:00 (première) en 21:00 en op zaterdag 14 november om 16:00, 19:00 en 21:00 in Stadsschouwburg Utrecht. Klik hier voor kaartjes.

Foto: Anouk van Kalmthout

& meer

 

Het dubbele perspectief van Benjamin Kahn

 

Door Merel Eigenhuis

In dit interview vertelt danser, choreograaf en theatermaker Benjamin Kahn over zijn voorstelling  “Sorry, But I Feel Slightly Disidentified…”, representatie en machtsverhoudingen.

Goedemiddag, Benjamin! Om maar meteen met de eerste vraag te beginnen: waarom ben je ooit in het podiumkunstenveld gaan werken? 
Werken in de podiumkunsten was niet per se vanaf dag één een vastomlijnd doel voor mij, maar meer iets dat geleidelijk aan door verschillende ervaringen is gegroeid. Ik heb eerst van alles geprobeerd; ik studeerde rechten, economie, dramaturgie en deed de toneelschool, maar ik kwam erachter dat ik eigenlijk meer gefascineerd was door het vorm geven aan dingen, met het lichaam, fysiek. Daarom ging ik naar de nationale circusopleiding ESAC in Brussel, waarna ik tien jaar lang werkte als dansperformer. Nu heb ik, door zelf te choreograferen, een supersterk middel gevonden om het lichaam en de politiek bij elkaar te brengen.  


Waar vond je de inspiratie voor het concept van deze voorstelling? 
Toen we begonnen met het maken van “Sorry, But I Feel Slightly Disidentified”, was ik al lang als performer bezig, maar ik wilde het maakproces verkennen. Ik vond het een hele uitdaging. Toen ik aan dit project begon had ik geen concept. Het concept was de wens van mij en Cherish [de performer in deze voorstelling] om samen te werken. Dus als we het hebben over het concept, dan was het idee meer dat we vanuit ons tweeën zouden beginnen om erachter te komen wat er in onze relatie al aanwezig was qua poëtica, politiek en mogelijke belichamingen. Dit eerste werk ging erom dat we die thema’s zouden doorgronden, en begrijpen hoe onze geschiedenissen en onze ervaringen bij elkaar zouden kunnen komen, of botsen. 


Dus deze voorstelling hebben jullie samen gemaakt? 
Ja en nee. Er is wel verschil in de manier waarop we ons tot deze voorstelling verhouden, Cherish als performer en ik dus als maker, waardoor de samenwerking in het maakproces ook een specifieke vorm aannam. We stellen ons iets anders op naar elkaar, maar er is ook een verschil in de manier waarop de samenleving ons ziet. Als ik zeg: “wij hebben dit samen gemaakt!”, dan ga ik een heleboel problemen die inherent zijn aan onze relatie uit de weg omdat we allebei een bepaald stereotype vertegenwoordigen. En die politieke situatie binnen de voorstelling, daar wil ik niet van wegblijven.  Maar tegelijkertijd hebben we het natuurlijk wel samen gedaan. We zijn heel close, ook in het echte leven, dus die intimiteit zit er wel in. Maar de weg die ik afleg in het maakproces is heel anders dan de weg die zij aflegt. 


Interessant dat je dat zegt, want ik vroeg me al af: hoe ga je om met de machtsverhouding en vraagstukken rond representatie als jij als witte man werkt met Cherish Menzo, een zwarte vrouw?
Voor mij is dat iets waar je niet van kunt wegkijken, nog altijd niet, vanwege onze geschiedenis en de systemen die we hebben opgebouwd. Ik vind het een heel complexe vraag om te beantwoorden. En dat is ook wat we in de vorm van onze voorstelling en non-binaire aanpak bespreekbaar maken. Voor mij is dit een kans om tot begrip te komen, om een weg te vinden in de manier waarop we elkaar zien en met elkaar omgaan en daarover in gesprek te gaan. Dus uiteraard onderzoek ik ook mijn eigen blik in deze voorstelling, en hoe mijn blik zich verhoudt tot de macht. Het ligt er ook heel sterk aan wie de vraag stelt.  


Dat is ook een goede vraag.
Voor mij is die machtsverhouding ook niet alleen gelinkt aan het maakproces maar ook aan degene voor wie we spelen en de plek waar we de voorstelling presenteren. We hebben opgetreden in theaters en op festivals, maar ook in gymzalen en klaslokalen op middelbare scholen. Het jongere publiek heeft een heel andere manier van interactie zoeken en reageren op deze voorstelling.  Daar worden die vragen rond de verhouding en de macht nit gesteld, maar komen heel concrete vragen naar voren. 

Ik ben me bewust van de machtsdynamiek waar we mee te maken hebben. Zelfs de titel is al problematisch omdat ik die heb bedacht en omdat die ambiguïteit erin zit. Is het een verontschuldiging, of is het weer een bestendiging van wit privilege? Tegelijkertijd, als je nadenkt over de geschiedenis van het theater: degene die iets maakt stapt juist heel vaak buiten zijn eigen narratief. Je gaat juist altijd verder dan alleen het persoonlijke. Zoals hoe Tjechov over het platteland buiten Moskou schrijft: hij maakt daar zelf geen deel van uit. Het zou problematisch zijn als ik van mezelf uitging. Al heb ik mezelf wel geprobeerd te portretteren – maar dat had niet dezelfde noodzaak.  

Maar ja, het is waar dat we ons afvragen waarom die relatie van Cherish en mij meteen verwijst naar het machtsvraagstuk en zo’n legitimiteitskwestie oproept. Elke machtsrelatie is in een andere context weer anders. Omdat ik zelf danser ben, ben ik me heel bewust van machtsrelaties in de wereld waarin we leven. Ik vraag me ook af of elk maakproces moet worden gezien als een machtsrelatie. Ik denk dat het, als twee makers met elkaar samenwerken niet eens zozeer over macht gaat, maar over hoe we de verantwoordelijkheid verdelen bij het maken van een voorstelling. 

Ik hoop dat deze voorstelling, waarin we proberen de complexiteit te vatten van wederzijds begrip, Cherish niet als slachtoffer neerzet, maar dat het ook weer niet als een emancipatieslag voor haar wordt gezien. Ik hoop dat de voorstelling de discussie openbreekt over die complexiteit en hoe we die narratieven gezamenlijk kunnen omarmen. Het doel is het verzamelen van collectieve narratieven en daarop te reageren zonder moreel commentaar. Ook al is dat onmogelijk.  

Maar ik denk dat ook dat problematisch is om te vragen omdat het meteen impliceert dat de ene zijn machtspositie altijd maar kan behouden en de ander altijd maar moet worden gezien als slachtoffer. 

Nu we het toch hebben over representatie en het politieke lichaam: is er een verschil in de manier waarop witte en zwarte lichamen op het toneel worden weergegeven? En is dit in het huidige politiek tijdsgewricht aan het veranderen?
Ik denk, maar dit is echt een heel persoonlijke mening dat de representatie niet veranderd is. Ten eerste, het hedendaagse dansveld is een heel Europese en op witte kennis geënte wereld, wat betreft makers maar ook wat betreft publiek. In andere dansvelden is de representatie bijvoorbeeld heel anders. Ik denk dat onze aanpak een “niet-normatief lichaam” nog altijd als iets heel exotisch ziet en dat gaat verder dan rassenkwesties alleen. Er is wat verbeterd, men is zich meer bewust van een disbalans in de representatie, maar voor mij worden die lichamen nog altijd gezien als “buiten” de norm. We zijn nog heel ver verwijderd van een normaalsituatie waarin de vragen die jij in dit interview stelt niet meer hoeven te worden gesteld. We zijn er nog niet klaar voor om het over iets anders te hebben dan de vragen die we hen opleggen. Die voor mij identiteitsvragen zijn. Dat is voor mij nog altijd heel sterk een machtsverhouding.  

We moeten wel ergens beginnen…. Maar zeker, we lossen dit probleem niet op door er steeds over te blijven praten alsof het om een twee tegenovergestelde werelden gaat.
Ja, dat toont aan hoe complex dit probleem is. Hoe je aan de ene kant die noodzaak moet omarmen en aan de andere kant de complexiteit moet erkennen, is en outside the box moet denken. 

 

De voorstelling van Benjamin Kahn, “Sorry, But I Feel Slightly Disidentified…” is te zien tijdens SPRING in Autumn XXXL in  Staddschouwburg Utrecht op 28 oktober om 19:00 en om 21:00u. Tickets koop je hier.

& meer

 

Vacature Stadsverbinder SPRING

 

SPRING heeft een succesvolle geschiedenis met het presenteren van voorstellingen en installaties in de publieke ruimte. Wij zijn van plan deze programmalijn de komende jaren te verbreden. We ontwikkelen in samenwerking met Nederlandse en internationale kunstenaars een reeks projecten die geworteld zijn in de stad en/of de provincie. Ons doel is om het festival meer en meer te verankeren in de regio Utrecht en haar gemeenschappen en wijken. Om dit te kunnen doen creëren we een nieuwe functie in de organisatie: de stadsverbinder.

 

GA NAAR VACATURE

 

Beeld: What Is The City but The People? van Jeremy Deller, productie BAK, Centraal Museum en SPRING 2017 © CU2030

& meer

 

“Is this body out of date?” Een interview met Doris Uhlich en Boris Kopeinig

 

Door Merel Eigenhuis

Doris Uhlich en Boris Kopeinig vertellen over hun doorlopende voorstelling TANK en de thema’s rondom technologie en het menselijk lichaam die daarin een rol spelen. 

Hoi, Doris and Boris. Hoe zijn jullie op het concept voor TANK gekomen?
Boris: Het is begonnen toen Tanzhaus NRW in Düsseldorf ons uitnodigde om te komen spelen op een festival over "het menselijk lichaam 2.0". Toen hebben we veel onderzoek gedaan naar exo-skeletten en robotica. Maar hoe meer machines we zagen, hoe minder het ons nog interesseerde om ze op het toneel te zetten. Geïnspireerd door science fiction, vooral de film Alien Resurrection, bedachten we het idee voor de TANK

Doris: We hadden het veel over thema’s als lichaamsverbetering en wat eigenlijk de prognose is voor ons menselijk lichaam in relatie tot technologie. De ‘tank’ staat voor transformatie, operatie – het is eigenlijk een loop waarin mijn lichaam voortdurend in een ander lichaam transformeert. Wat ik ook leuk vond was het idee om te spelen in een ruimte met voor mijn lichaam ongebruikelijke afmetingen. Door die maten en de doorzichtige wanden kan ik sommige bewegingen gewoon niet maken. En aan de andere kant staat de tank ook juist weer bewegingen toe die je in een open ruimte niet kunt uitvoeren. 


In verschillende recensies wordt gezegd dat TANK “[…] existentiële vragen opwerpt over het menselijk bestaan”. Wat is de belangrijkste existentiële vraag die aan deze voorstelling ten grondslag ligt?
Boris: De voorstelling kent een deel met een haast rituele beat onder een gezongen mantra: "is this body out of date?". Voor mij is dat een sleutelzin. Willen we echt op zo’n manier over het menselijk lichaam spreken alsof het over software-updates gaat? Tegelijkertijd is het een vraag die echt slaat op dat lichaam dat je voor je ziet en de mechanismen van de kunstmarkt. 

De originele versie van TANK die afgelopen mei op SPRING 2020 zou staan is de ‘theaterversie’. Nu laten jullie de ‘doorlopende’ versie zien. Hoe verschillen die twee van elkaar?
Doris: In de doorlopende versie kan het publiek in- en uitlopen wanneer men wil. Met de pandemie lijkt ons dit nu een interessante manier om meer kijkers toe te kunnen laten. De flow zal minder lineair zijn, iets dat wij interessant vinden om verder te ontwikkelen. TANK heeft het echt in zich om ook buiten het format van een één uur durende voorstelling te werken. 


Heeft TANK in het licht van de pandemie ook een andere betekenis gekregen? 
Boris: De pandemie heeft zo’n impact op ons leven dat mensen zeker andere associaties zullen hebben. Maar er zijn verschillende lagen te ontdekken en ik hoop eigenlijk dat die virus-gerelateerde associaties de diepgang van het werk niet zullen overschaduwen. 
Doris: Dat eenzame lichaam in die tank krijgt nu een diepere betekenis, die er voor de pandemie nog niet was. In het project zit een zin: “Rich people swim in a tank, poor people…” en toen ik TANK voor de eerste keer na de lockdown speelde en die zin uitsprak, moest ik eraan denken wie er zich bijvoorbeeld een snelle test kon veroorloven, of medicijnen, of de eerste vaccinaties die beschikbaar komen....


Wat is de rol van muziek in de voorstelling (waar kwam de inspiratie voor de muziek vandaan)?
Boris: De soundscore is beïnvloed door mijn achtergrond als DJ. Ik deel mijn fascinatie voor vreemde elektronische, futuristische lichaamsmuziek met je. We hebben tijdens deze samenwerking iets nieuws geprobeerd, namelijk om aan “songs” te werken. Geluid heeft een duidelijk lichamelijke en emotionele laag. Als je luistert naar bepaalde patronen en frequenties verandert dat je waarneming van wat je ziet. 

Hebben jullie plannen om jullie artistieke samenwerking door te zetten? 
Doris: Boris en ik werken al sinds 2014 samen. Hij maakt al jaren al de geluidsscore voor de meeste projecten die ik doe. TANK is onze eerste samenwerking waarbij we het concept helemaal samen hebben ontwikkeld. We zullen zien wat de toekomst brengt. Op dit moment zijn we erg bezig met het ontwikkelen van versies met de lokale bevolking in verschillende steden en met locatiewerk met grote ensembles. Boris maakt het geluid daarvoor en doet ook mee, want hij is zichtbaar als DJ en maakt daarmee deel uit van de groep. Dus dit is waar we ons op het moment mee bezighouden. 

 

De voorstelling TANK is op zaterdag 14 november van 19:00 tot 23:00 en zondag 15 november van 13:00 tot 17:00 te zien in TivoliVredenbrug. Klik hier voor kaartjes.

 

Portret van Doris Uhlich: Elsa Okazaki

& meer

 

Hoop en de collectieve ervaring in het werk van Marc von Henning

 

door Merel Eigenhuis


In een gesprek op een donderdagmiddag vertelde de Duits-Britse theaterregisseur, schrijver en kunstenaar Marc von Henning over zijn video-installatie/bewegingsgedicht this is for everyone, te zien tijdens SPRING in Autumn XXXL in de nieuwe bibliotheek van Utrecht. this is for everyone bestaat, zoals Marc zelf uitlegt, uit “zinnen, allemaal achter elkaar gezet. Ze beginnen allemaal hetzelfde, maar eindigen steeds anders. Ze zijn heel associatief; net als het leven zelf zijn ze onvoorspelbaar. Het lijkt of er geen regels bestaan en het is een spiegel van het leven, in die zin dat iedereen elke dag dingen steeds herhaalt, maar nooit twee keer precies hetzelfde doet.”  


Goeiemiddag, Marc! Hoe ben je op het idee gekomen voor de installatie/het epische gedicht this is for everyone
Ik werkte bij een Duits theater toen hun financiering werd stopgezet. Daartegen kwam protest op gang. En een van de technici in dat theater was ook fotograaf en hij kwam op het idee om van iedereen in het theater en portretfoto te maken, in zwart-wit. Hij liet me die foto’s zien en ik zei: “Daar kan ik wel een kort tekstje bij maken!”. Zo is dat begonnen. Ik schreef voor iedereen een paar zinnen. Dat werkte echt heel goed: het werd uiteindelijk een tentoonstelling die naar andere steden reisde. Dit gebeurde al even geleden. Daarna deed ik er nog een paar, niet alleen this is for everyone, maar ook andere projecten die ongeveer dezelfde vorm hadden maar steeds met een andere inhoud. Ineens had ik er een heel aantal, wel een stuk of 400-500. Dus toen dacht ik: wat zal ik daar eens mee doen? Je kunt ze niet zomaar in een boek zetten, dat werkt zo niet. Het duurde even voor ik een medium te pakken had dat bij de woorden zou passen, en eigenlijk ben ik er nog steeds niet helemaal uit. Het kan heel veel verschillende verschijningsvormen aannemen, afhankelijk van de context. Ik dacht, het moet voor zichzelf kunnen spreken, dus moest het op de een of andere manier tot leven komen. Ik zette een aantal zinnen achter elkaar en liet dat aan wat mensen zien. En toen ik ze vroeg: “wat denk jij dat hiermee moet gebeuren?” vonden ze bijna allemaal dat een soort performance moest zijn. Zoals je ziet is het nog steeds in wording. Ik probeer al doende uit te vinden waar het heen gaat. Af en toe komt er een nieuwe zin in me op en dan moet ik uitvissen waar die ertussen moet komen. Net als bij een gedicht waar je aan blijft schaven.  


Een levend kunstwerk.
Ja, zoiets.


En wat betekent de titel voor jou? Wie bedoel je met everyone? En waarom for everyone?
Dat is een interessante vraag. Wat volgens mij de kracht ervan is, is het delen van gedachten, emoties, tegenstrijdigheden, onvervulde verlangens en teleurstellingen. Het boort dat soort gedeelde ervaringen op verschillende manieren aan. Het is als de sleutel waarmee je een ontstekingsmechanisme in gang zet. Voor mijn gevoel brengt het iets in beweging. De titel verwijst naar de dingen die we delen, niet de verschillen. Volgens mij geeft het mensen het gevoel deel uit te maken van een collectief, en spreekt het mensen dwars door de tijd en in verschillende culturen aan. Ik denk dat dit mensen kan laten geloven dat we een zijn, met zijn allen. Ik probeer met onbekenden een betekenisvolle verbintenis aan te gaan en collectieve ervaringen te creëren. 


Het werk had eigenlijk afgelopen mei op SPRING te zien moeten zijn. Toen heb je een nieuwe versie gemaakt voor SPRING on Screen [het online programma van SPRING afgelopen mei]. Denk jij dat het werk door deze pandemie op de een of andere manier een andere betekenis heeft gekregen?
Ik heb een nieuwe versie gemaakt met daarin een aantal zinnen die ik tijdens de lockdown had bedacht, en een aantal die ik er oorspronkelijk niet in had opgenomen maar die een nieuwe betekenis leken te krijgen. Datgene dat voorrang heeft in de gedachten van de mensen beïnvloedt de manier waarop ze naar dit kunstwerk kijken. En we hebben met z’n allen nu hetzelfde aan ons hoofd, nu we hier doorheen moeten. Het is denk ik een goed moment om dit werk te bekijken, ook in deze context, waarin het voor iedereen toegankelijk is. Want dat is ook het idee natuurlijk: dat het for everyone is.


Volgens mij is this is for everyone een heel hoopvol gedicht/installatie. Is je andere werk ook zo hoopvol?
Ik werk nu in Hamburg aan een werk en dat heet The Misunderstanding of the World. Een belangrijk onderwerp waarmee ik me daarin bezig hou zijn juist de positieve ontwikkelingen die de meeste samenlevingen de afgelopen 100 jaar hebben doorgemaakt. We willen een platform opzetten voor zaken die meer besproken moeten worden, maar dan vanuit een positie van zelfvertrouwen en niet vanuit paniek of angst of schuld. De meeste mensen zijn geneigd de slechte dingen te onthouden, en verliezen snel uit het oog wat goed gaat en wat we wel kunnen bereiken. We zijn geneigd om te denken dat het altijd slecht weer is, zowel binnen als buiten. Er worden hele mooie boeken geschreven, zoals dat van Rutger Bregman – waarin wordt ingegaan op het goede in de mens, het potentieel van de mensheid. Maar: het is niet zo helder afgebakend als we zouden willen. Er zijn geen gemakkelijke oplossingen en geen gemakkelijke antwoorden. Als we niet verwachten dat er een simpele oplossing ergens voor het oprapen ligt, kunnen we met een beter gevoel aan de slag. En die gedachte zie je denk ik terug in mijn werk. 

Dankjewel, Marc!

 

this is for everyone is van 28 oktober tot 15 november 2020 te zien in de hal van Bibliotheek Neude. Voor meer informatie, klik hier.

& meer

 

De artistieke routekaart van Mónica Calle

 

De route wordt pas duidelijk als je het pad bewandelt. In het geval van de Portugese theatermaker Mónica Calle werd dit cliché letterlijk werkelijkheid toen ze van haar oorspronkelijke plannen afweek tijdens het maken van haar voorstelling Ensaio para uma Cartografia.

Mónica Calle is werkzaam als actrice en theatermaker. In Portugal heeft ze al een bijzondere staat van dienst; in de rest van de wereld is ze nog relatief onbekend. Naast dat ze geïnteresseerd is thema's die betrekking hebben op menselijke relaties, in het bijzonder liefdesrelaties, staan in haar voorstellingen het (vrouwelijke) lichaam centraal. Calle heeft ruim vijfentwintig jaar geleden het theatergezelschap Casa Conveniente opgericht. Cais do Sodré, de Lissabonse wijk waarin Casa Conveniente was gevestigd, was vanaf 1992 veranderd van volkswijk met havenlui en sekswerkers naar een hippe, dure buurt. Het gezelschap, vernoemd naar de buurtsupermarkt die vóór het theatergezelschap in hetzelfde pand zat, voelde zich verdreven uit de wijk en dus verhuisde het gezelschap in 2014 naar een andere wijk: „Het was een jaar van breuken, van alles heroverwegen, van een pad door de stad trekken, een emotionele routekaart", legde Calle uit aan het Portugese tijdschrift GPS. Zo kwamen ze in de Lissabonse buitenwijk Zona Jota terecht, een wijk met een slechte reputatie, waar Calle in haar projecten samenwerkt met de lokale gemeenschap, zo vertelde ze aan journalist Ana Pais van de website Critical Stages: “Ik voelde dat het verhuizen naar Zona Jota gevolgen zou hebben, niet alleen voor de gemeenschap die daar woont, maar ook voor mijn artistieke werk. Het was stimulerend, zowel artistiek als persoonlijk. Het gaf me de mogelijkheid om mijn werk niet te beperken tot een minderheid, een homogene groep culturele consumenten. Ik geloof dat de hele dynamiek die we creëren met onze aanwezigheid in die buurt, het territorium van de buurt in de stad benadrukt. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in het mengen van mensen en contexten, in het creëren van beweging.”

Tijdens deze overgangsperiode was het plan om haar volgende voorstelling te baseren op het ‘gezongen ballet’ The Seven Deadly Sins van Duitse politiek geëngageerde toneelschrijver Bertolt Brecht. Calle zou haar voorstelling baserenop de zeven wijken in Lissabon en de zeven regio’s in Portugal. Later heroverwoog ze deze keuze: "Ik herinnerde me een repetitie van Leonard Bernstein. Ik sloot mezelf thuis op om het project te heroverwegen en moest van mezelf naar de orkestrepetities kijken." Terwijl Calle verder liep op haar artistieke routekaart, creëerde ze uiteindelijk de voorstelling die op SPRING in Autumn te zien is: Ensaio para uma Cartografia, wat zoveel betekent als Oefenen voor een Cartografie (landkaartenkunde). Calle vraagt zich af: hoe breng je een route, een stad of een land in kaart? Hoe begin je opnieuw? En hoe ga je verder?

In deze voorstelling pogen 12 actrices, variërend van leeftijd tussen de 22 en de 50, een klassieke dans uit te voeren, terwijl ze tegelijkertijd een fragment uit een complexe symfonie op cello’s, violen en bassen proberen te spelen. Dit wordt eindeloos herhaald – op dezelfde obsessieve manier waarop de componist Ravel zijn Bolero componeerde: „Ik begon met alles weg te halen, van de tekst tot de kostuums, tot ik dichter bij de kern kwam: uitdaging, inspanning en emotie. We proberen met disciplines te werken waar we niet getraind in zijn, zoals dans en klassieke muziek. We kijken dan waar het ons naar toe leidt, en zien dan wat in de kern overblijft, zowel artistiek als persoonlijk.“ En de tekst in de voorstelling? Die komt van de schreeuwende dirigenten, off-stage.

 

Ensaio para uma Cartografia is op 31 oktober te zien in Stadsschouwburg Utrecht. Klik hier voor tickets.

& meer

 

SPRING IN AUTUMN XXXL: Kaartverkoop is begonnen

 

I Don't Want To Be An Individual All On My Own is de titel van de nieuwe voorstelling van componist en theatermaker Genevieve Murphy, die in première gaat op SPRING in Autumn. Deze titel raakt de kern in deze tijd. We willen niet alleen zijn. We willen ergens deel van uitmaken. We willen samenkomen, op welke manier dan ook.

Welkom bij SPRING in Autumn XXXL. Een uitzonderlijke editie met speciale werken voor speciale tijden met speciale regels. De artiesten tonen hun werk in verschillende vormen: installaties, doorlopende performances, toneel-op-toneel voorstellingen en één-op-één ervaringen die zeer persoonlijke en intieme ontmoetingen mogelijk maken. Het festival is verlengd van drie dagen naar bijna drie weken. Extended, extraordinary, exhilarating. Live. We kijken ernaar uit je weer te zien!

De kaartverkoop is vanaf nu gestart - dus duik in ons programma, koop je tickets en we kunnen niet wachten je weer te mogen verwelkomen tijdens SPRING. 
 

PROGRAMMA    MEER INFO OVER KAARTVERKOOP

& meer

 

SPRING in Autumn: 28 oktober tot 15 november

 

Deze herfst staat er een grotere editie van SPRING in Autumn op het programma. Naast het originele weekend in Stadsschouwburg Utrecht presenteren we tussen 28 oktober en 15 november ook voorstellingen in Theater Kikker, TivoliVredenburg, Het Huis Utrecht en De LiK..

Alle uitvoeringen en installaties passen binnen de COVID-19 richtlijnen van de Nederlandse overheid.

Blijf op de hoogte door te RSVP-en of je in te schrijven op de nieuwsbrief onderaan de pagina. 

& meer

 

Steun van Fonds Podiumkunsten

 

Begin augustus ontvingen we het goede nieuws dat we de komende 4 jaar opnieuw ondersteund worden door het Fonds Podiumkunsten in de meerjarige festivalsubsidie 2021-2024. In de adviezen is te lezen: “De commissie is van mening dat SPRING kunst op een nieuwe manier relevant maakt door een verbinding te leggen met actuele maatschappelijke ontwikkelingen. SPRING schuwt schurende voorstellingen volgens haar niet en weet dat op een passende manier te contextualiseren.”

Door de structurele ondersteuning van het Fonds Podiumkunsten, de provincie Utrecht en de gemeente Utrecht kunnen we de komende jaren weer mooie edities van SPRING mogelijk maken.

Naast dit goede nieuws is nu duidelijk dat in de categorie meerjarige productiesubsidies 2021-2024 vele gezelschappen hun subsidies niet toegekend krijgen vanwege ontoereikend budget (ondanks een positief advies); onder deze gezelschappen zitten (oud)festival-makers als Third Space, Nieuwe Helden, Dood Paard en This Is Not A Show – Katja Heitmann. Dit zou een enorme verarming van de podiumkunsten betekenen. We leven mee met onze vakgenoten, en ondersteunen de roep vanuit het werkveld om extra budget zodat de aanvragen van deze talentvolle makers alsnog gehonoreerd kunnen worden.

Lees hier ook de brandbrief (medeondertekend door SPRING) die onlangs werd verstuurd naar de Tweede Kamer en minister van Engelshoven.

(foto: Rikkert Wijrdeman)

& meer

 

The Art of Walking

 

Kunstenaars Pankaj Tiwari en Abhishek Thapar beginnen op vrijdag 3 juli met de 'durational performance' The Art of Walking, gecoproduceerd door SPRING. In dertien dagen lopen ze van Amsterdam naar Calais, Franrijk, een wandeltocht van 312 kilometer. Met deze performance willen Tiwari en Thapar aandacht vragen voor de benauwde situatie van de migrantenarbeiders in India in deze corona-tijd.

Nadat COVID-19 in India was uitgebroken, heeft de Indiase overheid overhaast een strikte nationale lockdown aangekondigd vanaf 25 maart. Een beslissing die grote impact heeft op de arbeidersgemeenschappen in India. Binnen een paar uur lag de economie helemaal stil en werden veel migrantenarbeiders werkloos, hadden geen inkomen meer en weinig voedsel. Omdat de arbeiders in de grote steden ook nog eens dicht op elkaar wonen, waren ze ook erg vatbaar om het virus op te lopen. In zo'n wanhopige situatie hadden de migrantenarbeiders geen andere keuze dan terug te keren naar hun huizen in afgelegen dorpen en kleine steden in India. Treinen, bussen en ander openbaar vervoer lag stil en de straten waren gebarricadeerd. Miljoenen arbeiders besloten met hun gezinnen en een paar bezittingen naar hun huis te lopen, dat op 300 tot wel 2200 kilometer afstand van de stad is. Een aantal stierven onderweg, verloren hun kinderen of werden gedood door een trein. Weinigen overleefden de reis naar huis.

Tiwari en Thapar starten op 3 juli hun reis, een lange voettocht vol meditatie en rouw. Tijdens de reis ontmoeten ze verschillende migrantenkunstenaars en bouwen ze aan solidariteit in Europa. Ze sluiten de reis af met een grote maaltijd die ze samen met inwoners van Calais koken, delen en eten.

The Art of Walking wil ruimte creëren voor gesprekken en een urgente functie van kunst uitoefenen in tijden van crisis. 80% van het productiebudget van dit project wordt betaald aan de migrantenarbeiders in India. Met de ervaringen die Tiwari en Thapar opdoen op hun reis maken ze een voorstelling die we presenteren op SPRING 2021.

Je kunt de reis van Tiwari en Thapar volgen via de Facebook-pagina The Art of Walking.

 

VOLG DE REIS

 

Coproductie: HAU Hebbel am Ufer (DE), Flinn Works (DE), Theaterfestival Boulevard (NL), Productiehuis Theater Rotterdam (NL), SPRING Performing Arts Festival (NL), Standplaats Utrecht (NL) wpZimmer (BE), Performing Borders UK, Liberty UK Festival. Met ondersteuning van Over Het IJ Festival (NL)

Beeld: Himanshi Parmar

& meer

 

We zoeken vrijwilligers!

 

Van 8-18 juli presenteert SPRING de voorstelling U bevindt zich hier van Dries Verhoeven in de Werkspoorkathedraal in Utrecht. De herneming van dit succesvolle werk uit 2007 stond gepland voor SPRING Performing Arts Festival afgelopen mei, maar kon toen vanwege COVID-19 niet doorgaan. De installatie-voorstelling, waarin bezoekers een eigen slaapkamer krijgen, gaat over eenzaamheid en contact en werd alleen maar urgenter door de afgelopen maanden van lockdown en ‘social distancing’.

 

Om deze bijzondere installatie-voorstelling in goede en gedesinfecteerde banen te leiden zijn we op zoek naar vrijwilligers!

 

Jouw rol
De werkzaamheden bij deze voorstelling hebben voornamelijk te maken met het corona-proof maken/houden van de speellocatie. Zo dienen deurknoppen en kranen gedesinfecteerd te worden en de lakens in de “slaapkamers” telkens verschoond. Daarnaast ligt er nog de taak van het scannen van de tickets bij binnenkomst en het eventueel begeleiden van het publiek.

Als vrijwilliger bieden we je een kijkje in de wereld van een bijzonder locatieproject, werk je samen met een klein maar gezellig team én krijg je de kans om de generale repetitie van de installatie-voorstelling bij te wonen! We vragen je om, afhankelijk van je beschikbaarheid, minimaal 2 diensten te werken. Een dienst duurt van 15:00 tot 19:00 óf van 18:30 tot eind. Afhankelijk van je dienst, verzorgen wij je avondeten.

We zijn ontzettend blij dat we dit project alsnog mogen realiseren, maar zijn ons er ook zeer van bewust dat dit voor sommige mensen risico’s met zich mee kan brengen. Het is daarom belangrijk dat je als vrijwilliger niet tot de risicogroep behoort, zoals gedefinieerd is door het RIVM.

 

Interesse?
Heb je vragen of heb je interesse om vrijwilliger te worden bij U bevindt zich hier? Stuur dan een mailtje naar: kelly.jacobs@springutrecht.nl


Foto: Anna van Kooij

& meer

 

Cultuursubsidie 2021-2024 Gemeente Utrecht

 

Goed nieuws! Deze week werden de adviezen voor de Utrechtse cultuursubsidie 2021-2024 bekendgemaakt en de subsidie aan SPRING is toegekend! We krijgen een mooi positief advies van de adviescommissie: “De commissie is onder de indruk van de urgentie die uit de aanvraag van SPRING spreekt. (…) De commissie vindt de programmering van SPRING in artistiek opzicht grensverleggend en ze vindt het festival van overtuigend belang voor de stad. (…) Ook landelijk heeft het festival in de optiek van de commissie een voorbeeldfunctie.”

Benieuwd naar onze plannen voor de komende jaren? Lees hier ons Kunstenplan 2021-2024


Foto: Think Much. Cry Much. van Rima Najdi (SPRING 2018) © Rikkert Wijrdeman

& meer

 

Dries Verhoevens U bevindt zich hier deze zomer te zien in Utrecht

 

Met veel enthousiasme maken we bekend dat we van 8-18 juli de voorstelling U bevindt zich hier van Dries Verhoeven kunnen presenteren in de Werkspoorkathedraal in Utrecht. De herneming van dit succesvolle werk uit 2007 stond gepland voor SPRING Performing Arts Festival afgelopen mei, maar kon toen vanwege COVID-19 niet doorgaan. De installatie-voorstelling, waarin bezoekers een eigen slaapkamer krijgen, gaat over eenzaamheid en contact en werd alleen maar urgenter door de afgelopen maanden van lockdown en ‘social distancing’. Door intensieve samenwerking met Studio Dries Verhoeven en de organisatie van Theaterfestival Boulevard is het gelukt om deze bijzondere ervaring toch nog deze zomer te presenteren. De voorstelling wordt getoond binnen het corona-protocol van de branchevereniging NAPK. De kaartverkoop start donderdag 11 juni om 10.00 uur hier via springutrecht.nl

Dries Verhoeven over de herneming van U bevindt zich hier: "Door de huidige pandemie wordt het een reflectie op onze tijd van zelf-isolatie. In onze huidige internet-werkelijkheid blijkt dat contact geen vereiste meer is om te kunnen leven: ons eten kunnen we online bestellen. Praten doen we via online platforms. De bioscoop is vervangen door Netflix. Zo zouden we in principe jarenlang van elkaar gescheiden naast elkaar kunnen leven. Maar wat doet het met de menselijke ziel, met onze mentale gesteldheid, wanneer we elkaar niet meer mogen vasthouden? De recente periode van 'social distancing' heeft dat onderscheid tussen digitaal en 'vlees en bloed' nog verder vergroot. Velen van ons hadden de afgelopen maanden maar met een paar mensen fysiek contact, maar probeerden via internet een alternatief te vinden voor die fysieke nabijheid tot anderen. Het onthulde de beperkingen van het internet als substituut voor het leven.”

Na de speeldagen in Utrecht is U bevindt zich hier ook in het kader van de alternatieve zomerprogrammering van Boulevard te zien in de Brabanthallen in ’s-Hertogenbosch van 6-16 augustus.

Foto: Anna van Kooij

& meer

 

SPRING Academy op afstand

 

SPRING Academy, het platform voor artistieke uitwisseling van SPRING, zou in mei meer dan 200 deelnemers ontvangen uit verschillende landen. Op SPRING Academy komen (inter)nationale kunstenaars, wetenschappers en studenten samen om kennis, kunde en perspectieven met elkaar te delen. Helaas kon SPRING Academy vanwege Covid-19 niet doorgaan. Als reactie op de corona-crisis zien we dat nationale regeringen naar binnen keren, landen strijden om voorraden en autocratische leiders vergroten hun dictatoriale macht. Maar we zien ook daden van solidariteit, creativiteit en samenwerking. Dit is juist een tijd om over de (nationale) grenzen heen te reiken, ook al is het digitaal. Omdat we het belangrijk vinden dat kunststudenten over de grenzen heen ideeën en inspiratie kunnen uitwisselen hebben we een kleine uitwisselingsopdracht ontwikkeld. De studenten die deel zouden nemen aan de Academy hebben een kunstwerk gekozen dat hen inspireert en reflecteert op het thema van Academy 2020 ‘creating togetherness’. De opdrachten werden onderling uitgewisseld en er startte een transnationaal gesprek over wat saamhorigheid betekent in deze corona-tijden. Hier lichten we drie van de inzendingen van de studenten uit.


Roots by Frida Kahlo
Contribution by Selina Tuijnenburg, ArtEZ University of the Arts

Strong presence of abandonment and tangled roots during these distance times.

While we are all finding our ways around this situation our world is in right now, we experience how vital social contact is for our wellbeing. We’ve all been put in this crisis, involuntary, yet we are quickly adapting, transforming, optimizing in a noticeable way!
I took this work of art to portray the importance of touching base with your roots, to check upon your health, physical and mental. To remember and respect that there is no right way of dealing with a global pandemic and that we will grow from this experience, together.

 

Ascent by Fiona Tan
Contribution by Jesse van Delft, Utrecht University, pre(masters) program Contemporary Theatre, Dance and Dramaturgy 

Ascent is a work by film maker Fiona Tan. It is 80 minutes long, made of only pictures from the mount Fuji in Japan. It is a work that, by watching it, gives you a sense of moving stillness. It brings you in a kind of liminal space. The pictures are combined with a fictional narrative in which impermanence, time, moving and stillness are reflected. In Japan, death is the fall of the cherry blossom, which is celebrated. Change can be a tradition. In this time of change and death, this work can give a humble reflection on these matters and 80 minutes of breath space.

 

Relay by Ula Sickle
Contribution by Ashley Ho, ArtEZ University of the Arts, The Netherlands / Singapore

In Relay, a black flag undulates in a quiet riot – a baton passed from performer to performer. The durational work is centred on the flag’s tabula rasa, which invites a multiplicity of interpretation. Raised in celebration, mourning, alarm, within each performer’s singularity, the relay structure alludes to the omnipresence of a collective, embodying a symbol and a product of togetherness. At any point of apparent standstill, feet rooted to the ground, the flag remains in constant motion – you know that elsewhere, which is also right here, a ripple of black is calling out a name, which is all of ours.

& meer

 

Berichten vanuit quarantaine

 

SPRING heeft een rijke traditie in het presenteren van kunst in de publieke ruimte en we zien geen reden om dat te stoppen. We vroegen (voormalige) festivalkunstenaars wat ze in deze corona-tijd aan de wereld willen vertellen. Onder de titel ‘Bericht vanuit quarantaine’ tonen we o.a. bijdrages van Milo Rau, Nicole Beutler en Julian Hetzel op affiches en digitale schermen in de stad Utrecht om daarmee inspiratie, hoop en reflectie te bieden aan ons allemaal.


Dertien kunstenaars hebben bijgedragen aan dit poster project.
 

BEKIJK HIER ALLE AFFICHES

& meer

 

Opening speech SPRING on Screen

 

Vanuit een lege Stadsschouwburg Utrecht opende Rainer Hofmann op donderdag 14 mei het SPRING on Screen programma met een speech via Zoom. Lees de speech hier terug.

--

Opening speech for an unopened festival 2020


Goedenavond, good evening.

Welkom, welcome at the opening speech of SPRING Performing Arts Festival 2020. There is no SPRING this May, but I thought I keep a good tradition alive and give an opening speech in the Stadsschouwburg Utrecht. Thanks for joining me here. Now it has become an opening speech for an unopened festival in an empty theatre. So this is not a moment of starting something, but of not-starting something, a moment of pause, of reflection. Fulfilment is postponed.

The actual opening show that we wanted you to see tonight, had the title The Lingering Now. It was created by the Brazilian theatre maker Christiane Jatahy with a cast of people who had to flee their homes and countries. It is about people on an unknown and involuntary journey, people whose lives had been interrupted, people who want to go back home or build a new home somewhere else. The show is about life in suspension.

Now in some way we all live in suspension, most of us under comparably safe conditions. But we do not know what comes tomorrow. ‘Varen op zicht’, as they call it in politics using a nautical expression. According to Dutch laws you need a good radar-installation to be allowed ‘op zicht te varen’.

The other day I listened to an essay by Olga Grasnjowa, a writer from Azerbaijan. Having grown up in a country with questionable democratic and humanitarian standards, she expressed how surprised she is about how surprised we Europeans here are about the fragility of existence. Her life experience in her country taught her that everything can be taken away from you in almost no time.

Then I saw a video on YouTube – yes, I spend too much time staring at small screens trying to make my lockdown a bit more intelligent -, an edit of commercials from our Corona time. All the commercials looked and sounded the same, no matter if they sold cars, insurances, beers, smartphones, tacos, running shoes, tractors or credit cards: They had sad but soothing piano music, they were referring to decades of tradition (trust us, we know how to make you drunk, buy an insurance and drive a car), they showed pictures of warmly lit homes, and they said, we are here for you, we are all part of a community, we help each other, we are there for each other, we are in this together, we do it together, we build it up together.

At least if you buy our cars, insurances, beers, smartphones, tacos, running shoes, tractors and credit cards. Is this being together? Is this offering a safe home? I mean we all know, that in a glass of jam with a sticker that says “home-made with grandmother’s recipe”, there is surely nothing homemade in it and grandmother was absolutely not involved in it at all.

All these desperate companies from the video with their shrinking advertisement budgets and their exhausted marketing departments exploit our need for togetherness and safety, which I also feel strongly in these days.

At the same time the ‘anderhalve-meter-samenleving’, the one-and-a-half-metre society is sold to us as the new normal, het nieuwe normaal. Sold to us by a government whose press conferences have highest viewing rates on TV and internet. They have become very successful pest-sellers.

Expressions like “het nieuwe normaal“ or “anderhalve-meter-samenleving“ (even with the good intention of keeping us safe) try mainly to keep things going. Come up with a harmless name and you do not have to think about real changes! But calling something normal, does not make it normal. It is a step on the way to business as usual. It is the opposite of a Lingering Now, the opposite of a pause, the opposite of a moment in suspension, the opposite of a moment of reflection.

But is there not something that we could learn instead of rushing to a new normal? The virus is like a magnifying-glass, showing us the effects of the ideologies of growth and exploitation which rule our society. Theatre maker Milo Rau said in a poster project that SPRING initiated: “If you are not relevant for the system, perhaps the system is not relevant for you”. This leads to the question: What kind of system would be relevant for us? What kind of system do we want? All together? I have no answers, but let’s use this lingering moment to think about it. This is the hour of the life savers, soon comes the hour of the big questions.

And here we come in. We from the arts. The paradox is that whilst all our theatres and venues are closed, we are as much needed and as important as maybe never before. We ARE a radar. We are THE place of coming together, we are THE place of creating communities. We are THE place of reflecting on a crisis. And of discussing the deeper causes of a crisis. And possible futures. We cannot save sick people. But we can help to understand the world and come up with ideas for a different world.

What could we learn about the old normal? What kind of new normal would we want? Could we imagine a different society? How could it work, even on a global level? Does the human perspective that we can offer help with these questions against the preachers of efficiency? Could the emotional quality of art and its utopian power lead to a different understanding of how we want to live?

How can we promote an open society, also against those who use the virus for their nationalist and populist goals, against those, also within the EU, who dismiss democracy under the pretence of safety rules? How can we safeguard international exchange when nationalist, protective behaviour threatens us? How can we balance the local and the global in the future?

I do not want to instrumentalize the arts, I want to argue for freedom and support for the arts, especially at this moment. They offer the most, when they are not forced to offer something. Culture and art are not a luxury for good times, they are part of the infrastructure of a liberal, democratic society. They reflect deep human needs. They can offer feelings of togetherness or comfort, a larger sense of being, critical thoughts, visions and provocations, utopias and new spaces. Don’t tell the arts what they should do. Leave it to them, give them support and the chance to surprise you.

Right now we cannot go to theatres. Theatre means coming together in the same place at the same time, artists and audiences. We from the performing arts are hit in the core of our existence. We were the first to be closed and we will probably be the last to open up again fully.

We are thankful for the support the Dutch government offers to the cultural sector so far. It is a beginning at least. Yet they underestimate the relevance and the power of the arts heavily. I would like to remind them, we are essential for an open society. Let me translate it into a recommendation for action: fair practice is no fair weather practice.

Obviously, our government does not even know the big economical role of the creative sector. They seem to stick to an old idea of economy which is held alive by equally old and powerful lobbying structures. Even less do they see our strength beyond the economical role, beyond immediate exploitability. Even less do they see the need for this. Back to business seems to be good enough for them, back to normal. It is not for us. We are essential in imagining our future world. Artists and audiences together. In the theatres and in the foyer bars afterwards. Without someone saying “End meeting for all.“ Only “last round“ is accepted.

For the time being, we all created online activities. Far too many in my eyes. A strong and stale smell of “Ersatz“ hangs in the air as soon as the streaming starts. (I am really sorry for imposing myself onto you in the same way, but there is no other way right now and you signed in voluntarily.) Let’s make a little less digital noise for a while and prepare for the time when we open again, when we can invite the audiences again to our venues and museums.

Loving contradictions and ironical gestures, I cannot help but make some noise here myself. And we at SPRING cannot help but offer you an online programme. Don’t worry, it is very specific: We do not show any registrations of performances. We show you work that is made for the screen by the artists that had been invited to the festival. We want to give you an idea of what you have to miss and some inspiration. Every day you can find a new art work on our website. Today we start with a short film by the Japanese choreographer Hiroaki Umeda, a spectacular merging of the physical and the digital. As a special extra we offer you next week on Saturday a new online version of Lotte van den Berg’s Building Conversation called Digital Silence. On the third space combining digital and physical presence.

We do not restrict ourselves to the screen. Theatres are closed but the city is not. For a poster project we asked artists: What do you want to tell the world? Many answered our call and gave us Messages out of quarantine for the future, amongst them Tim Etchells, Nicole Beutler, Philippe Quesne, Dries Verhoeven and Christiane Jatahy. Look out for their contributions on posters in Utrecht and also on our website. I am sure they offer some comfort and some thoughts for our future.

The current situation is not the new normal. It is an emergency situation. Otherwise we are not living, only surviving. I do not want to imagine a world with 1.5 metres distance, where social interaction takes place mainly via screens. I want to believe in us coming together again. I want to believe in the moments, when we will meet here in the theatre, when we will be moved by what we see together at the same moment.

Ladies and gentlemen, I hereby declare SPRING Performing Arts Festival 2020 alive and unopened. Please raise your glasses with me. I see many of you have dressed decently for this non-opening. Please stand up and show also the lower half of your bodies and the clothes there. To a moment of pause and to postponed fulfilment. Do yourselves a favour whenever your current situation allows: Stop being efficient and take your time! To a shared future with open theatres! To the magic of the live moment! To coming together again! Hopefully at an extended SPRING in Autumn edition. Latest at SPRING 2021. Thank you for joining and cheers!

& meer

 

SPRING presenteert SPRING on Screen

 

Net zoals vele andere festivals is SPRING Performing Arts Festival in mei helaas afgelast. We moeten de verrassende en vernieuwende voorstellingen missen, de gezonde spanning op kantoor, de enthousiaste vrijwilligers en natuurlijk het geweldige, nieuwsgierige publiek. Maar SPRING bestaat natuurlijk nog wel. Ook al kunnen de voorstellingen niet gespeeld worden, we presenteren graag de kunstenaars die in het festival zouden staan. Dat doen we in een online programma. Geen SPRING Performing Arts Festival dit jaar, maar een ‘SPRING on Screen’, een programma met werk van festivalartiesten dat gemaakt is voor het (video)scherm. Van dansfilms, muziekvideo’s, podcasts en filosofische reflecties tot huiskamervoorstellingen en korte documentaires. Het biedt geen vervanging van de festivalervaring, maar toont een glimp van wat we moeten missen. In de hoop dat we tijdens SPRING in Autumn of SPRING 2021 het werk van de festivalartiesten weer live kunnen zien. Daarnaast tonen we in de straten van Utrecht en online een serie affiches met berichten vanuit quarantaine van verschillende (oud) festivalkunstenaars. Op donderdag 14 mei opent artistiek directeur Rainer Hofmann SPRING on Screen met een speech via Zoom waarvoor iedereen zich kan aanmelden.

 

Digitale kunstwerken
Het online programma op de website van SPRING is kort en scherp. De artiesten die op SPRING 2020 zouden staan is gevraagd werk te delen dat specifiek gemaakt is voor het online medium. Genevieve Murphy brengt het eerste nummer van haar nieuwe album uit met een videoclip. Theatercollectief Dood Paard werkt aan een podcast. Jan Fedinger maakt een videoversie van zijn werk land[e]scapes 4 – redistribution of wealth by nature. Naast nieuw werk toont het festival ook bestaand werk van festivalartiesten. Christiane Jatahy toont een korte documentaire uit haar voorstelling The Walking Forest. Japanse kunstenaar Hiroaki Umeda presenteert de korte dansfilm Holistic Strata Screen. En The Bohemian Rhapsody Project van Singaporese kunstenaar Ho Tzu Nyen zal te zien zijn via de online kanalen van SPRING. Het volledige programma wordt binnenkort online gepubliceerd.

 

De publieke ruimte is niet gesloten
SPRING heeft een rijke traditie in het presenteren van kunst in de publieke ruimte en we zien geen reden om dat te stoppen. We vroegen (voormalige) festivalkunstenaars wat ze in deze corona-tijd aan de wereld willen vertellen. Onder de titel ‘Bericht vanuit quarantaine’ tonen we o.a. bijdrages van Milo Rau, Nicole Beutler en Julian Hetzel op affiches en digitale schermen in de stad Utrecht om daarmee inspiratie, hoop en reflectie te bieden aan ons allemaal. De serie affiches wordt ook op springutrecht.nl gepubliceerd.

 

Opening speech
De voorstellingen van SPRING 2020 zijn afgelast, maar dat betekent niet dat er geen speech hoeft te zijn. Er is veel te zeggen. Artistiek directeur Rainer Hofmann geeft op donderdag 14 mei om 20.00 uur (het oorspronkelijke openingsmoment van SPRING) een opening speech via Zoom waarvoor iedereen zich kan aanmelden (houd de website en onze socials in de gaten). Na de speech zal het eerste programma direct online beschikbaar zijn en volgen dagelijks nieuwe bijdrages aan het SPRING on Screen-programma. 

& meer

 

Europees theaterproject Moving Borders gelanceerd

 
RICHARD GREGORY MAAKT GROOTS STADSPROJECT IN 2021


De maatschappij ligt stil, de grenzen sluiten en we kunnen elkaar niet ontmoeten. SPRING Performing Arts Festival in mei hebben we helaas moeten afgelasten. We zitten echter niet stil. Juist nu blijkt dat het belang van ontmoeting groot is. We kijken naar de toekomst, o.a. met dit project waar diverse mensen elkaar ontmoeten en grenzen bevragen.

Het internationale theaterproject Moving Borders, dat wordt medegefinancierd door het Creative Europe Programme van de Europese Unie, begon eind maart met een digitale kick-off meeting. SPRING Performing Arts Festival heeft dit project samen met zes Europese podiumkunstinstellingen ontwikkeld. 

In een periode van twee jaar worden zeven afzonderlijke edities van één artistiek concept - ARK van het Britse gezelschap Quarantine en regisseur Richard Gregory - geproduceerd in Athene, Dresden, Mülheim an der Ruhr, Porto, Straatsburg, Utrecht en Warschau. In elke stad zal Quarantine samenwerken met lokale kunstenaars, sociaal-maatschappelijke organisaties en inwoners om een ark te bouwen (fysiek of metaforisch). De ark biedt ruimte voor alternatieve activiteiten en nieuwe ontmoetingen tussen mensen en haalt inspiratie uit de demografische, historische, culturele en sociale realiteiten van elke stad.

Het participatieve samenwerkingsproject onderzoekt het concept van grenzen in de huidige Europese samenlevingen. Het project richt zich op de fenomenen van grenzen in onze steden en in ons dagelijks leven: als een element dat mensen uit elkaar houdt en dat ongelijkheid bevordert, maar ook als een onderdeel van succesvolle diverse gemeenschappen waar wederzijds respect en herkenning alleen mogelijk is binnen bepaalde lijnen. Nu we getuige zijn van een gevaarlijke heropleving van nationalistische en xenofobe tendensen in Europa en in tijden van COVID-19 en toenemende economische ongelijkheid, wil ARK een positieve boodschap afgeven over diverse manieren van samenzijn.

In elke stad is het onderzoek van het langetermijnproject gestart. In Utrecht is Richard Gregory in samenwerking met partner Residenties in Utrecht in december gestart met zijn zoektocht naar de connectie met de stad. In het najaar van 2020 volgen laboratoria en workshops in alle zeven Europese steden. De zeven edities van ARK zullen in het voorjaar en de zomer van 2021 in elke stad worden ontwikkeld en gepresenteerd. ARK vindt plaats in Utrecht tijdens SPRING Performing Arts Festival in mei 2021. 

 

Voor meer informatie klik hier. 

& meer

 

SPRING en het coronavirus

 

Bij SPRING staat de gezondheid van ons allen voorop. Wij volgen het advies over het coronavirus van het RIVM en de overheid en volgen de ontwikkelingen nauwgezet. Het is nog onduidelijk wat de mogelijke consequenties zijn voor ons festival in mei. We houden rekening met alle scenario’s. We hebben onze voorverkoop van de eerste drie voorstellingen momenteel stilgelegd en de start kaartverkoop van het hele programma verplaatst van 25 maart naar 7 april. Zodra er nieuwe ontwikkelingen zijn houden we jullie via onze website en social media kanalen op de hoogte. Blijf gezond, let goed op elkaar en hopelijk tot snel!

& meer

 

OPEN CALL PARTICIPANTS SPRING ACADEMY 2020

 

SPRING Performing Arts Festival 2020 is op zoek naar (beginnende) kunstenaars en studenten: Makers, choreografen, scenografen, dramaturgen, dancers, actors, performers, writers, curatoren, onderzoekers en politieke betrokkenen die graag meer zouden willen leren tijdens de masterclasses & SPRING Intensive van SPRING Academy 2020. Ontmoet andere jonge kunstenaars én artiesten die dit jaar op SPRING optreden.

Dit jaar bieden wij je drie open call programma’s aan:

Met het thema van dit jaar, Creating Togetherness, belooft SPRING Academy een inspirerende samenkomst van artistieke geesten en lichamen in het huis Utrecht! We onderzoeken vragen als: wat betekent het om mens te zijn? En wat is de verhouding tussen jouw lichaam en de omgeving?

De deadline voor de inschrijvingen is 14 april. Je kunt de SPRING Academy pagina bezoeken voor meer informatie over de masterclasses en de intensive.
 

MEER INFORMATIE


We kijken er naar uit om je dit jaar te zien bij SPRING Academy!

& meer

 

GEZOCHT: Oude mobiele telefoons

 

Voor ‘my shadow used to have a density’, de nieuwe voorstelling van Francesca Lazzeri/no time for commas, zijn we op zoek naar HEEL VEEL mobiele telefoons! Heb je nog ergens in een la een telefoon liggen waar niets meer mee gebeurt? Stuur dan een mail naar: vera@wildvlees.com.

Geef je oude telefoon een nieuwe leven, help ons het kopen en verspillen van nieuwe telefoons te voorkomen en steun het maken van de voorstelling! Na afloop worden alle telefoons gedoneerd aan eeko ccc, een bedrijf dat onderdelen recyclet en alle winst uitkeert aan goede doelen.

& meer

 

Nu in de verkoop: eerste drie voorstellingen en Early Bird passe-partout!

 

SPRING presenteert met trots de eerste drie voorstellingen van SPRING 2020!



De Portugese theatermaker Mónica Calle toont een hypnotiserend pleidooi voor imperfectie, saamhorigheid en vrouwelijkheid in Ensaio para uma cartografia. Twaalf actrices – een cast die de diversiteit van de mensheid en die van de vrouw laat zien - proberen klassieke dansroutines uit te voeren en een complexe symfonie te spelen.



Choreograaf Florentina Holzinger -bekend om haar overrompelende en rauwe theater- onderzoekt in TANZ aan de hand van "actieballet" het vrouwelijk lichaam als special effects machine. Een zoektocht naar perfectie in een vluchtige wereld waarin het rauwe wordt omgezet in het sublieme.


In The Ecstatic brengen Jeremy Nedd en het gezelschap Impilo Mapantsula de energieke dansvorm pantsula die tijdens de Apartheid in Zuid-Afrika ontstond, samen met de spirituele danstraditie praise break. Op het podium bereiken zes pantsula dansers extase in een bom van energie.

Wil je al deze voorstellingen en nóg meer zien op het festival? Pak dan nu je voordeel en koop een Early Bird passe-partout voor slechts € 68,- (i.p.v. € 88,-). Klik hier voor meer informatie & de algemene voorwaarden.

 

Programma     Passe-partout

& meer

 

Onze trouwe bezoekers in de spotlight

 

We zoeken vijf mensen met diverse achtergronden (jong/oud/dik/dun/kort/lang/man/vrouw/allesdaartussenin) die het gezicht willen worden van onze nieuwste SPRING-campagne.

We fotograferen in Utrecht op 12 februari. Meer informatie? Mail dan naar marketing@springutrecht.nl.

& meer

 

Praten met rijstkokers

 

Reflecties over SPRING in Autumn, dag 3 door filosoof Floris van den Berg


Zuid-Korea is wellicht nog onbekender dan het totalitaire Noord-Korea. Vanuit het Nederlands perspectief zien we de ellende en onderdrukking in Noord-Korea en gaan we er vanuit dat Zuid-Korea net zo is als het welvarende Japan. De voorstelling Cuckoo van Jaha Koo biedt een somberder perspectief op Zuid-Korea.

Eerst over de vorm: een tafel met drie rijstkokers en een groot projectiescherm. De voorstelling is een mengeling tussen documentairefilm, een persoonlijk verteld relaas door Koo en pratende en zingende rijstkokers. Koo laat zien hoe twintig jaar geleden de economie van Zuid-Korea in elkaar donderde. Toen het land op de rand van bankroet stond, hebben het IMF en Wereldbank onder aanvoering van de VS het land geld geleend, maar onder voorwaarde dat de markt werd opengegooid. De rente steeg tot ongekende hoogte en veel bedrijven gingen failliet. Dat leidde ertoe dat Korea door het buitenland (Amerika) werd leeggeroofd. En dat leidde tot werkloosheid en onlusten. Keiharde demonstraties en confrontaties met de politie.

Koo vertelt dat zes van zijn vrienden zelfmoord hebben gepleegd. Zelf ontvlucht hij Korea en woont nu in Amsterdam. Hij worstelt met de ellende die hij heeft achtergelaten en de vrienden die dood zijn. Het grote verhaal over economie en de kapitalistische roofeconomie komt dicht op de huid door het persoonlijke verhaal van Koo.

In het interessante nagesprek van 10 minuten waarbij vragen uit het publiek verzameld werden op briefjes, vergelijkt Koo Nederland met Korea. In Nederland is er meer ruimte voor het individu, meer ‘zuurstof’, dan in het strikt hiërarchische Korea. Een van de vragen (toevallig mijn vraag) was: hoe moet het verder met Korea? Koo gaf aan dat hij daar het antwoord niet op heeft. Hij wil analyseren en laten zien dat er problemen zijn. Dat is natuurlijk allereerst noodzakelijk, pas als het helder is dat er een probleem is en wat het probleem is, kan er gedacht worden aan mogelijke oplossingen.

Gebukt onder een probleem waarvan ik het bestaan niet wist en waarvoor ook ik geen idee heb wat een oplossing is, haasten we ons naar de andere zaal voor alweer de slotvoorstelling van SPRING in Autumn.

Kleurrijk excentriek modeconcert
Het publiek zit op het podium in de grote zaal rondom een vierkante glanzende vloer. Er volgt een veelsoortige voorstelling waarbij een interculturele excentrieke modeshow van de toekomst de hoofdmoot vormt aangevuld met muziek, zang, dans en poëzie. Een groot deel van de performers is afkomstig uit verschillende landen in Afrika. Er komen Afrikaanse elementen in voor, zoals traditionele trommels, maar het geheel doet denken aan een moderne club. De show is een grote verkleedpartij met op de catwalk dansacts en een intrigerende vechtscene in slowmotion. Bij het kijken krijg ik ook een ongemakkelijk gevoel. Tussen alle excentrieke vrolijkheid door vragen de makers aandacht voor neokolonialisme en politieke correctheid.

De drie daverende dagen SPRING in Autumn verruimen de blik op de wereld. Ik zie uit naar het grote 10-daagse SPRING festival in mei.

& meer

Alles anders Alles anders

Reflecties over SPRING in Autumn, dag 1 door filosoof Floris van den Berg

nieuws
 
Dronefare op de bühne Dronefare op de bühne

Reflecties over SPRING in Autumn, dag 2 door filosoof Floris van den Berg

nieuws
 
 

De mode in Chombotrope

 

Blogger Liesbeth Berg-Meulenberg doet verslag van de fashion in fashionconcert Chombotrope.

SPRING 'Fashionweek' in Autumn sluit af met de toekomstvisie van de Oegandese modeontwerper Xenson, lid van The Jitta Collective.

Catwalk
Alle bekende VIPs zijn aanwezig: de artistiek directeur van SPRING, de programmeur van Stadsschouwburg Utrecht en de crème de la crème op het gebied van choreografie. Speciaal voor deze gelegenheid is het toneel van Stadsschouwburg Utrecht omgebouwd, zodat al het publiek om de catwalk heen op het podium plaats kan nemen. De muzikanten maken zich klaar, het publiek wordt opgehitst. De show kan beginnen!

Nieuwe collectie
De modellen worden op het podium aangekleed en tonen de eerste creaties van het nieuwe seizoen. Het begint gelijk al goed met een verschillende set aan jurken. Wat een ruimtelijkheid, wat een rijk gebruik van materialen. Plastic, aluminium, karton, touw en nog veel meer passeren de revue. Mijn voorkeur gaat uit naar de kartonnen verpakkingstrui en de schuimjurk.

De modellen showen modeposes, die je normaal op een catwalk niet tegenkomt. Er wordt gevogued, gerapt, gemarcheerd en benen in de nek gegooid. Het martial-arts outfit wordt op een wel heel toepasselijke wijze getoond: in volle actie, al is het in slow-motion. Zo is goed de mate van flexibiliteit van de gekozen stof te zien. Alle mogelijke stoten worden gedemonstreerd.

Ook is er aandacht voor het haar: zowel de supersnelle haartrends als hoofddeksels, waarbij de UFO-hoed en de tentakel-muts een heuse eye-catcher zijn. Deze laatste kan ook ingevlochten worden.

Fashionconcert
The Jitta Collective slaagt erin een nieuwe manier van catwalk te presenteren, fashionshow en concert ineen, die meegaat met de tijd en de kostuums laat zien in de situaties en omgeving waarvoor het kledingstuk bedoeld is. Of juist de afkomst van het kledingstuk accentueert. Als klapper op de vuurpijl wordt een geheel nieuw concept naar voren gebracht: het community pak. Om een community te vormen die alle verschillende afkomsten samenbrengt!

& meer

 

Dronefare op de bühne

 

Reflecties over SPRING in Autumn, dag 2 door filosoof Floris van den Berg. 


Only the dead have seen the end of war
. - Plato

Als je niks zou weten van wat er in de wereld speelt, dan zou de voorstelling #minaret vermakelijk kunnen zijn. Maar in de tijd dat iedereen online is, krijg je de ellende uit de wereld mee, of je het nu wilt of niet. Wat mij verbaasd is dat ellende en geweld entertainment kunnen zijn – kijk naar de vele actie- en geweldfilms die kaskrakers zijn en waar niemand ook maar een nacht minder om slaapt, zoals onlangs de geweldsorgie van de film Joker. Het nieuws stort dagelijks ellende over ons uit en ook al is dat geen entertainment, we laten het onverschillig langs ons heenglijden. Tenzij het de kat van de buren betreft die door een dierenbeul is doodgemarteld, dan vinden we het niet leuk meer. Dan zijn we geschokt. We kunnen het nog wel, geschokt zijn. Maar we zijn het niet vaak. Klein leed dichtbij doet ons veel meer dan groot leed ver weg. Wat moeten wij met de ellende die er elke dag in de wereld is? Geschiedenis toont ons de lange opeenvolging van ellende in de wereld. Hier in Europa, in het vrije westen, leven we in een interbellum, de vredespauze tussen twee oorlogen. Want dat er oorlog komt is zo zeker als dat na de zomer de winter komt.

Ik had op gezien tegen de voorstelling #minaret. Ik had de trailer bekeken en de aankondiging gelezen. En, eerlijk gezegd, als ik niet had toegezegd om erover te schrijven, zou ik niet gegaan zijn. Vluchtgedrag. Escapisme. Het is omdat ik niet weet wat ik ermee moet. Ik vind het geweldig dat er via theater aandacht voor is, maar ik hoef het niet te zien. Net als dat ik het goed vind dat er concentratiekampen zijn die bezocht kunnen worden – maar ik hoef het niet te zien. Ik steun mensenrechten en ben lid van Amnesty International, maar het blad Wordt vervolgd ligt ongeopend op de trap – ook dat durf ik niet in te kijken. Ik kijk liever weg. Omdat ik het gevoel heb dat ik er niks aan kan doen. Ja, ik doneer en ja ik teken petities en ja ik loop mee met fakkeltochten en demonstraties. Maar ik besteed meer tijd aan Netflix entertainment dan aan pogingen het leed in de wereld te verminderen.

De voorstelling #minaret op de tweede avond van SPRING in Autumn, gaat over het oorlogsgeweld in Syrië, meer precies over Aleppo en de minaret aldaar die in 2013 door oorlogsgeweld is verwoest. Het meest opvallend is de drone die in de lucht hangt. Een drone met een camera die de dansers volgt en filmt en het beeld groot op het achterdoek projecteert. Er is Arabische livemuziek en er is dans. Dus je zou kunnen denken, als je niks weet, dat er gewoon vrolijk gedanst wordt. Maar het geweld maakt mij misselijk. Het lijkt of er lijken liggen. Er wordt met lichamen gezeuld. Er wordt gedanst vanuit angst en wanhoop. Er zijn martelscenes. De drone die alles volgt en vastlegt als een vijandelijke indringer voelt als een constante dreiging. Er is geen privacy. Moderne oorlogsvoering is dronefare. De drones doen het vuile werk en de drones filmen de gevolgen. De mensen blijven op afstand. Maar het geweld van de oorlog wordt er niet minder om. De slachtoffers zijn alleen steeds vaker de ander.

In het nagesprek vertelde Omar Rajeh over wat hem tot deze voorstelling inspireerde en dat was een video die hij op Facebook zag van een drone die een verwoeste stad in Syrië filmde. Rajeh is opgegroeid in Beiroet ten tijde van de burgeroorlog. Libanon wordt thans overspoeld door Syrische vluchtelingen. Oorlog is voor Rajeh heel wat concreter dan het voor ons, Utrechtse Schouwburgbezoekers, is. Oorlog is ofwel ver in het verleden, ofwel ver weg. En zo zal het altijd zijn, dat was de conclusie van de geschiedenislessen op school, in ieder geval impliciet.

De vraag knaagt waarom deze voorstelling zo aangrijpend is, en waarom de Hollywood actiefilms dat niet zijn? Is dat de kracht van kunst? Gaat kunst de wereld redden of tenminste een bijdrage leveren aan een vreedzamer wereld? Gandhi benadrukte dat oorlog slachtoffers maakt en dat het voor de slachtoffers niks uitmaakt wie degene is die hen leed brengt:

What difference does it make to the dead, the orphans and the homeless, whether the mad destruction is wrought under the name of totalitarianism or in the holy name of liberty or democracy. - Ghandi

Hoe zou het zijn als alle strijdende partijen in Syrië deze voorstelling zouden zien, zouden ze dan begrijpen dat het beter is om de strijd te staken en in vrede met elkaar samen te leven? Het is een vraag waar iedereen het antwoord op weet en waarvan we het tegendeel hopen.

& meer

Alles anders Alles anders

Reflecties over SPRING in Autumn, dag 1 door filosoof Floris van den Berg

nieuws
 
Praten met rijstkokers Praten met rijstkokers

Reflecties over SPRING in Autumn, dag 3 door filosoof Floris van den Berg

nieuws
 
 

Alles anders

 

Reflecties over SPRING in Autumn, dag 1 door filosoof Floris van den Berg

Daverende derwisj dans
Bij SPRING is alles anders. Na drie ervaringen op een avond worden de voorstellingen in mijn hoofd vermengd tot één overdonderende belevenis. Na een hele dag achter een scherm werken is de openingsavond van SPRING alsof je gaat stappen in Ibiza. Dat probeer ik mij dan voor te stellen, want ik ben daar nooit geweest. Bij Ghost Writer and the Broken Hand Break begon de doorbraak uit de sleur en gebaande paden gelijk. Bij de ingang stond een bak met oranje chips, dat dacht ik tenminste even, maar het bleken oordoppen te zijn. Meer iets voor een dance party of metal concert. Geen stoelen. Op de zwarte dansvloer wervelden drie dansers rond in drie lichtcirkels. Het publiek zocht een plaats langs de kant. Eerst staande, maar langzamerhand gingen mensen zitten op de dansvloer. De moderne derwisj dans bracht niet alleen de dansers in een trance maar heeft ook op het publiek een hypnotiserende werking. De dans ging over in een concert met de dansers als muzikanten. Er werd al dansdraaiend een gitaar, een drum en een bekken aangereikt. Al draaiende werd er een concert ten beste gegeven. Midden in de voorstelling opeens een moment stilte en stagnatie. Prachtig. 

Wat theater tegenwoordig tot een extra intense ervaring maakt is dat het een van de weinige plekken is waar mensen nog van hun telefoon afblijven. Al ging in de Ghost Writer and the Broken Hand Break een telefoon met luide melodieuze ringtone af. Waar zitten mensen nog zo lang zonder hun aan het scherm gekluisterde blik? Velen zitten op de wc en aan tafel nog met een scherm voor hun neus. Wat tot voor kort heel normaal was – omdat de smartphones er domweg niet waren – is nu bijzonder aan het worden. Theater brengt de focus van attentie van een hele groep mensen samen. Van de individualistische schermen naar de collectieve ervaring. Theater is een intense gedeelde ervaring. Zodra het applaus verstomd grijpt een groot deel van het publiek alweer naar het scherm want daar speelt blijkbaar het echt belangrijke deel van het leven zich af. Dit is geen goedkope cultuurkritiek op anderen. Ik ben guilty as hell. 

De harde muziek waarvan de trillingen in heel je lichaam voelbaar waren, maakte de voorstelling intens. Erover schrijvend word ik duizelig in mijn hoofd. Hoeveel rondjes zouden de dansers hebben gedraaid? Hebben ze alle drie hetzelfde aantal rondjes gedraaid? Draaien ze elke voorstelling dezelfde hoeveelheid rondjes? Hoe voelen ze zich na de voorstelling? Bij het in ontvangst nemen van het applaus leken ze nog vast op hun witte sokken te staan. Een vraag die bij mij opkomt is: bestaat het getal van de som van het aantal rondjes van de voorstelling van vanavond? Als het is opgenomen, is het mogelijk om te tellen. Maar als het niet is opgenomen en niemand heeft geteld, bestaat dat getal dan, ook al is het niet te achterhalen? Wellicht is deze metafysische reflectie over de ontologische status van getallen van standen van zaken in de wereld, mijn doorgedraaide brein.  

Dansen op de vulkaan
Dikwijls heeft moderne dans en theater een minimalistisch decor. Maar niet de voorstelling Crash Park. Die is juist gemaakt rondom een decor. Ik heb in al de jaren geen voorstelling gezien waarbij het doek gesloten was aan het begin van de voorstelling, zoals hier. Regulier zijn eersterangs kaarten duurder, maar bij de vrije placering is er soms vrees voor de voorste rij. En daarom was er nog ruimte genoeg om midden vooraan te zitten. Zonder silhouetten van hoofden in je beeld beleef je het op de eerste rij het meest direct. 

Overlevenden van een vliegtuigramp op een onbewoond vulkaaneiland. Er ligt een vliegtuigwrak en er is een grote rotspartij met palmen, het vulkaaneiland. Het eiland draait. Een laag water op het toneel. Er is een schuimparty. De vulkaan spuwt metershoge vlammen. Er staat een pianola op het toneel die eenzaam zoetgevooisde muziek pingelt. Hoewel de overlevenden een vliegramp hebben overleefd, laten zij zich niet kisten, of is het naïviteit? Ze feesten vrolijk en zien overal de zonnige kant van in. Het eiland wordt een heus party-eiland met een bar en discotheek. Een vliegramp mag de pret niet drukken. Op het toneel ligt nog een afgerukte arm, maar helemaal niks verstoort de obsessieve vrolijkheid van de overlevenden. De voorstelling is een klucht van losse acts met muziek en weinig tekst. Verkleedpartijen naar 17de -eeuwse kleding uit de tijd van Daniel Defoe en diens Robinson Crusoë. Even lijkt het mis te gaan met komst van een zeemonster. Maar het monster wordt verslagen en vervolgens vrolijk op gepeuzeld. Helemaal niks kan de pret drukken. Er wordt gefeest en gedanst, op de vulkaan. En zolang het goed gaat gaat het goed. Après nous le déluge. 

Is de klucht wel een klucht en niet een aanklacht tegen de moderne mens die de rokende vulkaan – de ecologische crisis – in de wind slaat en vrolijk doorfeest alsof er niks aan de hand is? Als SPRING een feest is, is er in ieder geval de reflexieve ondertoon die het publiek aan het denken zet. Er is een ongemakkelijke ondertoon. SPRING biedt weliswaar entertainment, maar je krijgt het niet voor niks. De klucht van Crash Park is de harde werkelijkheid en ook al hebben we het soms door dat we dansen op de vulkaan, we doen alsof we het niet zien. We feesten om te vergeten. Misschien gaat het goed. Zolang het goed gaat, gaat het goed.

Ik moest denken aan dat vrolijke lied ‘met die sombere ondertoon Dansen op de vulkaan’ van De Dijk met daarin de regels:

Dit is de grote vrijheid
Je mag zeggen wat je denkt
Niet dat het iets uitmaakt
Met hoeveel je ook bent
Ze doen toch wat ze willen
Al moet de hele boel vergaan

Chemie van het geluk
Is de apotheek van Dries Verhoeven entertainment of een aanklacht? Het is in ieder geval fascinerend. Voor de Stadsschouwburg staat een onopvallend gebouwtje met een wit kruis. Toen ik er naar binnen wilde kwamen er net wat type drugsdealers uit. Zo bereikt SPRING ook nog eens een ander publiek en wordt het multicultureel. Er passen vier mensen in het krappe gebouwtje. Wie binnengaat komt voor een toonbank waar achter glas een vrouwelijke robot staat die vriendelijk allerlei farmaceutische gelukspillen aanprijst. Ze vertelt waar het voor dient, hoe het werkt, hoe het voelt en wat de bijwerkingen zijn en of het verslavend is. Het zijn gelukspillen. Daar zijn er veel van. Naast de legale gelukspillen die huisartsen en psychiaters voorschrijven zijn er natuurlijk ook de illegale gelukspillen waarvan er veel in Nederland gemaakt worden en waarvan de vaten chemische afval regelmatig in de natuur gedumpt worden. Maar alcohol is ook een middel voor instantane geluksbeleving en afstomping voor de werkelijkheid. En is suiker in de vorm en mate waarin wij het tot ons nemen niet ook een genotsmiddel met als bijwerking obesitas? Het streven naar genot en verdoving is niet nieuw. Roesmiddelen hebben de mensen al millennia verleid en je vindt het in vele culturen. Is geluk voor zoveel mensen dan zo onbereikbaar dat ze naar geluksmiddelen grijpen? Er zijn mensen met psychische problemen, maar hoe kan het dat zoveel mensen zoveel pillen slikken, legaal en illegaal? De apotheek zet – in tegenstelling tot een echte apotheek – aan tot kritische reflectie over waarom we eigenlijk zoveel pillen gebruiken. Het is een apotheek waar je niet met pillen uitkomt, maar met vragen over de aard van geluk en daarmee naar vragen of wij ons leven goed leven en de samenleving optimaal voor een echt gelukkig leven hebben ingericht.  
Niet alleen farmaceuten houden zich met geluk bezig. Er zijn ook filosofen die proberen geluk te bevorderen, zoals Bertrand Russell in zijn boek The Conquest of Happiness (1930). Hierbij een filosofische pil voor geluk. Aan jou om het te proberen: 

A happy life must be to a great extent a quiet life, for it is only in an atmosphere of quiet that true joy can live. 

& meer

Dronefare op de bühne Dronefare op de bühne

Reflecties over SPRING in Autumn, dag 2 door filosoof Floris van den Berg

nieuws
 
Praten met rijstkokers Praten met rijstkokers

Reflecties over SPRING in Autumn, dag 3 door filosoof Floris van den Berg

nieuws
 
 

En wat gebeurt daarna?

 

Blogger Liesbeth Berg-Meulenberg over Ghost Writer and the Broken Hand Break

Kan jij rondjes blijven draaien? 45 minuten lang? En wat gebeurt daarna?

Toneelbeeld
Er staan drie performers op de vloer al cirkels draaiend in een ronde spotlight. Ze draaien 45 minuten lang om hun as. Of zijn het muzikanten? In het begin zijn de adem en de wind die ze al draaiend maken de muziek. Daarna wordt deze overgenomen door muziekinstrumenten die de performers al draaiend krijgen aangereikt.

Wat nou als je hele wereld een cirkel is waar je rondjes in blijft draaien? Wat nou als je hele wereld rondjes draait? Of nog erger: als je maar om de kern heen blijft draaien en niet uit je afgebakende cirkeltje komt?

Einde=begin
De ronde spotlights zelf gaan ook draaien. Het hele wereldbeeld verschuift. Je staat steeds in iemand anders cirkel. Zonder de houvast van de regels, begint de onderlinge afstand tussen de performers te wisselen. En dan gaat plots het licht aan: einde.

Terwijl het voor mij dan pas echt begint. Wat gebeurt er met mensen als hun framework wegvalt, hun vaste kaders? Blijven ze dan toch zo lang mogelijk doorgaan in hun ritme of gaan ze afwijken van hun routine? Compleet losgeslagen?

& meer

 

Chombotrope stelt vragen over macht, eigendom en de toekomst

 

Een interview met Stephanie Thiersch en Kefa Oiro over het fashionconcert Chombotrope. 
Bron: Berliner Festspiele.

 

The Jitta Collective is een collectief van verschillende kunstenaars, dansers en muzikanten onder leiding van de Keniaanse danser, choreograaf en regisseur Kefa Oiro en de Duitse choreografe en mediakunstenaar Stephanie Thiersch. In 2017 maakte The Jitta Collective de voorstelling Chombotrope, die op 2 november haar Nederlandse première heeft op SPRING in Autumn.  


Voor welke reis is het publiek uitgenodigd in Chombotrope?
Thiersch: Een zeer diverse reis, een zeer kleurrijke reis.
Oiro: Het is ook een open reis, een open reis van herontdekking.


Wat betekent ‘chombotrope’?
Oiro: Het is een verzonnen woord, een uitvinding. ‘Chombo’ is het Swahili-woord voor container/vaartuig en ‘Trope’ is de visualisatie van een poëtische uitdrukking. We hebben het samen gemengd. ‘Chombotrope’ is voor ons de container waarin we ons bevinden en waarin we samen de reis maken, van de ene geografie naar de volgende.


Op welke manier beschouw je mode of kleding als een machtsinstrument?
Thiersch: Mode is een stijl en het betekent ook iets. Je kunt je personage veranderen met mode. En in dit stuk praten we veel over het gebruik en misbruik van macht, en mode is daar een instrument voor. Het kan nepmacht zijn, het kan nepzwakte zijn, het kan echte macht of echte zwakte zijn. Mode is een manier om met deze begrippen te jongleren. En het is natuurlijk ook een manier om jezelf uit te drukken. En uiteindelijk is het een manier van vrijheid, vrijheid van meningsuiting en fantasie. Dat vind ik een belangrijk onderdeel van ons werk.

Oiro: Het gaat ook over een definitie van eigendom. Er zijn verschillende groeperingen en klassen en de identiteit erachter. Vooral in Kenia hebben we veel conflicten over waar het eigendom ligt en waar de klasse zich verdeelt. Dus er is een sterk gevoel van eigendom eromheen.


Wat is je artistieke strategie om macht en eigendom in vraag te stellen en te deconstrueren?
Thiersch: Ik denk dat het feit dat we ons hebben samengebracht en we allemaal samenwerken. Het meest interessante deel van de reis is dat we in verschillende landen waren voor de curatie van het collectief. Maar we zijn het grootste gedeelte van de tijd niet in repetitieruimtes geweest, maar hebben de tijd genomen om de problemen besproken. Wat niet betekent dat onze aanpak in principe politiek is, maar het is een deconstructie van elk probleem dat we hebben, omdat we licht werpen op zeer verschillende perspectieven van hetzelfde probleem. Het is dus een deconstructie, het wordt gefragmenteerd. Het opent vragen en geeft niet noodzakelijk antwoorden.


Hoe hebben jullie elkaar gevonden als collectief?
Oiro: De route naar Chombotrope begon toen Stephanie en ik naar de problemen van kleding keken. Hoe kleding een transformatie doormaakt. Het gaat van Europa helemaal naar Afrika als tweedehands kleding en wordt daar een economie. We begonnen deze route te verkennen en deze heette mitumba, waar we een mode setting creëerden en over al deze vragen spraken. Dat gaf een impuls om hier nog meer mee te doen. Van daaruit zijn we er een onderzoek gestart. Stephanie stelde voor om met verschillende mensen samen te werken. Toen zijn we op onderzoek-reis gegaan naar Kenia en Oeganda en ontmoetten daar interessante mensen. De modeontwerper waarmee we samenwerken hebben we ontmoet in Oeganda en andere interessante mensen zoals muzikanten en DJ's in Nairobi. Door dit onderzoek, dat ons van de ene locatie naar de andere bracht, hebben we interessante mensen ontmoet en met hen hebben we onze materialen gezamenlijk gedeeld.


Beschouwen jullie Chombotrope als een afro futuristisch stuk?
Thiersch: We hebben veel over Afro futurisme gesproken, maar ik denk dat Chombotrope iets op zichzelf is, en ik zou ons geen makers van Afro futurisme noemen. Maar het is wel iets dat dicht bij ons staat. En we kijken absoluut niet achterom, we kijken in de toekomst. We hebben het over eigendom en nieuwe identiteiten en dat gaat zeker over de toekomst. Dus daar komen we wel in de buurt van Afro futurisme, maar ik wil ons toch geen Afro futuristen noemen. De definitie komt ook meer uit de Verenigde Staten, toch?
Oiro: Ja. Maar ik wil ook het label ‘afro’ schuwen, we houden ons niet aan dat soort labels. En net zoals Stephanie zegt, kijken we niet terug maar naar de toekomst. Het is open en vrij om gewoon te dromen en te fantaseren. We laten het aan het publiek om verdere beslissingen te maken, maar we houden ons zelf niet aan dat label.

 

Chombotrope vindt plaats op zaterdag 2 november op SPRING in Autumn.

& meer

 

Kan een stad sterven?

 

Een director’s note over #minaret door Omar Rajeh

Kan een stad sterven? En met die stad, de normen en waarden, de idealen en principes, de geschiedenis en cultuur waar die voor staat? Zou het mogelijk zijn om die plek opnieuw tot leven te wekken? Deze voorstelling is een daad van verzet tegen de verwoesting en onttakeling van een van de oudste steden ter wereld. Het is een ontmoeting tussen hedendaagse dans, beeldende kunst en een soundscape die is geïnspireerd door het muzikale erfgoed van Aleppo. Een ontmoeting die ons meeneemt naar het hart van de stad, die het culturele en artistieke erfgoed van die stad onderzoekt, en onze houding ten opzichte van de verwoesting ervan bevraagt. Wat blijft er over? Alles om ons heen is in beweging, verandert en verschuift. We ondergaan de chaos van menselijke, sociale, godsdienstige en politieke conflicten. Het is een grote ‘bazaar’ van verloren menselijke waarden en gebrainwashte geesten. We zijn getuigen van een misselijkmakend applaus voor extremisme, conservatisme en fanatisme.

Violence / Violation
Het zien van verwoeste steden en de dood of het lijden van zoveel mensen roept heel veel vragen bij ons op. Wat kan ik doen? Moet ik iets doen? Ben ik schuldig? Negeer ik het? Wat is mijn rol hierin? Kan ik er iets aan veranderen?  
Het is duidelijk dat de confrontatie met zulk grootschalig bloedvergieten en de stilte vanuit de internationale gemeenschap gevoelens oproept van hulpeloosheid en machteloosheid. Deze voorstelling richt zich specifiek op het moment waarop we onszelf afvragen waar we staan en welke positie we innemen. Hoe te handelen, en hoe kunnen we op een verantwoordelijke manier reageren en vasthouden aan onze normen en waarden? 

Dat biedt ruimte voor een bredere discussie over de rol van cultuur en het vermogen van kunst om veranderingen in gang te zetten, en op een effectieve manier weerstand te bieden en bij te dragen aan het verdedigen van de menselijke waarden. En bovendien om te vragen hoe we kansen op verandering kunnen creëren in plaats van de structuren en mentaliteit waarop we kritiek hebben, in stand te houden. Het is nu van belang dat we ons afvragen tegen wie we in verzet zijn. Zijn het de vechtende tegenstanders, de partijen die met elkaar in conflict zijn, die eigenlijk een resultaat of uitkomst zijn van een onderliggende verborgen logica en beleid die onze wereld in een bepaalde greep heeft? Moeten we daar niet tegen in opstand komen? De barbaarse verwoesting van Aleppo herinnert mij aan de verwoesting door Israëlische gevechtsvliegtuigen en een niet-aflatende burgeroorlog, van mijn eigen stad Beiroet in 1982. Tegelijkertijd licht het de verwoesting uit van zoveel steden in de recente geschiedenis. De verwoesting van Aleppo nu is geen natuurramp, net zoals die van Grozny of Berlijn in het verleden dat niet waren. Het is een duidelijk, direct besluit tot uitschakeling. Niet alleen van de gebouwen in de stad, maar ook van de inwoners, cultuur, geschiedenis, normen en waarden, en de toekomst van die stad. 

We zitten in verwarring voor onze schermen en zijn getuigen van het bloedbad via de media. We volgen de dagelijkse opsomming van het geweld. Een absurd fictief scenario, of zo lijkt het misschien, dat ons meer en meer vervreemdt van elkaar en de afstand vergroot. De werkelijkheid wordt door de onderdrukker verschoven. Die heeft niet alleen de ‘macht’ om te vernietigen, maar ook om onze positie ten opzichte van die vernietiging te manipuleren. 


#minaret is op vrijdag 1 november te zien tijdens SPRING in Autumn. 

& meer

 

Jaha Koo en zijn praatgrage rijstkokers

 

Twintig jaar geleden kende Zuid-Korea een grote economische crisis, vergelijkbaar met de financiële beurscrash in de Verenigde Staten en Zuid-Europa in 2008. Deze crisis had een grote impact op de jonge generatie waartoe de Zuid-Koreaanse kunstenaar Jaha Koo behoort. Problemen zoals jeugdwerkloosheid en socio-economische ongelijkheid zijn niet ongewoon in zijn thuisland. Maar hoe groei je op in zo’n maatschappij? Cuckoo is een combinatie tussen eigen persoonlijke ervaringen, politieke gebeurtenissen en reflecties over geluk, economische crisissen en de dood.

Cuckoo is een Zuid-Koreaans merk voor rijstkokers. Dat Koo een rijstkoker inzet als metafoor voor het hoogtechnologische Zuid-Korea, is het gevolg van een persoonlijke tragedie. Hij verloor zes vrienden door zelfmoord. “Kort nadat ik in Europa was aangekomen in 2011, pleegde een schoolvriend zelfmoord. Toen de rijstkoker die ik naar hier had meegebracht, meldde dat mijn rijst klaar was, voelde dat plots erg troostend. Het deed me dieper nadenken over de problemen in Zuid-Korea.” - De Standaard (22 FEB 2018) – Gilles Michiels. Wie had gedacht dat een machine met je mee kan leven? 

Jaho Koo en zijn vier gehackte huishoudtoestellen vertellen een bitterzoet verhaal over het leven tijdens de schrijnende recente geschiedenis. Het ‘hacken’ van de technologie van de rijstkokers is een krachtige beweging om de technologie opnieuw in eigen handen te nemen. De vier toestellen raken vermengd in een discussie rond de wenselijkheid van ‘smart’ toestellen, vanuit een origineel en grappig perspectief van de machines zelf. C4 is jaloers op de niet geüpgradede C1. C2 verwijt C3 dat zij door haar toegenomen intelligentie niet langer in staat is om haar basisfunctie, rijst koken, uit te voeren en zo haar bestaansreden is verloren. 

“In tijden van de gps met irritante stemmen en een hilarische Siri doorbreekt Koo de absolute grens die we als mens willen bewaren tussen mens en machine/robot. Hoe we zelf nog mens kunnen zijn, is de existentiele vraag die in de Cuckoos vervat zit.” - Tumult

"Cuckoo feels like a peculiar kind of dream, a communication from your subconscious, offering some truth you’ll never be able to translate into words." - Exeunt magazine

 

Cuckoo is op zaterdag 2 november te zien op SPRING in Autumn.

& meer

 

Wat komt er na de catastrofe?

 

Dramaturge van Crash Park, Camille Louis, schrijft een reflectie op de voorstelling. Is de crash in Crash Park het einde of een nieuw begin?



Crash Park toont een visie op onze moderne wereld. Het leven overal ter wereld is een rampenparcours waarop alles langzaam uit elkaar valt - de verlichtingsidealen, de wetenschappelijke vooruitgang en de economie die van de ene crisis in de andere belandt, de idealen van het humanisme en, nog belangrijker, de mensheid. We zijn met z’n allen aan het wegzakken. Het vallen is in onze levens een vast gegeven geworden en daardoor zijn we haast niet meer in staat in opstand te komen. En wij overlevenden, achter de hekken van onze eigen eilandjes, zien het schip stranden, kunnen niet wegkijken, zijn gebiologeerd, staan vastgenageld. Ook wij zijn gecrasht. 

Maar als we die crash nu eens niet zouden zien als een einde, als het onontkoombare lot van het pad van de mensheid, maar als een begin? Wat komt er na die gedwongen catastrofe, nadat de taal zoals we die kennen, waar we autoriteit aan toekennen en die onze gedachten ordent, wegvalt? In het theater wordt het moment waarop de taal zich bevrijdt uit de normale, gekende kaders gezien als een poëtische daad, een weg uit ‘ons’ rationele denken richting de onbegrensde verbeelding, de fabel, de onvermoede mogelijkheid dat feit en fictie samengaan. De hedendaagse maker Philippe Quesne neemt ons mee naar een gebied waar hij graag vertoeft; tussen het theater van het verleden dat zo dol is op beginnen (het begin van een wereld, het begin van een taal, vaak zonder woorden, het begin van een beeld, etc.) en het heden dat steeds maar weer volgt. 

In dit gebied tussen verleden en heden keert Quesne de beelden om. Het eiland in het stuk lijkt eenvoudig, er gebeurt niet veel, er zijn geen geheimen. Alsof het er altijd al geweest is. Dit eiland staat niet voor het tragische heden. Het is een kleine utopie waar we naartoe zijn gevlucht in een lichtzinnige bui. Het noodlot bestaat hier niet. Het stuk begint met een ramp en wat er overblijft neemt de vorm aan van gedeelde tijd, een gezamenlijk doorgebrachte periode waarin we ons bevinden en onszelf bezighouden. De vreemde overlevenden van de vliegtuigramp proberen ons te verleiden tot bezigheden die niets te maken hebben met discussiepunten over de wereld. Ze staan voor wat overblijft, de restanten van de Utopia’s van vandaag die volgens de doemdenkers hebben afgedaan; bouwputten in de stad, stedelijke pop-ups, gemeenschapsgebouwen, vormen van bezetting die kunnen voortbestaan niet dankzij sociale regels maar eenvoudigweg omdat wij eraan vasthouden. Samen zonder layout. 

Voordat het omheinen van onze levens het nieuwe normaal werd in de almaar uitdijende wereld die ons uit elkaar drijft op kleine eilandjes omringd door een bewaakte zee, voordat het woord ‘park’ werd teruggebracht tot slechts één betekenis (‘afgesloten ruimte’), was een park een heterotopie, een ‘andere ruimte’ zoals een tuin of een eiland, zomaar naast ons. Soms geeft een kunstenaar of dromer ons een rondleiding door dit park, die andere ruimte. Die neemt ons niet mee terug naar een verloren verleden, maar naar een kruispunt tussen een eindeloos ‘vroeger’ en een ‘daarna’, dat het heden wordt van waaruit een nieuw begin mogelijk is.

 

Crash Park is donderdag 31 oktober te zien op SPRING in Autumn.

& meer

 

Tollen, draaien, wervelen

 

Een gesprek met Miet Warlop over Ghost Writer and the Broken Hand Break, "een tol die uit mijn werk vliegt en draait", aldus Warlop. Interview door Tineke De Meyer.

 

Hoe is die muziek erin geslopen?
Warlop: "Ik zoek eigenlijk altijd naar materiaal dat me niet eigen is, om iets mee uit te drukken. Hoe kan ik dat dynamischer maken? Hoe kan je iets dat bestaat shaken en weer uitgooien volgens je eigen logica? In Mystery Magnet was dat een onderzoek naar schilderkunst. In mijn solowerk waren het gipsen sculpturen. Bij Fruits of Labor was het muziek, beeld en (draai)beweging. Het was verfrissend om plots muziek in mijn beelden te zien sluipen... iets wat straight to your soul gaat. Ik besloot dat ik live muziek wou, maar dan wel zonder de muzikanten te verstoppen zoals zo vaak gebeurt. Als we muziek gebruiken, gaan we écht muziek gebruiken. Zo heeft die voorstelling zichzelf ergens anders heen gebracht. Het heeft geen zin de slaaf van een idee te zijn en verder te gaan in een gecrispeerde energie. Dus ik liet dat draaien los. Maar het bleef in mijn hoofd hangen. Daar is nu Ghost Writer and the Broken Hand Break uit voortgekomen."

'Ghost Writer', dus. Wie schrijft er?
"In de voorstelling vermengen we teksten van mij en Raimundas – een hele goede, beeldende schrijver waarmee ik in Marseille heb samengewerkt. Maar ja, wie schrijft je verhaal? Mensen zeggen 'Iedereen schrijft zijn eigen verhaal', maar niets is minder waar. Zelfs al wil je je eigen verhaal schrijven, als de wereld niet meewerkt, heb je het niet in de hand. Dingen overkomen je. Die gedachte bracht trouwens vanzelf the Broken Hand Break met zich mee. Je bent gewoon aan het gaan, als mens. Dealen met wat op je weg komt. Het is dus helemaal niet wild bedoeld, eerder intiem. In Fruits of Labor was ik eigenlijk ook gewoon een ritueel voor de wereld aan het maken om eens te kunnen lachen met of uitademen bij collectieve angsten. Dat doet deugd."

Dat draaien heeft ook een sacrale connotatie.
"Ja, maar wij zijn veeleer geïnteresseerd in het ontheiligen. Eerder dan reiken naar iets dat ons overstijgt, trekken wij het naar de grond. Dat draaien is een toestand die er ook is als we het niet fysiek staan te doen. Ik had ook graag gehad dat we iets konden drinken tijdens het draaien. Het is zoals met 100.000 liter verf gooien op een podium. Is dat mooi? Nee, maar de onderliggende energie zorgt ervoor dat het publiek een vrijheid voelt. Ik denk dat alles draait rond de attitude waarmee iets gebeurt, waarmee je iets oppakt en ergens anders neerzet."

Je titel suggereert een narratief, gaat er een verhaal aan je voorstelling vooraf?
"Het is eerder een momentaan nadenken. Een soort van uitkomst. Als je door mijn werk zou schuren, langs al die beelden en sculpturen, dan zie je me op het einde van de rit draaien met z’n drieën. Niet echt connected, maar ook niet los van elkaar. De eenvoud daarvan – niet één prop, geen materiaaltruc – is voor mij redelijk uitzonderlijk. Dat draaien betekent voor mij in rust zijn, in je eigen wereld. I need a break: Wat is mijn werk in stilstand? Wat is mijn leven, waar gaat het heen? Wie ben je, waar sta je voor? Ghost Writer and the Broken Hand Break is in feite als een tol die uit mijn werk vliegt en draait."

Je werk in stilstand is dus in feite een volgehouden concentrische beweging. Je geest in rust blijft een wervelwind?
"Je kijkt naar de aaneenschakeling van nu, nu, nu, nu, nu - tot je een soort van overzicht hebt. Daaruit construeer je je herinnering. In de chaos blijf je zoeken naar de middenas. Met grote vragen, maar tegelijk als een hond die zijn eigen staart najaagt. De onrust in je hoofd, je lichaam en je wereld gaat nooit weg. Je moet gewoon chillen en leren omgaan met het feit dat niets vaststaat. En dat is ook het enige dat er te leren valt aan die hele draaitechniek. Basically het leven."

Dus die draaitechniek is niet meer dan een gedachte?
"Je hoofd en je lichaam moeten één worden met de ruimte die rond je draait. Je hoofd is gewend aan vaste frames. Zodra die wegvallen, kan je eigen hoofd je neermaaien. Je moet je brein dingen aanleren. Caress your brain, everything is fine. Van staan naar draaien, van kijken naar staren, van ademen naar zingen. We kunnen tijdens dat draaien letterlijk niet zien wat er precies rondom ons gebeurt. Wij staan eigenlijk blind in jullie midden, die naar ons kijken. We kunnen geen gevaar zien komen. Die specifieke manier van daar zijn, kan alleen bestaan binnen deze ‘muren’. Na het draaien gebruik je je hand om te weten waar je bent. Dat is het vaste frame dat je altijd bij hebt. Je hand is je rem. It's you."


Ghost Writer and the Broken Hand Break is donderdag 31 oktober en vrijdag 1 november te zien op SPRING in Autumn.

& meer

 

SPRING ontvangt EU- en FPK Nieuwe Maker subsidie

 

Trots! SPRING heeft fijne subsidies ontvangen. Met “Moving Borders”, het Europese netwerk van zeven culturele organisaties, gaat SPRING met steun van de Europese Unie de komende twee jaar een sociaal-maatschappelijk kunstproject ontwikkelen dat ontmoetingen tussen mensen van verschillende achtergronden en milieus in de stad initieert. Daarnaast kan de jonge interdisciplinaire maker Samira Elagoz zich met de Nieuwe Maker subsidie van Fonds Podiumkunsten de komende twee jaar ontwikkelen bij SPRING. We produceren haar komende twee producties en begeleiden haar in de ontwikkeling van een eigen artistieke signatuur. Lees hieronder meer!

 

Europese subsidie voor Moving Borders

SPRING is onderdeel van het Europese project “Moving Borders”. Samen met zes andere Europese culturele instellingen ontvangt het netwerk € 200.000,- van het Europese financieringsprogramma Creative Europe. In het tweejarig project "Moving Borders" ontwikkelen de partners een sociaal-maatschappelijk kunstproject om ontmoetingen tussen mensen van verschillende achtergronden en sociale milieus te initiëren en waarin het onderwerp “grenzen” op verschillende manieren wordt onderzocht. Het netwerk produceert zeven verschillende edities van het project die elk inzoomen op de zeven Europese steden waar het project wordt gepresenteerd. De Europese culturele partners zijn HELLERAU – European Centre for the Arts (Duitsland), Le Maillon / Théâtre de Strasbourg (Frankrijk), Ringlokschuppen Ruhr (Duitsland), Teatro Municipal Do Porto (Portugal), Onassis Cultural Centre Athens (Griekenland) en Performing Arts Institute Warschau (Polen).

 

Nieuwe Maker subsidie voor Samira Elagoz

SPRING ontvangt voor de interdisciplinaire maker Samira Elagoz de Nieuwe Maker subsidie van Fonds Podiumkunsten. Met deze subsidie ondersteunt SPRING Samira in de ontwikkeling van een eigen artistieke signatuur en in het creëren van productie- en presentatiemogelijkheden. Haar komende twee producties worden op SPRING Performing Arts Festival vertoond.

Samira Elagoz (1989) is een van de meest opmerkelijke jonge makers die de afgelopen jaren van de SNDO (School for New Dance development, Amsterdam) is afgestudeerd. Haar werk is zeer persoonlijk en zit tegelijkertijd bovenop de belangrijke maatschappelijke en politieke debatten van deze tijd. Het wordt sterk gekenmerkt door de manier van leven en communiceren van Samira’s generatie. Hoewel Samira een dansopleiding gevolgd heeft, maakt zij geen dansproducties. Samira werkt transdisciplinair en in verschillende genres en contexten en ze zoekt naar nieuwe vormen om te reflecteren op deze tijd en de uitdagingen waar we voor staan. Ze maakt zowel voorstellingen als films en video-installaties. Ze combineert en schakelt met opvallend gemak tussen verschillende kunstvormen. In 2017 presenteerde SPRING met succes twee werken van Samira Elagoz; haar afstudeervoorstelling van de SNDO Cock, cock, who’s there? over online dating, seks, geweld en de vervagende grens tussen publiek en privé, en de film Craigslist Allstars over haar eigen intieme ontmoetingen met mannen. SPRING en Samira Elagoz gaan nu de samenwerking intensiveren.

 

Foto: Cock, cock, who's there? van Samira Elagoz

& meer

 

Nieuwe lichting makers Standplaats Utrecht

 

Abhishek Thapar, Julian Hetzel en iona&rineke worden de drie nieuwe makers binnen Standplaats Utrecht. Zij krijgen twee jaar lang vanuit de locatie Fort Blauwkapel de kans om onderzoek te doen, nieuw werk te ontwikkelen en connecties te maken in en met de stad. Standplaats Utrecht is een plek voor talentontwikkeling van podiumkunstenaars. De Standplaats is in 2018 opgezet door vijf Utrechtse podiumkunstinstellingen (Het Huis Utrecht, Theater Utrecht, SPRING Performing Arts Festival, DOX en Het Filiaal theatermakers) en wordt financieel ondersteund door de gemeente Utrecht. Het doel van de Standplaats is talentvolle theater- en dansmakers duurzaam aan de stad te verbinden. 

De makers binnen Standplaats Utrecht volgen een tweejarig traject waarin ze hun werk ontwikkelen en dat op nieuwe manieren verbinden met de stad. Dit doen ze vanuit de thuisbasis van Standplaats Utrecht, Fort Blauwkapel, aan de rand van Overvecht. Een korte beschrijving van het werk van de drie geselecteerde makers:

 

iona&rineke
Iona&rineke is het muziektheatergezelschap van schrijvers, theatermakers en performers Iona Daniel en Rineke Roosenboom. Daniel en Roosenboom studeerden af aan de opleiding Writing For Performance op de HKU, en maken sindsdien fictief documentair theater met een spannende combinatie van nieuw geschreven livemuziek en teksten. Hun voorstellingen Rumspringa en Kill all kids werden lovend ontvangen vanwege de prettige verwarring over feit en fictie die ze bij hun publiek zaaiden. Met hun focus op jong publiek, hun prikkelende themakeuzes, een sterke nieuwsgierigheid naar andere makers en de wereld buiten het theaterveld en de mooie mengvorm van muziek en spel, sluiten iona&rineke uitstekend aan bij de missie van Standplaats Utrecht om interessante makers een netwerk en ontwikkelingsplek te bieden.

 

Julian Hetzel
Julian Hetzel rondde in 2013 zijn masteropleiding aan DasArts af en ontpopte zich daarna al snel tot een van de interessantste theatermakers van de Benelux. Julian toonde zijn eerste werken bij Festival a/d Werf en later bij SPRING. Zijn stichting is gevestigd in Utrecht. In het werk van Hetzel staat vaak de medeplichtigheid van het publiek binnen een politiek-maatschappelijke context centraal. Zijn jarenlange samenwerking met SPRING leverde internationaal bejubelde voorstellingen als Schuldfabrik op. Hetzel is de gedroomde kandidaat voor Standplaats Utrecht vanwege zijn enorme engagement, zijn artistieke vitaliteit en het feit dat Standplaats Utrecht hem een vaste basis in Utrecht kan bieden: zijn internationale succes verdient een stevigere ondersteuning in Nederland.

 

Abhishek Thapar
Abhishek Thapar studeerde eveneens af aan DasArts, in 2017. Het werk van de uit India afkomstige maker richt zich op een intieme verbintenis met zijn publiek, waarbinnen hij grote maatschappelijke thema’s aansnijdt, zoals de etnische strijd in zijn geboorteland India, of het globale probleem van e-waste (elektronisch afval). Thapar is een goede bekende van Het Huis. Hij is een terugkomende resident en toonde zijn werk o.a. bij de Makersdag en Meet the Artist. Zijn lecture performance My home at the intersection werd zeer goed ontvangen en leverde hem een internationale tournee op. Vanwege de verbindende kracht van zijn werk, zijn artistieke intelligentie en zijn oprechte nieuwsgierigheid naar anderen, past Thapar binnen het op uitwisseling en ontwikkeling gerichte makersplatform Standplaats Utrecht. 

& meer

Standplaats serveert Standplaats serveert

Tijdens Standplaats serveert op 21 juni zetten wij de deuren van Standplaats Utrecht voor het eerst wagenwijd open.

nieuws
 
Lancering Standplaats Utrecht Lancering Standplaats Utrecht

Muzikant en performer Genevieve Murphy, beeldend kunstenaar en ontwerper Jan Fedinger en hiphop-theatercollectief DIEHELEDING zijn de eerste makers die aan de slag gaan bij Standplaats Utrecht. De nieuwe plek voor talentontwikkeling wordt op 24 november feestelijk gelanceerd.

nieuws
 
 

OFFICIAL AFTERMOVIE SPRING 2019

 

SPRING 2019 ging over robots en mensen, over culturele identiteiten en wereldwijde verbanden, over de mensen en de stad. Geniet van onze uitgebreide terugblik op een wel heel bijzondere editie, één die we nooit meer gaan vergeten!

Tot volgend jaar!!

Video: Chris van Ijken

 

& meer

 

Standplaats serveert

 

Standplaats Utrecht is een plek waar wij als kunstenaars ruimte hebben om ons werk te ontwikkelen. Het verbindt talentvolle theater- en dansmakers aan de stad Utrecht en is een samenwerking tussen vijf Utrechtse instellingen: Het Huis Utrecht, Theater Utrecht, DOX, Het Filiaal theatermakers en SPRING. We begonnen zes maanden geleden en gooien nu de deuren voor het eerst voor publiek open om te laten zien waar we aan werken. Kom kijken, luisteren, eten en ervaren.

Vrijdag 21 juni geven performing-composer Genevieve Murphy, beeldend kunstenaar Jan Fedinger, en hiphop-theatercollectief Dieheleding tijdens Standplaats serveert een eerste kijkje in de keuken van Standplaats Utrecht. Op verschillende plekken in Fort Blauwkapel geven de makers korte presentaties en tussendoor kun je genieten van een heerlijke maaltijd. Hiphop theatercollectief DIEHELEDING speelt korte scenes uit hun nieuwe voorstelling 1001. Lichtontwerper Jan Fedinger neemt je tijdens een live-set voor modulair synthesizer en licht mee op een reis om ruimte door oren en dromen te verkennen. Genevieve Murphy toont de installatie They Move Differently Here, dat onderdeel is van haar nieuwe voorstelling dat in september in première gaat op Gaudeamus. 

Kies uit een van de data en tijdstippen en bestel je ticket voor €15 inclusief maaltijd/lunch!
Vrijdag 21 juni 18:00u-23:00u: Tickets

We zien je graag tijdens Standplaats seveert!

Foto: Dieheleding

& meer

 

Afleveringen SPRING Radio 2019

 

In het weekend werd vanuit het Festivalhart radioverslag gemaakt van SPRING. Luuk Heezen ging in gesprek met de SPRING kunstenaars. Daarnaast was elke uitzending een festivaldirecteur, vrijwilliger of fan te gast. Heb je een uitzending gemist of wil je ze graag nogmaals zien? Klik op de links hieronder!

Aflevering 1
Gasten: Rainer Hofmann, Shira Eviatar, Lotte Verkaik
Artistiek directeur Rainer Hofmann bespreekt zijn tips voor het festival.
Choreografe en danser Shira Eviatar vertelt over haar inspiratiebronenn en motivatie om haar voorstelling Eviatar/Said & Rising te maken.
Bezoeker Lotte Verkaik deelt haar ervaring met de voorstelling Transfrontalier.

Aflevering 2
Gasten: Karlien Vanhoonacker, Fang Yun Lo, Marlise Trouwborst
Artistiek adviseur Karlien Vanhoonacker vertelt naar welke voorstellingen zij uitkijkt.
Choreografe Fang Yun Lo gaat in op haar familiegeschiedenis en het startpunt van de voorstelling Unsolved.
Performer Marlise Trouwborst bespreekt het werk Ephemeral Data, waar ze aan meewerkt. 

Aflevering 3
Gasten: Jelstje In der Rieden, Silke Huysmans & Hannes Deerere, Ayham Fattouh
Zakelijk directeur Jeltsje In der Rieden onthult haar favorieten van het festival.
Theatermakers Silke Huysmans & Hannes Deerere maakten een voorstelling over een leeggemijnd eiland en vertellen over hun reis naar Nauru. 
Vrijwilliger Ayham Fattouh begeleidt bezoekers tijdens hun wandeltocht in PoroCity en beschrijft zijn ervaring. 

Aflevering 4
Gasten: Karlien Vanhoonacker, Joost Maaskant, Gido Broers & Ellen van de Mortel
Artistiek adviseur Karlien Vanhoonacker bespreekt de voorstellingen die er voor haar uitsprongen.
Soundproducer Joost Maaskant gaat in gesprek over het tweede deel van PERMANENT DESTRUCTION en zijn werk als soundproducer.
Bezoekers Gido Broers & Ellen van de Mortel waren aanwezig bij de voorstelling Uncanny Valley en vertellen hoe het is om een robot op het toneel te zien.

Aflevering 5
Gasten: Rainer Hofmann, Kris Verdonck, Jacquelina Berkhout
Artistiek directeur Rainer Hofmann blikt terug op een geslaagd festival.
Kunstenaar Kris Verdonck vertelt over zijn voorstelling SOMETHING (out of nothing) die tijdens SPRING in premiere ging.
Vrijwilliger Jacqueline Berkhout vertelt over het bijzondere uitwismoment van Ephemeral Data.

SPRING Radio werd mede mogelijk gemaakt door Mister Motley.

We zien je graag volgend jaar terug bij de uitzendingen van SPRING Radio.


© Anna van Kooij

& meer

 

SPRING 2019: Geslaagde editie over technologie vs. de mens

 

De zevende editie van SPRING Performing Arts Festival is voorbij. We hebben genoten van het festival dat ging over het spanningsveld tussen technologie en menselijkheid. Kunstenaars Boris Charmatz en Jeroen van Loon brachten een ode aan de vergankelijkheid in deze tijd waarin alles digitaal bewaard blijft. De invloed van technologie op het menselijk lichaam werd onderzocht door Stefan Kaegi van Rimini Protokoll en Kris Verdonck & ICK.

SPRING 2019 trok 21.000 bezoekers. In totaal presenteerden we 20 producties met 73 voorstellingen, waarvan 14 Nederlandse premières en 3 wereldpremières.

SPRING 2019 bracht stemmen vanuit de hele wereld naar Utrecht. In het strijdbare Transfrontalier volgden publiek en toeschouwers de Kameroense kunstenaar Zora Snake in het parcours van de vluchteling door het centrum van Utrecht. De spectaculaire openingsvoorstelling Attractor van de Australische dansgezelschappen Dancenorth en Lucy Guerin Inc en Indonesisch muzikaal duo Senyawa zorgde voor een collectieve trance. De Vlaamse theatermakers Silke Huysmans & Hannes Dereere deelden via hun smartphones het tragische verhaal van het door mijnbouw uitgeputte eiland Nauru met het theaterpubliek.
 
Eén van de publieksfavorieten van SPRING 2019 was de bondage performance BUNNY. Luke George & Daniel Kok creëerden een intieme sfeer waarin ze de grenzen van collectieve verantwoordelijkheid onderzochten en ze het volledige vertrouwen van het publiek kregen. Naomi Velissariou speelde in een productie van Theater Utrecht het tweede deel van haar PERMANENT DESTRUCTION-trilogie. Een radicaal theatraal concert dat enthousiast werd ontvangen door pers en publiek. Het verbluffende All Around, een duet van choreograaf Mette Ingvartsen en drummer Will Guthrie, was een bijzondere afsluiting van het festival. 

We zien je graag terug bij SPRING in Autumn!

 

© Anna van Kooij

& meer

 

Schijnbare macht en totale overgave

 

‘WAUW…’ meer woorden kwamen niet uit me toen ik de zaal uitliep na de interactieve performance BUNNY van Daniel Kok en Luke George. In geleidelijke stappen nemen George en Kok hun publiek mee in een collectief experiment over macht en overgave. Als ik de zaal betreed weet ik het nog niet, maar ik zal deel uit gaan maken van deze performance…

Vooraf krijg ik een boekje dat lijkt op een ikea-handleiding: er in staan verschillende knooptechnieken en achtergrondverhalen. Ik blader er wat doorheen maar snap nog niet goed wat ik met deze informatie moet. Op die hemelsblauwe vloer is ‘meester’ George bezig met het ‘ophangen’ van Kok in een complex netwerk van donkere touwen. Kok draagt een grijze strakke sportbroek en een kostuum van macramé-gevlochten touwen. George draagt vele neonkleuren, van neongele touwen die op zijn borst een ster vormen tot een felroze kimono. De opgewekte kleuren lijken in contrast te staan met de spanning die voelbaar wordt tussen alle aanwezigen.

De eerste interactie met het publiek komt van George die, nadat hij zijn eigen benen heeft vastgebonden, aan een toeschouwer vraagt zijn handen vast te maken. ‘Real tight’, zegt hij nog. Dan neemt hij plaats op de vloer, terwijl Kok ronddraait in zijn web van touwen. Op den duur gaat de draai langzamer en langzamer, en nodigt George het publiek uit tot een tweede interactie: ‘Let’s keep him spinning’. Deze open uitnodiging geeft de kans aan nieuwsgierigen om deel te nemen aan de performance, maar ook om het geduld van de aanwezigen te testen… ‘tot hoe ver laten wij als publiek Kok tot stilstand komen?’

Een sequentie van ontknopingen (pun intended) volgt waarin toeschouwers steeds een beetje meer worden meegenomen in de performance. Op den duur zit George tegenover me op de vloer en hij kijkt me vastberaden aan. Eerst denk ik dat hij naar iemand achter of naast me kijkt, maar dan komt naar me toe en vraagt of hij mij mag vastknopen. Ik zeg ja en hij bedankt, om vervolgens mijn arm vast te maken in de futomomo-knoop (zodat mijn hand op mijn schouder ligt en mijn arm helemaal is dichtgevouwen). Ik word meegenomen de vloer op en met mijn hoofd op een kussen neergelegd. Ik ben een beetje gespannen, ‘wat gaat er met me gebeuren?’ ‘hoe ver zal dit gaan?’ maar vooral ook: ‘hoe ver ben ik zelf bereid te gaan?’ Dan neemt Kok het vastbinden over en merkt mijn spanning, hij masseert kort mijn onderbenen, nek en rug. Met de overige vier klaargelegde neongroene touwen maakt hij mijn benen vast en vervolgens ook mijn bovenlichaam aan het kussen. ‘Oké,’ denk ik, ‘nu lig ik hier, wat gebeurt er om me heen?’ Ik kijk rond vanuit mijn nieuwe perspectief en zie dat aan de andere kant nog een bezoeker wordt vastgebonden. ‘Ik lig hier niet alleen, ik ben zoals ik nu lig (als een soort sculptuur van mens en touw) onderdeel van een groter geheel.

Terwijl ik rondkijk, knielt Kok voor me neer met mijn tas, ‘Is this your bag?’ vraagt hij. Ik knik en hij begint met het één voor één uitpakken van mijn jas en tas. Zorgvuldig controleert hij elk vakje en object. Zelfs alle pasjes worden uit mijn portemonnee gehaald. Dit was het moment waar ik de meeste vragen over kreeg, of ik dat niet moeilijk of ongemakkelijk vond? Mijn antwoord was telkens hetzelfde: het voelde alsof mijn spullen, net als ik zelf, geëxposeerd werden. En daar had ik helemaal geen problemen mee, ik voelde me hierdoor juist nóg meer onderdeel van de performance. Op het moment dat ik werd uitgekozen begon ik na te denken over hoe ik zowel mijn eigen grenzen als de grenzen van de performance kon aftasten. Ik vind het niet erg een erg persoonlijk deel van mezelf (zoals mijn portemonnee), een deel dat eigenlijk iedereen verborgen houdt voor de buitenwereld, bloot te geven.

Terwijl ik daar zo lag, met al mijn ledematen aan elkaar vastgeknoopt in een bizarre positie, merkte ik hoe het touw in plaats van een restrictie eerder voelde als een verlenging van mijn lichaam. De touwen ondersteunden me in mijn positie, in plaats van me te beperken. Dit gevoel duurde alleen niet heel lang, want op een gegeven moment begonnen mijn vastegbonden arm en been te slapen. Terwijl ik werd vastgemaakt zei zowel George als Kok, ‘if there is any moment you want to stop, just nod your head of wave your hand.’ Na een intrigerende, gender-doorbrekende dansroutine seinde ik naar George dat ik losgemaakt wilde worden. Enerzijds wilde ik niet de performance onderbreken, maar anderzijds lag ik ook niet meer fijn. Hij zag me direct en vroeg me wat hij los moest maken. De performance ging ondertussen door, een toeschouwer werd uitgenodigd Kok met een zweep te slaan, ‘don’t worry, he wants it’ zegt George nog terwijl hij mijn been losmaakt.

De performance - voor mij - ging heel erg over communicatie en het aftasten van de grenzen van macht en overgave. In de eerste instantie dacht ik dat George in zijn positie als ‘meester’ de grootste machtspositie had, hij bepaalde immers de positie van zowel Kok tijdens delen van de performance als die van het publiek. Hij stuurde hen telkens aan, ook op momenten dat de macht bij een toeschouwer leek te liggen (zoals de uitnodiging tot het draaiend houden van Kok, of het slaan met de zweep). Maar op het moment dat ik daar vastgebonden op de vloer lag, besefte ik me dat degene die bunny is, juist de situatie onder controle heeft. Het gaat maar zo ver als de bunny zegt dat het kan gaan. Tegelijkertijd geef je als bunny ook juist een deel van je controle weg aan degene die je vastbindt. Door de sensitiviteit van beide partijen, en het belang van goede communicatie, ontstaat een heel intieme band. Ik voelde me enorm betrokken, ook toen ik de volgende dag Kok tegenkwam in het festivalhart en we elkaar met een knuffel begroetten. BUNNY was voor mij een ervaring die ik iedereen zou aanraden - al is het maar om voor jezelf die grenzen van hoe ver te gaan af te tasten. Het heeft mij een nieuw perspectief gegeven op hoe een performance het publiek kan betrekken, en hoe belangrijk de aanwezigheid van zowel performer als toeschouwer is in het theater. Ze kunnen niet zonder elkaar bestaan - en elke ervaring die ontstaat in deze samenkomst kan een diepe indruk achterlaten. Ik wil Luke George en Daniel Kok bedanken voor deze bijzondere ervaring, BUNNY zal mij mijn leven bijblijven.

Door Sofie Revet

© Bryony Jackson

& meer

 

Ephemeral Data leaves no recognisable trace behind it

 

Over ten days Ephemeral Data was created, worked upon and on the final day, obliterated.

In this visual investigation, the performers work with coloured sand in the construction of a mandala depicting a giant Google map of the city of Utrecht.
Additional markers of internet hotspots are depicted throughout, as well as a location point.

Housed within a large white tent with many windows, entrance is via a side door.
After being advised that Ephemeral Data is not to be documented, a sticker was placed upon my phone’s cameras and I enter the space.

Over the course of the festival, visitors witness the slow and meditative building of the mandala.
The performers work silently, seperate from one another.

With calm faces, I cannot tell how they feel but there is a total engrossment and occupation with their activity.

Each sit with a metal pipe and a wooden stick they use to gently coax increments of sand onto the glass squares that form the base of the work.

Set within the Neude in Utrecht, a bustling square with the open air cafe seating, bikes hurtle by and people peer through the windows encasing Ephemeral Data.

With life outside visibly chaotic, the space within contrasts as contemplative, consistent and largely silent.

As the mandala grows, I begin to think about personal attachment and how we negotiate the temporary elements of our lives.

With the internet a dominant force in most of our existences, we rely upon it for work, entertainment and communication, as well as for projection of self-image.

But nothing on the net is definite or even permanent, how many times have you attempted to visit a favourite music video on Youtube and find it has been removed?
Or a familiar webpage has been entirely reformatted?

We have little to no control over the ever-changing nature of the online world and yet we are so heavily invested in it as an entity, a necessity for life.

Social media platforms and their popularities shift and change over time and demographic and often exist as attempted curations of what we view as our non-embarrassing traits.

In the past when you liked a musician, you had to go to a shop and purchase an album, in the years to come the object would exist within the home.

You may come across the album now and again and think, ‘wow, that was an era, a time in my life. I forgot that I even liked that band.’ 

In the internet age our fleeting likes and dislikes are searched and experienced online, leaving behind no tangible evidence of our tastes and dreams of a time and eventually wiped away with the clearing of our web histories.

Everything has become intangible, less permanent than ever before.
And with this being the case, how can we look back and remember the large quantities of the eras we now live online?

Ephemeral Data reflects this lack of permanence, with the mandala constructed from the very material used in fibre optics (which must exist for the internet to), the performers invest time and energy in something they know will very soon cease to objectively exist.

There is a natural fear present to need to document everything, what if I forget some key element?
I must be able to look at a photo, to retrace that step.

But documentation of this performance is not allowed.
Everything experienced here must be remembered in our imperfect memories.
I get anxious thinking about it.

The moment of obliteration arrives.
It must be witnessed in person to have ever existed, no other record will document this process.

The performers are neutral, seemingly unaffected by their involvement in creation or destruction.
I wonder why they are like this?

I had not touched a grain of sand and yet as the more detailed squares of Ephemeral Data are poured off their glass base into a growing heap, I feel my heart mourn in a slow and sad way.

All that exists now is a grey pile of sand with glimmers of colour hinted on the exterior.

The sand shows no signs of what it had once been, the process, imagery and feelings that were created.

A physical version reenactment of our current engagement online, Ephemeral Data leaves no recognisable trace behind it.


By Diana Story

& meer

 

SPRING in Autumn

 

Dat was hem alweer, SPRING 2019! Vol trots kijken we terug op tien geslaagde dagen met mooie en aangrijpende voorstellingen, zowel in het theater als in de publieke ruimte. Namens het gehele team willen wij alle bezoekers bedanken voor hun komst en enthousiasme!

Kun je geen genoeg krijgen van SPRING? In het najaar zijn we weer terug met de derde editie van SPRING in Autumn i.s.m. Stadsschouwburg Utrecht. De kaartverkoop is vandaag van start gegaan. Hieronder lees je meer! 

Ghost Writer and the Broken Hand Break - Miet Warlop
In deze voorstelling neemt het publiek plaats rond drie performers. Door minimale veranderingen in één overweldigend beeld wordt de toeschouwer meegevoerd in een trance tot ze haast gehypnotiseerd worden door de energie van de dansers en de opzwepende live muziek. 
do 31 okt - 19:00 uur & vr 1 nov - 19:30

Crash Park Philippe Quesne
In Crash Park bouwt de Franse regisseur en beeldend kunstenaar Philippe Quesne een onbewoond eiland met palmbomen en zeldzame diersoorten. De vredige natuur wordt echter verstoord door de overlevenden van een vliegtuigongeluk. Is dit voor hen het einde of een nieuw begin?
do 31 okt - 20:30 uur

Happiness Dries Verhoeven
Op straat staat een klein apotheekgebouw. Een humanoid – een menselijk uitziende robot – werkt er als apothekersassistente. Ze vertelt ons over de middelen waarmee we kunstmatig geluk kunnen opwekken.
wo 30 okt t/m zo 3 nov - 14.00 - 22.00 uur (ook te zien tijdens Le Guess Who van wo 6 nov - zo 10 nov)

#minaret Omar Rajeh
Choreograaf Omar Rajeh uit Beiroet bouwt met #minaret een visueel en muzikaal verpletterende dansvoorstelling, een pleidooi voor de verwoeste steden, hun inwoners, cultuur, geschiedenis, waarde en toekomst. Met behulp van een boven het toneel zwevende drone en een live soundtrack, maakt #minaret een menselijk statement tegen de wreedheid van oorlogen en de ideologieën daarachter.
vr 1 nov - 21:00 uur 

Cuckoo - Jaha Koo
Jaha en zijn praatgrage rijstkokers nemen ons via bitterzoete en humorvolle dialogen mee door 20 jaar Koreaanse geschiedenis. Ze reflecteren op thema’s als geluk, economische crisis en de dood, en tonen een land dat gevangen zit tussen werkdruk en maniakale shopverslaving.
za 2 nov - 19:30 uur

Chombotrope Mouvoir / Stephanie Thiersch & The Jitta Collective
Wat is de outfit van de toekomst? Op speelse, subversieve wijze kantelt ons perspectief in Chombotrope, dat vogue en dans verbindt met rap, drums en turntables. Een modeconcert dat als een natuurkracht op het publiek afkomt.
za 2 nov - 21:00 uur

Foto: #minaret
© Stephan Floss

& meer

 

What remains of nature lies in wait for this annihilation to be over

 

The stage is still, vast and dark, the crowd before it waits silently for SOMETHING (out of nothing) to begin.

With the tiniest glimmer of light revealing her existence, a woman sits in the back left corner of the stage.
She doesn’t make eye contact or break the atmosphere with her voice.
She has a cello.

A minimalistic string plucking commences.
It is not song but the sound of something happening.
My eyes are fixed upon her, in trepidation for what will happen next.

A small blue imperfect orb begins its descent from the ceiling.
There is haze around this unknown shape, it brings a further mystery to what it is composed of?
Is it purely light?
Is it physical?
As time unfurls, so does the orb.
It slowly opens into a full form.
Although abstract it has a stem and what looks like a flower at the top.
My mind decides this is an unusual type of tulip.

As fast and as alien as it grew before us, it shrivels, deflates and retracts its bodily form within itself and disappears from sight, leaving us questioning what it was that we had just witnessed.

With the stage empty apart from the silent cellist, a voice broadcasts.
It’s the sort of accent I can imagine global-English sounding like in futuristic times, it is well polished and perhaps Canadian.

Her speech is allegory, directed toward ‘you’ but the identity of ‘you’ is unestablished.
She speaks from a place of helplessness, a time after the destruction of the earth and all things natural, she is unable to restore the damages we have inflicted.
She addresses the audience as ‘you,’ seemingly I and every audience member has a role in the descent of the earth as we know it.

Ending this segment of speech, she asks whether she can tell us a story.
We learn of an island ‘we would call paradise,’ where it was believed that spirits live in the trees and if a person was to cut a tree down, certain death equated.

One day a man travels to another island and buys a chainsaw.
He returns and fells a tree.
Nothing happens.
Humanity is in disbelief.
They too begin to cut the trees they had once held with such esteem.

And thus the story begins to (as the unknown object before us had) unfold.

Four people enter the stage, two wear pink dresses in slightly different patterns and cuts.
The other two, grey suits similar to each other but not the same.
Instead of skin, their bodies are encased in black fabric, their heads with domed masks.
In the right light, you can just catch a glimpse of what may be a face underneath.

Their bodies are tireless, they sway their arms and test the extents of their physicality.
It reminds me of when you are a child and your teacher tells everyone to wait and be silent in the classroom.
They silently interact with their surrounds, with the others around them.
There is this feeling that they have entirely nothing to do, an aimless boredom consumes the stage.

Part absurd, part surreal, in this initial sequence, we witness a depiction of the first sign of the earths demise, humans no longer necessary, purposeless.

In segmented transitions, the voice returns narrating the development of global circumstances, the dancers portray the lessening control of individuals upon their altering physicality and unearthly forms proliferate, engorge and rescind.
Physical embodiments of the present impact of our obsession to ‘progress’.

The voice returns, there is a certain rage and surety in her words, her tone.
In these narrative sequences, she repeats certain phrases both convicted and broken by what she tells.

‘I cannot move, I cannot make whole what has been broken.’

She speaks of the decline of the earth.

‘I am afraid of the rain, the sun and the wind.’

Something once so natural has become insidious and toxic from the influence of humans.

The cello plucking and hisses become more and more rapid, both calculatedly controlled but entirely chaotic.

Dancers enter a new segment, their movements wilder than ever before.
They no longer have dresses nor suits.
Are they human?

The narrator returns.
She has heard the cries of nature that exist on another frequency, entirely inaudible to humanity.

The desire to ‘progress’ reigning so supreme that humans become entirely unaware of nature and blindly smother its attempts to communicate its suffering.

The unearthly forms that once innocuously descended from the ceiling have multiplied and exist alongside what were once humans.
They don’t seem to notice them.

‘The flowers are blooming but they have no scent.’
‘I cannot move, I cannot make whole what has been broken.’

The narrator speaks of the demise of our children, our partners and eventually our entire families.
When it happens we don’t believe it, despite living in the reality of this dystopia.

Alongside the road we have wrapped a deceased elderly woman and dead cow in the same plastic, world unbalanced.

We are unable to cope.

‘Trash is all that remains from progress.’

Black snow falls upon the earth.

Modified creatures roam, absorbing elements through their  anomalous forms, no longer human.

What remains of nature lies in wait for this annihilation to be over.

I start to wonder whether this narrator is intended as an embodiment of Mother Nature and perhaps it is only at this moment any of us have been able to hear her?


By Diana Story 
© Bas de Brouwer

& meer

 

Danser in het duister

 

Oorverdovende stilte, daarmee eindigt de hypnotiserende performance All Around van Mette Ingvartsen. Samen met drummer Will Guthrie creëert zij een intrigerend beeld waarbij zij in een dans met een lichtbron de verstilling en versnelling van het leven lijkt te verbeelden.

Een aantal door de ruimte verspreide tl-balken verlichten een lege ruimte omringd door stoelen. Iets uit het midden staat een drumstel, statig in zijn eenzaamheid en stilte. De ruimte zindert van verwachting, en het publiek neemt plaats in de cirkel. In stilte komen de performers oplopen, en nemen plaats op de vloer. Ingvartsen neemt een van de lampen en het licht dooft, de enige lichtbron is de lamp waarmee zij in cirkelende bewegingen het publiek verlicht. Ze draait om de lamp heen, draait die zodat het publiek en af en toe de drummer worden verlicht. De lamp en het drumstel lijken op het ritme van beweging en muziek tot leven te komen.

Gurthie begeleidt de dans met een subtiel begin dat overgaat in een opzwepend ritme. Het publiek wordt als door een vuurtoren telkens verlicht door Ingvartsen. Ze danst intiem met het licht, verdwijnt in de schaduw terwijl de de stralen langs het drumstel laat glijden. Ik word erdoor verblind, maar kan ook elke andere toeschouwer zien zitten. Dat ik bekeken kan worden en juist de danser niet kan zien, benadrukt de aanwezigheid van ieder ander. Wij zijn hier samen en vormen de kring van gezichten, het enige decor in de duisternis die gepaard gaat met het felle licht. Zoals de danser in de schaduwen verdwijnt, verdwijnt ook ieder gezicht weer, maar elke verdwijning maakt plaats voor een nieuw gezicht.

Het felle licht wordt zachter, wordt vervangen door een een warme gele gloed. Het ritme versnelt, wordt steeds energieker. Ik word meegenomen in trance van versnelling en vertraging, van verstilling en van draaiing. Op het hoogtepunt van dit intrigerende duet wordt het licht warm oranje. Ingvartsen omhelst het licht en verdwijnt weer in de schaduwen. Zoals ook het leven warm en omhelzend kan zijn. Terwijl het geluid aanzwelt, gecompliceerder wordt, vertraagd de danseres in haar draaiende beweging. Het licht wordt weer schel, en de cirkel is rond. We zijn weer terug waar we begonnen, in een lege ruimte omringd door gezichten. De ruimte zindert na. In een verstilde ruimte, in oorverdovende stilte.

Door Sofie Revet

© Hans Meijer

& meer

 

Er is een ander soort magie als er een robot op het podium staat

 

“I can take any empty space and call it a bare stage. A man walks across this empty space whilst someone is watching him, and this is all that is needed for an act of theatre to be engaged.” - Peter Brook, The Empty Space

Brook benoemt als de basis voor alle theater: een lege ruimte, waarop een mens loopt terwijl een ander mens naar hem kijkt. Maar in Uncanny Valley van Stefan Kaegi komt er geen mens op het podium. In plaats daarvan zit er een robot, een kopie van de Duitse schrijver Thomas Melle. Deze robot vertelt over de echte Thomas Melle, over zijn boek en zijn leven waarin Melle kampt met manische depressie. Hoewel de robot heel veel op Melle lijkt, zie en hoor je de verschillen. Als de robot zijn armen en handen beweegt hoor je het mechanisme werken, de mond loopt niet helemaal synchroon met de tekst en de kleine gezichtsuitdrukkingen waarmee mensen communiceren ontbreken. De robot lijkt op een mens, maar blijft een robot. Het begrip uncanny valley is in de jaren ‘70 bedacht door Japanse roboticaprofessor Masahiro Mori: de ‘griezelvallei’ is een denkbeeld dat gebruikt wordt om een gevoel van afkeer te beschrijven als een robot sterk op een echt mens lijkt.

Uncanny Valley is niet de eerste performance op SPRING zonder acteurs - in 2018 speelde Deep Present van Jisun Kim, waarin 4 Artificial Intelligences het gesprek met elkaar aangingen over grote maatschappelijke vraagstukken. Twee jaar daarvoor maakte Urland INTERNET OF THINGS/Prometheus de vuurbrenger, een performance met en geautomatiseerde robotarm en 4 geometrische objecten die tot leven kwamen met de stemmen van de acteurs. Uncanny Valley is als het ware een volgende stap in de ontwikkeling van robots in een performance: de stappen naar het steeds menselijk worden van robots. Er wordt gespeeld met hoe een robot menselijk kan worden - of beter gezegd hoe een mens in een robot kan veranderen. Pedro Manuel heeft deze (technologische) ontwikkeling in theater beschreven in zijn thesis Theatre Without Actors. Een van de categorieën de Pedro beschrijft is de afwezigheid van en fysieke menselijke performer. De afwezigheid van acteurs daagt de definitie van Brook uit: is er nog sprake van theater als er geen relatie ontstaat tussen een menselijke performer en menselijk publiek? Kan een niet-menselijke performer deze relatie ook tot stand brengen? En gaan we daarmee richting een theater zonder mensen?

Er is een ander soort magie als er een robot op het podium staat, er heerst een spanning waarin je als publiek probeert te bepalen wat echt is en wat niet. Precies deze spanning maakt Uncanny Valley een bijzondere toevoeging aan het programma van SPRING. Het bevraagt de definitie van Brook, en wat we als theater ervaren. Als er een performer, menselijk of niet, op het podium staat die aan het publiek een ervaring levert, is dat dan geen theater? Ik heb nog steeds in een theaterzaal gezeten in een publiek, en ik heb een performer gezien die een verhaal heeft vertelt. Ik heb interpretaties over wat is verteld, en ik heb een tekst geschreven om mijn ervaring onder woorden te brengen. Nu ben ik benieuwd hoe deze ontwikkeling verder gaat, misschien is er volgens jaar een performer met alleen niet-menselijke toeschouwers die kijken naar een niet-menselijke performer? Of blijft onze aanwezigheid als mensen cruciaal bij een performance, ook als de performer een robot is? Bouwt de blik van de toeschouwer mee aan de performance? Zoals robot-Melle zegt: From your gaze I will build a house.

Door Sofie Revet

© Gabriela Neeb

& meer

 

Dansen tegen de verdrukking in

 

Een prachtig en indrukwekkende openingsscène van Through the Skin waarbij twee vrouwen ineengestrengeld zitten en samen in een groot net zijn gevangen. Langzaam ontpopt zich een ritueel van tedere intimiteit dat culmineert in een wilde paringsdans. En dat allemaal in het doorschijnende net. De danseressen Mitra Ziaee Kia en Hiva Sedaghat komen uit Iran waar dans verboden is. Dans is daar een ondergrondse activiteit. Als ze daar een uitvoering geven dan komt er alleen publiek op uitnodiging. Sinds de islamitische revolutie is de paternalistische overheid sterk uitgebreid en worden orthodox islamitische geboden aan de hele samenleving opgedrongen. Vrouwen moet gesluierd over straat, dans en naakt zijn verboden. Dat maakt deze voorstelling pregnant. Hier staan ongesluierde vrouwen op het podium die niet alleen dansen maar ook uiting geven aan lesbische seksualiteit en hun lichaam tonen. Voor het doorgewinterde SPRING - publiek zal deze voorstelling geen aanstoot geven, ook het bloot was niet echt bloot, de dames hadden kuis oma-ondergoed aan. Het net waarin de danseressen zaten deden mij denken aan de verplichte sluier. Voor vrouwen rest er niets anders dan binnen de sluier zoeken naar vrijheid. En dat zien we hier op het podium: twee vrouwen die zoeken naar vrijheid en bevrijding maar binnen de grenzen van het net blijven. Kennis van deze achtergrond maakt deze voorstelling bijzonder. Dans is hier symbool voor bevrijding van onderdrukking en beknotting van de vrouw. Wat wij hier op het podium zien is een esthetische appel voor feminisme. Na afloop is er een zeer boeiend en aangrijpend tien minuten nagesprek met de danseressen. Hoewel ze hier in Nederland vrijheid hebben, zitten ze nog steeds gebonden aan de onvrijheid in Iran. In het buitenland zijn zij artiesten, in Iran doen zij illegale activiteiten waarmee ze het risico lopen bestraft te worden. Voor het publiek is het vrijblijvend. Wij kijken ernaar en zien de schoonheid van de omwonden verstrengeling van lichamen. Misschien dat de muzikale begeleiding een weergave is van de spanning. De muziek is ronduit lelijk en afstotelijk. En dat schuurt met de dans. Het is duidelijk dat het niet een onschuldige lieflijke voorstelling is. Met mooie muziek en zonder het oma-ondergoed was de voorstelling een feest van vrijheid geweest. Zoals die nu is, is het een schreeuw om vrijheid. Het publiek gaat naar huis – of zoals ik haast ik me naar de volgende SPRING-voorstelling – maar de danseressen moeten weer terug naar het misogyne Iran. 

Door Floris van den Berg
© Babak Haghl 

& meer

 

Heimwee naar volksdansen

 

- Dansen is de terugkeer naar het vissenstadium met de muziek als zee. Harry Mulisch

Zes dansers in zwart gekleed doemen in het donker op en de reis begint. We beginnen met de moderne media van de selfies en de schermen en lijken terug te gaan in de tijd. De dansen zijn een mengelmoes van volksdansen. De dansers dansen in verschillende samenstellingen en in verschillende tempo’s, van verstilling tot extatische razernij. De eenvoudig ogende lijndans waarbij de dansers onder de armen van hun buren doorgingen was hypnotiserend om naar te kijken. Het volksdansen bestaat misschien nog wel, maar dansen met ingestudeerde passen in groepsverband is toch geen alledaags gebruik meer in een groot deel van de westerse cultuur. En misschien is dat een gemis. De dansers leken een rouwritueel te dansen. Zou het niet mooi zijn om op een begrafenis samen stemmig te dansen in plaats van stijf te staan met een plak cake en koffie?

Wat mooi is aan een volksdans is dat je als groep één wordt, je kunt je thuis voelen en opgaan in het geheel. Een groepsdans is het tegendeel van eenzaamheid. Dans spreekt direct tot dierlijk brein, zoals schrijver Harry Mulisch het verwoordde. In de dansvoorstelling ANΩNYMO van de Griekse choreograaf Tzeni Argyriou is de muziek vervangen door kakofonisch geluid. Alleen tijdens de huwelijksdans klinkt er vrolijke kerkklokmuziek. Het stuk toont verschillende soorten volksdans. De voorstelling is een reflectie over dans. Het ging niet primair om een zo mooi mogelijke dans te maken, maar om te laten zien wat dans ooit was en wat het kan doen met een groep.

Het kijken naar dans doet verlangen naar dansen. Misschien dat ik het ooit nog durf. Dat ANΩNYMO strak geregisseerd was bleek toen de dansers het applaus in ontvangst namen en dat blijkbaar niet hadden geoefend: de synchroniteit was weg. De voorstelling was ten einde en de groep viel uiteen in individuen. 

Door Floris van den Berg

© Lila Sotiriou

& meer

 

Kolderiek circus 10.000 bewegingen

 

Ik heb verscheidene boeken met 1000 in de titel: 1000 stoelen, 1000 wandelingen, 1000 ideeën. Bij die serie sluit de dansvoorstelling 10000 gestures naadloos aan. Dat zijn er dan qua aantal wel gelijk 10 keer zoveel. Het is een fascinerend idee van de Franse choreograaf Boris Charmitz om een soort museaal encyclopedisch overzicht te geven van bewegingen. Omdat 10.000 wel heel veel is, is er een omvangrijke dansgroep op het toneel. Het is een bont gezelschap van mensen die verschillen qua uiterlijk, leeftijd en uitdossing. Die uitdossing is wonderlijk. Er zijn drie dansers als ninja’s geheel in het zwart. Een paar mannen in krappe onderbroeken, vrouwen in kleurrijke circuspakken en mannen in jeanslegging. Erg mooi was het allemaal niet. Het podium was helemaal kaal op enkele verticaal neerhangende ijzeren staven na – waarvan de meerwaarde mij niet duidelijk werd. Na een korte solo van de dame in het rode circuspak die de toon zette door een flink aantal bewegingen en poses éénmaal uit te voeren stormde de groep vanuit alle kanten het podium op en begon de afwerking van de vele poses. Er werd veel bij geschreeuwd alsof het om een groep krankzinnigen ging. Wilde scenes werden afgewisseld met stille tableaux vivants. De climax was toen de dansers als wilde apen door het publiek klommen, ook toen deden ze steeds een andere beweging. Zo kwam er bij mij de man in de tanga op schoot zitten. De voorstelling komt zo wel heel dicht bij. Er werd een schoen uitgetrokken waarmee werd gegooid en er werden folders verscheurd, hoofden gemasseerd, kortom alles wat maar anders kon om maar zoveel mogelijk te variëren. En dat allemaal op de muziek van het Requiem van Mozart. Mooi om dat stuk weer eens te beluisteren, maar ik kon geen link ontdekken met de inhoud van het stuk. 10.000 gestures is nauwelijks een dansvoorstelling te noemen. Dans kenmerkt zich doordat je als toeschouwer mentaal kunt meebewegen met de dansers. De toeschouwer komt in een flow. In 10.000 gestures lukt dat niet vanwege de singulariteit van de bewegingen. Doordat er zoveel dansers zijn moet je kiezen waar je wilt kijken want je kunt onmogelijk alles zien. Er waren dan misschien wel 10.000 bewegingen, maar die heb je zeker weten niet allemaal gezien. Wat deze voorstelling laat zien is het expliciet maken van de ongelofelijke rijkdom en diversiteit aan bewegingen en daarmee ook met hoe weinig bewegingen een dagelijkse dag doorgaans heeft. Het publiek sloot af met een simpele beweging van op elkaar slaande handen.

Door Floris van den Berg

© Ursula Kaufmann

& meer

 

SPRING Academy: ervaar de relatie tussen geluid en dans

 

Op de openingsdag van SPRING Performing Arts Festival begon ook meteen het SPRING Academy programma. Ik had het geluk om samen met Media & Cultuur studenten van de Universiteit Utrecht een workshop te volgen die door Amber Haines (associate artistic director Dancenorth), Samantha Hines (Dancenorth danseres) en Rully Shabara (zanger Sanyawa) werd gegeven. Afgelopen donderdag mochten zij met Lucy Guerin Inc en Gideon Obarzanek het festival openen met de voorstelling Attractor.

Het proces
Ik heb er zin in. Samen met negen studenten van de Universiteit Utrecht zitten we verwachtingsvol in een ruimte op de eerste etage van Het Huis te wachten tot we van start gaan. De deur van de zaal gaat dicht en Amber begint te vertellen over de voorstelling Attractor, het proces en hoe ze onderzoek deden naar onder andere Indonesische trance dance. Na de introductie vraagt ze ons om op te staan. “Laten we ons even opwarmen.”

We beginnen met kleine bewegingen die we steeds meer uitvergroten. Een oefening is bijvoorbeeld het intensief heen-en-weer zwaaien van één van onze armen. “En stop. Doe je ogen dicht en voel gewoon even”, zegt Amber. Het is gek om gewoon even te voelen, mijn hand tintelt en voelt zwaarder dan mijn andere arm.

Even stilstaan
Nadat iedereen goed is opgewarmd, starten we met de bewegingsoefeningen. “Je staat nooit helemaal stil”, vertelt Amber. We doen onze ogen dicht en voelen even hoe het is om te staan en om alles los te laten. “Ga mee met de beweging van je lichaam en bouw het uit, tot het niet groter kan en ga dan terug.” Met zijn allen voeren we het uit en na afloop reflecteren we het even. De oefening doen we een aantal keer opnieuw, maar steeds wordt er een extra laag aan toegevoegd.

Een conversatie
Rully gaat op een gegeven moment achter de microfoon staan om te zingen. “Ga mee met de muziek”, zegt Amber dan. “Voel je het verschil?” De studenten knikken. Op een gegeven moment worden we aan elkaar gekoppeld en gaan we al bewegend op de muziek de conversatie met elkaar aan.

Interactie
Voor wie de voorstelling Attractor heeft gezien, weet hoe experimenteel de muziek is van het muzikale Indonesische duo Senyawa. Zij geven een eigen invulling aan de traditionele muziek, waarin dans en muziek voor een trance zorgt. “Muziek is overal,” vertelt Rully. “Elke voorstelling is dan ook anders. Ik probeer een geluid te creëren dat opgaat in de omgeving.”

Nadat Sam en Rully een kort optreden geven aan ons, krijgen wij ook de kans om te ervaren hoe het is om achter de microfoon te staan en om Sam te laten dansen op diverse geluiden. Het is leuk om te zien hoe ze hiermee omgaat en hoe het een interactie opwekt tussen geluid en dans.

Fascinerend
“We hebben de voorstelling Attractor in verschillende landen opgevoerd en overal is het weer anders. De voorstelling is nooit hetzelfde”, vertelt Sam na afloop “Het is erg afhankelijk van het publiek dat tijdens de voorstelling mee danst. Dat maakt het elke keer weer fascinerend en een mooie ervaring.” En dat was de workshop voor mij ook; fascinerend en een mooie ervaring.

Door Romanca van Vuure

© Anna van Kooij

& meer

 

Lessen uit Nauru waar niemand naar luistert

 

De vorm waarin de Belgische theatermakers Silke Huysmans en Hannes Dereere hun voorstelling presenteerden met twee enorme projecties van hun smartphones was hoogst origineel. Pleasant Island is een documentaire in een theatraal artistieke vorm over het minuscule eiland Nauru tussen Papoea Nieuw-Guinea en Australië in de Stille Oceaan. Nauru was paradijselijk eiland, tot eind jaren zestig van de twintigste eeuw werd begonnen met het delven van fosfaat waarvoor de toplaag aarde weg geschraapt moet worden. De hoeveelheid fosfaat was al snel uitgeput en het eiland veranderde in korte tijd in een kale rots vlakte. Een zeer korte tijd was het eiland ongekend rijk. Er woonden slechts enkele duizenden mensen, er werd geen belasting geheven en alle sociale voorzieningen waren gratis. Maar toen de mijn was uitgeput verdween het geld als sneeuw voor de zon. Nu is het een straatarm en desolaat eiland.

Een nieuwe fase ging in toen Australië besloot om er asielzoekers die illegaal met de boot naar Australië wilden komen daar onder te brengen. Wrang is dat dit voor de lokale bewoners weer zorgt voor inkomsten van de Australische overheid. De vluchtelingen zitten in kampen. Er wordt zelfs gesproken over concentratiekampen. De mensen kunnen nergens heen en het is een totaal uitzichtloze positie. Australië probeert journalisten er weg te houden om geen aandacht te vestigen op dit schrijnende probleem. Huysmans en Dereere moesten dan ook veel moeite doen om hun materiaal te bemachtigen. Ze filmen de mensen niet maar doen audio-opnames. Het eiland dat eens rijk was aan fruitbomen, waar mensen de mango’s zo van de bomen konden plukken is nu voor de voedselvoorziening volledig afhankelijk van import. De belangrijke bron van inkomsten biedt de opvang van migranten. Er zijn migranten die zo desperaat zijn na jarenlang uitzichtloos op dat eiland vastzitten dat ze zelfmoord plegen. Huysmans en Dereere laten beelden zien van Australische politici die harde woorden gebruiken over dat ze geen asielzoekers die illegaal per boot komen zullen toelaten. Mijn hart breekt bij de verhalen van de mensen die vol hoop naar het Westen probeerden te komen en dan op Nauru vast zijn komen te zitten. Maar tegelijkertijd denk ik: wat zou er gebeuren als er geen afschrikbeleid is voor asielzoekers? Hoeveel immigranten moet en kan het Westen toelaten? En, niet onbelangrijk, passen de immigranten als die eenmaal binnen zijn zich genoeg aan de Westerse liberale omgangsvormen aan? Je moet wel heel erg naïef zijn om te denken dat met name Islamitische immigranten vanzelf de liberaal-democratische normen en waarden over nemen. Enfin, immigratie is een moeilijk probleem.

Huysmans en Dereere zadelen het publiek op een zeer indringende wijze op met moeilijke problemen. En het zijn twee soorten problemen. Ten eerste lokaal, hoe zal het verder gaan met Nauru? Zal deze theaterproductie bijdragen aan het verbeteren van het lot van zowel de lokale bevolking van Nauru als van de immigranten die daar in kampen zitten? Ten tweede mondiaal, deze productie kaart de Grote Vragen van het uitbuiten van de grondstoffen van de aarde voor het korte termijn eigenbelang en de immigratiestroom naar het westen aan. Naura is Nederland in het klein. In Naura hebben ze het fosfaat uitgeput, in Nederland hebben we in enkele decennia het aardgas grotendeels verbruikt waar we nu te kampen hebben met de gevolgen. Nederland, als onderdeel van Europa, kampt ook met immigratiestromen die de komende decennia alleen nog maar zullen toenemen. Heel vrolijk werd ik niet van Pleasant Island. Vaak kun je beter niet goed geïnformeerd zijn over toestanden in de wereld. Wie alleen in Utrecht is, bij SPRING, kan nog denken dat het allemaal wel meevalt en dat het goed komt met de mensen wereldwijd. Echter, wanneer het blijft bij theater bezoeken en applaudisseren komt het in ieder geval niet goed.

Door Floris van den Berg

© Vlad Sokhin

& meer

“We waren benieuwd naar de perspectieven die resten op een plek die kapot is.” “We waren benieuwd naar de perspectieven die resten op een plek die kapot is.”

Interview met Silke Huysmans en Hannes Dereere over Pleasant Island

nieuws
 
 

“Wat projecteren wij op die afwezigheid? Fantasie, horror, verlangens, en meer.”

 

Angela Goh is een Australische danser en choregraaf. Ze werkt met dans in theater, galeries en telepatische ruimtes. Haar werk richt zich op de verhouding van het lichaam tot artikelen, materialiteit, technologie en gevoelens. Ze onderzoekt hoe de inhoud van haar voorstellingen door het proces onthuld en verdoezeld wordt. Dit jaar staat ze op SPRING met de voorstelling Uncanny Valley Girl.

Wat motiveerde jou om in de podiumkunst te gaan werken?
Ik denk dat motivatie op een bepaalde manier altijd verbonden is met omstandigheden, kansen, of waar je al bent. Ik begon bijvoorbeeld met dansen toen ik heel klein was, nadat mijn moeder en de dokters erachter waren gekomen dat ik een verdraaiing van de heupen had, waardoor mijn benen 90 graden naar binnen stonden. Volgens de dokter was de beste therapie om op balletles te gaan. Dus zo begon ik op jonge leeftijd en ik bleef dansen, leerde ook andere dansstijlen erbij, en uiteindelijk realiseerde ik me dat ik dans kon gaan studeren en er mijn loopbaan van maken. Ergens in die tijd raakte ik gemotiveerd om in de choreografie te gaan werken, ingegeven door heel veel andere dingen dan het dansen. In het dansen had ik mijn achtergrond en ervaring, dus werd dat mijn materiaal om mee te werken, een kader om me tot de dingen en ideeën te verhouden. En nu werk ik meer met choreografie als datgene dat mensen, dingen, ideeën en manieren van denken bij elkaar brengt. Ik werk ook niet zozeer met dans als uitdrukkingsmiddel maar meer als een materiaal waarmee ik relaties kan leggen tussen zaken, mensen of ideeën. Voor mij is de choreografie het reservoir en dans de interface.

Wat is de aanjager voor jouw creativiteit?
Die wordt het meest gedreven door het najagen van ideeën, dingen leren en zaken op zo’n nieuwe manier met elkaar in verband brengen dat mijn kijk erop verandert. Mijn werklust wordt aangejaagd door mijn niet aflatende nieuwsgierigheid. Maar de aanjager van mijn ‘creativiteit’, nou ja, dat zijn misschien wel de deadlines!

Hoe zie jij de rol van theater en dans in de samenleving?
Ik hou me eigenlijk meer bezig met de functie van dans dan met de rol van dans op zich. Buiten het maken van, kijken naar of uitvoeren van dans binnen een artistieke context heeft dans een sociale functie, en functioneert het als expressiemiddel. En toen ik Uncanny Valley Girl maakt dacht ik specifiek hieraan, omdat ik me afvroeg hoe het dansen voor een machine misschien heel anders functioneert. Waarom zou een machine dansen? Als een mens danst met een sociale, culturele of emotionele reden, en we kunnen aannemen dat een machine niet om diezelfde redenen zou dansen, dan maakt dat het dansen van een machine op een bepaalde manier schattig, of het brengt je extreem van je stuk. En ik ben heel erg geïnteresseerd in de relatie tussen die schattigheid en dat afgrijzen, en wat dat allemaal blootlegt.

Wie of wat is jouw grootste inspiratie?  
Op dit moment specifiek: wormen, afgrijzen, Giselle, AI, fembots, cowgirls, bloemschikken, bewaking, het donker, ballet, popsterren, poppenspel, energiedrankjes, de woestijn van Californië, het beeld dat ik van China heb, badbruisballen, schietbanen, slaapfeestjes en vooral dansen. Als we het over wie hebben, nu met Uncanny Valley Girl, voor altijd en eeuwig de meest fantastische samenwerkingspartners Corin Ileto en Holly Childs; zij zijn 100% pure inspiratie. Ik heb zo geboft dat ik met hen aan dit stuk kon werken..

Wat voor rol speelde het theater in jouw jeugd?  
Geen grote, ik ging haast nooit naar het theater. Wat wel een grote rol speelde was dans, en dan niet kijken, maar zelf dansen – ik had dus elke dag na school dansles en ook in het weekend. Maar ik zag haast nooit een dansvoorstelling, mijn interesse in en kennis van de dans kwam uit het dansen voort, niet uit het kijken. En dat is me blijven fascineren: als dans iets is dat we ervaren door het te doen, door deel te nemen, de fysieke ervaring van het belichamen, wat betekent het dan om naar dans te kijken? Wat doet dans als het in een artistieke context aan de toeschouwer gepresenteerd wordt? Voor mij is die vraag niet simpelweg op telossen door wat participatiemogelijkheden toe te voegen, maar het is iets om mee aan het werk te gaan – de relatie tussen beeld en belichaming en hoe die meer kan zijn dan uitbeelding, hoe dat altijd weer iets compleet anders kan zijn.

Wat was het uitgangspunt voor het maken van deze voorstelling?
Uncanny Valley Girl is eigenlijk begonnen vanuit mijn interesse in de vraag wat er uit afwezigheid kan ontstaan. Ergens is die aanwezigheid, ‘in het hier en nu zijn’ heel belangrijk geworden in de dans en de performance, vooral in het veld van de improvisatie en de somatische dans. Het heeft ook te maken met ‘een sterke performer’ zijn, een ‘sterke aanwezigheid op het toneel’. Ik stond er gewoon wantrouwend tegenover, zeker als het gebruikt wordt in een context als ‘mindfulness’, zelfhelp, zorg voor jezelf, zelfverbetering, zelfmotivatie. Zelf, zelf, zelf, het werd politiek; het idee van aanwezigheid werd op de een of andere manier ingepikt door het neoliberalisme en het individualisme, en daar werd ik nog wantrouwiger van. Ik wilde weten wat de afwezigheid te bieden zou hebben. Niet in de zin van inactief zijn of verdwijning, maar wat het zou betekenen om met een afwezigheid de vloer op te komen, of aanwezig te zijn door juist afwezig te blijven. Het idee van afwezigheid opent de deur naar een heel specifieke duisternis; als we niet worden verblind door de aanwezigheid van een ander, of iets dat ons een spiegel van onszelf voorhoudt, zijn we gedwongen de leegte onder ogen te zien. Wat zien we daar? Wat kunnen we ons daar voorstellen, wat kunnen we daar worden? Uncanny Valley Girl is dus begonnen met dat onderzoek naar aanwezigheid en afwezigheid en performatieve vormen, en daar kwam het idee van de uncanny valley bij, het afgrijzen van de levenloosheid, en de figuur van de androïde als iets dat die afwezigheid heel goed ’belichaamt’. Wat projecteren wij op die afwezigheid? Fantasie, horror, verlangens, en meer.

Waarom ben je geïnteresseerd in technologie en gender?
Mijn interesse gaat uit naar de mogelijke betekenis van de relatie tussen die twee dingen. Uncanny Valley Girl onderzoekt de fantasie- en horroraspecten van die relatie. Als machines steeds als iets vrouwelijks worden geduid, terwijl de collectieve angst nog steeds bestaat dat die machines in opstand zullen komen en ons gaan vernietigen, wat wil dat dan zeggen over de collectieve angst dat vrouwen in opstand zullen komen? Uncanny Valley Girl gaat niet of over technologie, of over gender; het gebruikt de stijlfiguur van de fembot als lens waardoor we een onderzoekende blik werpen op onze angsten en verlangens die volledig met elkaar verknoopt zijn.

Welke impact wil je hebben op je publiek? Welke gevoelens/ervaringen kan het publiek verwachten?
Nou ja, na de respons van zowel het Australische als het Europese publiek is het echt lastig om te zeggen wat voor gevoel de mensen kunnen verwachten. Hoe mensen reageerden was zo verschillend, sommigen konden hun lachen niet inhouden, zo grappig vonden ze het, sommigen vonden het doodeng, anderen moesten huilen en weer anderen vonden het heel erotisch. Het is lastig te zeggen wat je kunt verwachten. Ik denk dat het komt omdat het werk op de een of andere manier gaat om een afwezigheid, een leegte, en iedereen op die leegte projecteert wat hem of haar bezighoudt. Dat vind ik heel interessant. Ik wil niet voorspellen of bepalen wat voor impact mijn werk op mensen heeft, want het gaat er niet om een antwoord te geven. Het gaat erom een hele reeks mogelijke voorstellen te ontsluiten.

Waar werk je momenteel aan?
Voor een nieuw werk heb ik onderzoek gedaan naar de angst om opgeslokt te worden, en daar ga ik dit jaar in een reeks residenties aan verder werken. En ik werk aan nieuwe samenwerkingen met  Holly Childs en Su Yu Hsin, en daarnaast ben ik als performer betrokken bij werk van Mette Edvardsen, Louise Ahl, Adriano Wilfert Jensen enHolly Childs & J. G Biberkopf. Verder blijf ik werken aan het leven als kunstenaar – hoe doe je dat toch?!

Wat is de grootste artistieke droom die je nog wilt bereiken?
Ik denk dat het belangrijk is om jezelf doelen te stellen, en dan kan het ook belangrijk zijn om ze te bereiken of om er op z’n minst naartoe te werken, maar dromen, nou ja, ik denk dat je dromen moet bewaren voor iets dat niets te maken heeft met het idee van prestaties. Dus mijn antwoord zou denk ik zijn: een doel dat ik wil bereiken is dat ik de mogelijkheid open hou om te blijven dromen, om dromerigheid te ervaren, zowel alleen als met anderen, en dat ik altijd de tijd en de ondersteuning heb om dat te doen.

Uncanny Valley Girl is vr 24 en za 25 mei te zien in Theater Kikker. 

& meer

 

Speech door Artistiek directeur Rainer Hofmann

 

Artistiek directeur Rainer Hofmann opende SPRING 2019 met een speech, die was geschreven door kunstmatige intelligentie. Of toch door Rainer zelf?

& meer

 

Een momentje mindfulness

 

Maandagmorgen. De stad ontwaakt. Een man diep verzonken in gedachten, kijkend naar de bewegende buizeninstallatie Polygon van Lawrence Malstaf boven het kabbelende water van de vijver op Hoog Catharijne. Meditatief bijna. In het verlengde steekt de plastic walvis de kop op. De installatie hoort hier thuis, als onderdeel van het plein. Het past in de hoekige structuur van de ramen en plafond.

Twee mensen blijven even staan. De man filmt. Een kindje speelt met het water, terwijl oma naar de buizen kijkt. Zich afvragend wat het voorstelt. Sommigen valt het op, sommigen lopen door zonder iets in de gaten te hebben. Te druk zoekend om zich heen om de wereld in de gaten te hebben.

Vanaf de balustrade heb je een mooi overzicht. De stellage van gewichten om de buizen te laten bewegen, gaan op en neer in een spel. Een dans an sich. Het is een baken van rust in het drukke, rumoerige winkelcentrum. Ik ben helemaal zen en kan er weer tegenaan deze week!

#visualarts #digitalnatives #objectsthatmatter #outoftheblackbox

Door Liesbeth Berg - Meulenberg

& meer

 

Minimalistische dans

 

- Laten we lezen, laten we dansen. Deze twee vormen van vertier zullen de wereld nooit kwaad doen. Voltaire

Bij het verlaten van de zaal kreeg ik van een van de festival angels een briefje in handen gedrukt met twee vragen: ‘wat heeft jou geraakt?’ en ‘Waarover heeft het werk jou aan het denken gezet?’ Dat zijn interessante vragen maar het zijn ook loaded questions en zit al een assumptie in, namelijk dat de voorstelling je geraakt en aan het denken gezet heeft. Maar het zijn wel vragen die tot een ander perspectief leiden dan een vraag als ‘vond je het leuk?’ Wat mij geraakt heeft aan de dubbelvoorstelling Eviatar/Said & Rising van Shira Eviatar is de positieve en blije energie die de drie jonge dansers, onder wie Shira Eviatar uitstraalden. De voorstelling zette mij aan het denken over het moeizame samenleven in de Arabische wereld en met name Israël waarbij verschillende religies elkaar het licht in de ogen niet gunnen.

Een leeg podium, grotendeels geen muziek, geen decor. In het eerste deel danste en zong de jonge danser Evyatar Said. In het tweede deel twee danseressen die een groot deel van de voorstelling dansten met hun rug (en schuddende billen) naar het publiek. Shira Eviatar ‘ontdoet de traditionele dans van zijn religieuze en rituele connotaties,’ zo lees ik in de brochure. Bij SPRING komt dans tot leven zonder de knellende banden van religie en traditie. Wat een vrijheid. Wat een feest. Wat een vreugde.

Door Floris van den Berg

& meer

 

What is orchestrated? What is reality?

 

Venturing into the futuristic surrounds of the Stadskantor for the first time, an immediate confirmation of the imagery that pop culture has presented as depicting our future world and existence occurred.

Aesthetically every film from Kubrick’s ‘2001: Space Oddessey’ to Jonze’s ‘Her’ now seemed to make sense, this building visually representing our future aspirations, the constant update of technology and our global obsession with image.

Finding ourselves in a small fragmented huddle within a vast foyer space, we hear a short introduction of PoroCity by choreography Andrea Božić. 

It doesn’t give away much. 
We are encouraged to stay silent.
To turn off our phones. 

A figure in green detaches himself from the group, his body is commanding, sure, his face neutrally expressioned. 
He is excited. 

He has heard of a brand new water park, it is meant to contain all of his wildest desires. 

A performer in red questions the performer in green. 
She too is commanding and existent in her own reality but in brief moments they engage and question one another. 

With descriptive sentences spoken adamantly, the performer in green arrives and is bitterly disappointed. 
This water park is a lie.
All he sees are spas. 
Spas extending throughout his horizon line, outside and even towering upwards on multiple architectural levels. 
With curiosity and disappointment, he walks his surrounds. 
People fill this peculiar place. 
There is judgement in their eyes.
A sudden awareness that he is an outsider and not welcome… 
Their piercing glares burn metaphorical holes in his body as he breaks unknown rules by walking through the now milky spas. 
This action seemingly forbidden from this water park. 

We (the viewer) transform into this crowd, we peer at him largely with little emotion shown on our faces. 
He becomes aware that he is naked and is initially ashamed. But we do not shame him for that. 
Our exclusion is specific and unidentified, yet continually present. 
He wants to get out but can’t find the exit.

Upon his escape, we follow the performer in green up the escalators and into a world of dreams, seemingly located throughout the building. 
The performer in red speaks once more, within the same space they concurrently describe the situations they exist within.

A spoken convergence between both red and green continues in certain moments, providing an explanatory bridge that questions the sureties of the spoken statements of the one other. 

Challenging established dream-logic. 

The performer in red is happy at first, she has found a group of people to belong to. 
They all wear colourful sports jackets. 
With joviality and hope, she follows them up a hill united with the group mentality. 
She does not know where they are going. 

When they gather as a group, one gives another a pill.
Initially seeming harmless, a sudden intuition kicks into her mind. 
This pill causes imminent death. 
She wants to intervene but she cannot find the right words. 

With communality, each sports-jacket wearer blindly consumes their own pill, while internalised panic occurs in the performer. 

She knows she cannot escape. Her death is inevitable. 
Her intuition overpowered as she has enters a fixed state, paralysed and frozen, much like a trapped animal hypnotised by it’s predator. 
I couldn’t help but to think of people who join cults and demise within this setting. 

With all of this occurring as we move throughout the varying locations of the building, the viewer finds themselves in a constant shifting position.

Building elements are sometimes used by the performers as they describe their personal surrounds within their performative sequence.
This brings not only a subtle situational reminder but makes the viewer consider their own waking lives and wandering thoughts. 
And moreover that in every space any given person exists within their own personal reality fused with a slippage of fantasy or imagination.

These blurred boundaries are reinforced by the shifting vocal projection of the performers, each having a small speaker on their lower back. 
With their vocal tones varying slightly dependent on where the viewer stands, this only contributes to the sensation of the surreal, the meeting place between dream and reality. 

Entering a narrowed space, we are lead towards a tall thin iron bar standing vertically upright. 
We can hear sounds coming from it. 
I am unsure if this is normal here, an element of this futuristic building. 

As we move away, a man bumps into the bar.  It falls. 
The sound petrifying.
I jump out of my own skin.
And become suspiciously aware of the physicalities of my location, I begin to distrust every pipe or potentially unnecessary building element and feel anger towards the sounds I hear, having previously been at ease with them. 

What is orchestrated? What is reality? 
Why does this indistinction make me deeply uncomfortable?

A new sequence begins. 

The performer in green steps through a white curtain. He is in a boundless picturesque Croation landscape. 
The performer in red steps through a white curtain.
She is in a peculiar public toilet. 
There are no walls here. 
Simply toilets on the ground with a transparent pipe.
She is confused. 
Unwantedly someone demonstrates and normalises this toiletry procedure. 
She is uncomfortable with the space and with those around her. 

Suddenly, uncontrollably she also must evacuate her bowels.
So see does as she has seen. 
The shit travels up the pipe, visible and unashamed. It finishes its journey dispensed in a metal drain on the floor. Exposed. 

The performer has deep shame. 
The shit suddenly fills her mouth. 
She gags, is horrified, feeling bound and trapped. The performer enacts extreme vomiting. 

She feels humiliated as if she is unwillingly part of some kind of nasty plan that those in this public toilet must have been aware of. 
She is finally able to get the shit out of her mouth but the chunks remain. She is entirely disgusted, so much so that she can barely cope with the situation at hand. 

This segment of the performance reminded me of the exhibition 'Goldene Bend'er' I’d seen by Australian artist Mikala Dwyer at the Australian Centre for Contemporary Art back in 2013. 

As part of the exhibition, there had been a performance work where ornately dressed figures with faces shrouded by medieval hooded masks circled a public room and began to empty their bowels into clear cylindrical containers. 

Although both this performance work and Dwyer’s both were both connected to our responses and feelings to do with human waste, the sense of control of the participants in these rituals was vastly different. 

While Dwyer’s had seemed as if the performers were participating in an established normalised ritual simply on display to a bemused audience, Porocity’s was brutal and horrifying. 

Control was taken from the performer. 
She could no longer hold in her need to shit. 
Then attempting desperately to normalise the situation and act as she had seen. 

Only for the most humiliating to be senselessly inflicted on someone innocent in the situation.

Meanwhile, the green performer is exploring the wild landscape in Croatia, marvelling at his witness of plant and ecological growth. 

In a later situation, we accompany the red performer on her walk with her friend. 
Air balloons without a basket float temptingly by. Her friend grabs the rope. 

The performer doesn’t know why but supposes she better join her. 
After a majestic but terrifying flight across Europe, they have landed.

And with a sudden turn, the performer is angry. She has been mislead. 
There was meant to be treasure there. 
Suddenly the situation was a ‘scam’. 
I wondered what inner decision had shifted an unplanned balloon flight into the expectation of finding treasure? 

The performer blames all of those who surround her. 
She refuses to take responsibility for her decision to grab the rope and begin the flight. 

As a viewer to Porocity at times, we became various people throughout each performers situation. 

We inflict paralysing fear. 
We silently ostracise. 
We become shop attendants. 
We transform into bears. 
We were predators. 
We were bystanders. 
We inflicted discomfort. 
We were initiated by eye contact and by the performers nomination. 

At times I was unsure who was formally a part of this performance and whether that even mattered?

The ambiguity became more engaging than my desire to structure the experience. 

As viewers, we watched imagination feed into reality. 
We witnessed human insecurity and our tendency to disregard intuition while only later being forced to rely upon it. 

The duality of dreams and the influences of day to day life are viscerally displayed and thus inner narratives that exist in each person that are largely left dormant and untold are exposed. 

By Diana Story

© Thomans Lenden

& meer

 

Database van houdingen

 

Met 10000 gestures wil Boris Charmatz een database aanleggen. Een database van houdingen die de fysieke mogelijkheden van de mens weergeeft.

Begin bij het begin
Waar begin je dan? Bij het begin, bij één! Eén danser op het podium met de eerste houdingen. Dan komen er al snel nog 21 dansers het podium oprennen. Dat gaat lekker snel. Als iedereen 5 houdingen uitvoert, heb je er al weer 110 bij. Boris Charmatz heeft uitgerekend dat iedere danser iets meer dan 400 gebaren moet maken om aan de 10000 te komen. “Als je ongeveer een gebaar per seconde maakt, duurt de voorstelling hiermee maar 400 seconden.”

Categorieën
Als toeschouwer is het onmogelijk alle houdingen te zien. Dat maakt ook dat iedereen een verschillend gedeelte van de database registreert. Gelukkig wordt er systematisch gewerkt in categorieën: dieren, beroepen, kleine bewegingen met de vinger, de handen, laag bij de grond, alleen en samen. Niks wordt overgeslagen. Ook het orgasme is geregistreerd.

Tussenstand: 2184

Pijn wordt geregistreerd met bijkomend gegil, wat het wat makkelijker terug te vinden maakt in de database. Het wordt wat lastiger registreren als de categorieën wat chaotischer worden.

Tussenstand: 4063

Zo worden alle houdingen van het leven vastgelegd: van geboorte tot de dood en alles wat daar tussenin zit, inclusief kleine huis-, tuin- en keukengebaren als ‘ik bel je later even terug’.

Tussenstand: 6084

Het publiek helpt ook een handje mee. Bewegingen 7086-8096 worden tot ieders hilariteit tussen het publiek uitgevoerd. Dat verklaart waarom er geen grote tassen mee de zaal in mochten. Tellen de bewegingen van het publiek zelf ook mee?

Eindstand: 10000

Vervliegen

De bewegingen vervliegen en komen niet meer terug. Als een beweging is geregistreerd, is het niet meer nodig deze nogmaals uit te voeren. Het stuk was humoristisch met een fijne spanningsboog, maar net als de bewegingen was het vluchtig. Zodra het is geregistreerd, is het niet nodig er nog langer bij stil te staan.

#edgydance #heybodyhey

Door Liesbeth Berg-Meulenberg

© Ursula Kaufmann

& meer

 

Naakte vrolijkheid van de Homo ludens

 

What spirit is so empty and blind, that it cannot recognize the fact that the foot is more noble than the shoe, and skin more beautiful than the garment with which it is clothed? Michelangelo

De titel van deze voorstelling doet zijn naam eer aan: One of a kind is waarlijk one of a kind. Ik vind het lastig om een beschrijving te geven en ik schrijf er dan maar associatief over, over wat er in mij opkomt. Ik denk aan de scene waarbij het publiek werd uitgenodigd mee te zingen en er vrolijk maar voorzichtig en niet uit volle borst werd mee gezongen. De voorstelling gonst na in mijn hoofd. Bloot speelt een belangrijke rol in de voorstelling, op een speelse manier. Ergens in de voorstelling wordt er geroepen ‘Liberation!’. Voor mij in ieder geval wel. Deze voorstelling doet wat met mij. Het is een loutering. Aan de ene kant voel ik me er volwassen door worden doordat ik bevrijd word van resten van taboes en schaamte die blijkbaar diep in mij zitten en anderzijds dat ik juist de vrolijke kinderlijke speelsheid weer voel. Het begint er al mee dat twee mannen, de een met een vrouwenmasker en ander met een groot babyhoofd allebei alleen een ultrakort naveltruitje dragen en daaronder piemelbloot zijn. Een shirt zonder broek is bloter dan helemaal bloot. Tenminste dat zijn blijkbaar concepten die in mij zitten. Ik had deze voorstelling al eerder gezien, in Frascati Theater in Amsterdam. Toen ik zag dat de voorstelling ook op SPRING zou komen nam ik me voor om er weer heen te gaan en ik heb de voorstelling in mijn aanbevolen top drie gezet. Ook de tweede keer heb ik mij uitermate vermaakt en ik zou er zo nog een keer heen gaan. Wie een voorstelling twee keer bezoekt merkt verschillen op, als die er zijn. Een opvallend verschil was, maar dat duurde een poos voor dat duidelijk werd is dat de cast anders was. In Amsterdam waren er drie mannen en een vrouw.

Vincent Riebeek de regisseur en bedenker van de voorstelling, speelde zelf mee. In Utrecht doet hij echter zelf niet mee en speelt er een tweede vrouw mee. De man/vrouwverdeling is daarmee gelijk. De voorstelling draait voor een groot deel om genderidentiteit. De hele LBGTQ et cetera identiteitenkwestie kwam langs, over homo’s, queers, shemales and what have you. Heteroseksualiteit werd in deze voorstelling gezien als de uitzondering. In een scene met interactie met het publiek werd er gevraagd of er ook hetero’s in de zaal waren. De voorstelling is speels en komisch, raar en ongemakkelijk, maar tegelijkertijd ongelofelijk belangrijk. Op de dag van deze voorstelling, 17 mei, lees ik dat in Taiwan, als eerste land in Azië, het homohuwelijk is goedgekeurd. Acceptatie van homoseksualiteit en een diversiteit aan genderrollen zijn uitzonderlijk. Er zijn wereldwijd slechts kleine eilandjes waar er acceptatie en juridische gelijkheid is. Riebeek brengt de subcultuur van de gayculture op een cultureel mainstream podium en geeft er een creatieve draai aan. Oho, zo hoorde ik diep in mijn brein mijzelf zeggen ook al wilde ik dat niet: Oho, toen je recht in de anus keek of een vrouw met haar benen wijd op het podium lag. Maar het kan gewoon. De wereld vergaat niet. Onder onze kleren zijn we allemaal bloot. Het zijn de taboes die in ons zelf zitten. En het is aan het publiek om te besluiten wat je ermee doet. Het is geweldig dat zo’n voorstelling kan. In veel landen zou het onmogelijk zijn of een rel veroorzaken. Dat het hier kan toont aan dat er beschaving is. De voorstelling biedt ook een reflectie over pornografie. Deze voorstelling zou vanuit conservatief perspectief aangemerkt kunnen worden als pornografisch. Er pornografie hoort niet bij mainstream cultuur, tenminste dat is weer een hardnekkig idee dat in mij zit. Dat een portie pornografie best onderdeel kan zijn blijkt toch bevrijdend. Ik ken het werk van Riebeek een beetje. Hij heeft veel samengewerkt met Florentina Holzinger. Enkele jaren geleden was hij ook bij SPRING met de voorstelling Schönheitsabend. Holzinger en Riebeek zoeken naar de randen van het betamelijke. De dildoscene waarbij Riebeek door Holzinger werd gepenetreerd is daar wel een voorbeeld van. Vergeleken daarmee is One of a kind best braaf.

De slotscene is adembenemend mooi. Alle maskers en kleding worden afgelegd en de dansers zweven in witte doeken die vanaf het plafond afhangen over het podium. Het is een zwevend ballet. Waar er in de voorgaande scenes sprake van humor en nep, is dit einde een adembenemende eerlijkheid. Net zoals de dansers hun applaus geheel naakt in ontvangst nemen.   

Mijn vriendin zei dat ze dacht dat deze voorstelling wel iets was voor mij om mee te doen. Zo had ik er nog niet naar gekeken. Ik speel met het idee. Dat zou me pas echt uit mijn eigen keurslijf bevrijden.

Door Floris van den Berg

© 
Thomas Lenden

& meer

 

And I wonder, where do all these memories and identities go as time continues to shift?  

 

‘’Unsolved’’ commences with a darkened stage, a man and his voice narrating his story to tell. 

A roller door opens, revealing a desolate, uninhabited and almost monochrome house. Built by his father and grandfather as a grand venture to house to their extended family, now well-worn and unused, ambitious metal poles extend from the roof and point hopefully into the sky – the possibility for physical expansion idealised. 

With an bashful initial disclaimer about the chance that their identity as Taiwanese Hakka could be considered ‘fake,’ as only one grandparent speaks their original language, elements of the inhabitants identities are introduced. The languages from groups that occupied Taiwan emerge in song and adjoin whispered by different family members, these voices from the performers memory remaining constantly present throughout his narrative. Creaks, sounds reminiscent of fluorescent lighting and bodily noises jarringly provide a soundtrack throughout the journey. 

A grandmothers voice begins to sing in Japanese, contrasted with a long-unused kitchen, she sings a song from her childhood of birds flying together – perhaps reflecting her aspirations for her family. On a darkened stage, the performer’s face is pushed one way, his body another, ducking and weaving, becoming a child submissive to the memories of the adults dominant in the house. A physical re-enactment of his childhood reminiscent of the phrase ‘better seen, not heard.’

Half-dance, half neurotic, the performer dusts his projected lounge room in a repetitive pattern, the screen jolting and jumping in response to his actions.Dynamics within this family inhabitance unfurl, a father forced to work from a young age, in constant fear of the economy.The performer begins a defensive, untrusting fight against the abandoned and unassuming rooms of his family home.Projections of discarded objects from another time and marked walls from the home move their closest to the audience creating a sudden feeling of situational suffocation.

A mother who bottled and refused to acknowledge injustice, aiming to be ‘discreet’ and neat. Deep seeded family resentfulness towards the long-term unemployed grandfather. With revelations about the life and secrets of the grandfather revealed, lies uncovered that disguised the marks of torture that he had been subjected to during a terrifying period of political disaster.

Voices of family members reflecting upon their life in their home with one another play as the performer relives his childhood reality, contrasting the variations of two peoples experiences in the same environment. Despite the turbulence and pressure during his youth, slowly and surely we witness the growth and strengthening of the performer as he triumphs in the formation of his identity and love of hip hop and dance and eventual his detachment from his family.  Family culture and its effect upon childhood experience is explored deeply but moreover the indeterminant and unquantifiable inherited ramifications of hidden family histories. Equally connecting the physicality of the house as corresponding to the actions and beliefs of its inhabitants provides a fascinating insight to the separate identity a home can hold in the memories of each person who has lived within its walls.

On a personal level, “Unsolved” naturally reawakens memories of childhood, family and home in the viewer. Thinking about home, I remembered the family house of my father, where he and his siblings had lived and grown up and where I lived as a teenager, having left my childhood home for the very first time. The house was owned by my grandparents for fifty-seven years until we helped clear out its vast possessions when they could no longer live there independently. With both of them surviving enormous hardship in their youths, my father and his siblings were influenced by their characters, strong religious convictions and no doubt their traumas.

Learning about the suffering of the grandfather in “Unsolved,” I thought about my own Opa. He had survived the occupation of the Netherlands during war and had been taken as a prisoner by the Nazis and being naturally gifted with language, forced to be their translator while they starved him and killed his friends. It was many years before anything emerged about my Opa’s experiences in the war and when they did they were far more horrifying that any of us could have imagined. This trauma impermeably lived wherever he did and embedded itself in the tangible and intangible traits throughout my family, its presence seemingly a permanent element of the family psyche. As time passed by and the inevitability of change ensued, our family home no longer stands and a new one has taken its place, with a new family and new memories being created. 

"Unsolved" tells an important biographical story of life and childhood in Taiwan and the effects of political change and occupation on individuals. And I wonder, where do all these memories and identities go as time continues to shift?  

By Diana Story

© 
Yun Quan Lin

& meer

Home is where my family is Home is where my family is

Blog door Liesbeth Berg-Meulenberg over Unsolved

nieuws
 
 

Home is where my family is

 

 “In 1976 bouwden vader en grootvader een huis van vier verdiepingen”. De familie van de Taiwanese choreograaf Fang Yun Lo was net vanuit de bergen naar de stad verhuisd. “Nu is het huis leeg, te groot, te zwaar, te oud.” Unsolved neemt je mee in de familiegeschiedenis, toen oma al zingend stond te koken en iedereen samen TV keek. Wat is er gebeurd in dat huis? In jouw huis?

Installatie
Er staat een maquette van het vier-verdiepingen-hoge huis. Deze wordt belicht, zodat wij een schaduwspel op het doek te zien krijgen. Dit wordt vlekkeloos opgevolgd door beelden van de omgeving, gefilmd vanuit het huis. We worden meegenomen op reis. Op reis naar het verleden.

Er worden verschillende filmtechnieken gebruikt die naadloos in elkaar overlopen zoals soms ook het heden en verleden in elkaar kunnen overlopen. De maquette van het huis speelt hier een belangrijke rol in. Dit alles mooi omlijst door de live-geluiden van de dj.

Familiegeschiedenis
Opa was de spil van het gezin. Hij was ook erg stil. Zelfs zijn vrouw wist er niks van, van die striemen op zijn rug. De geschiedenis van het land heeft letterlijk sporen achtergelaten. Op opa. Op het gezin. Op jou.
Wat gebeurt er met het huis als de spil wegvalt? De kamers worden verlaten en de spullen verstoffen? En wat gebeurt er met het gezin als het huis kleiner wordt?

Duet
Danser Chih Wen Chung maakt bewegingen gebaseerd op urban dance. In duet met de schermen, in duet met de dame van de schermen, in duet met het huis. Door het huis schoon te maken, worden er letterlijk beelden weggeveegd uit het geheugen.
Hoe herkenbaar is het dat jongeren naar de stad trekken, naar het buitenland? Iedere familiegeschiedenis draagt een stukje Unsolved in zich mee: een gebroken huis. Zoals de verschillende lagen van de maquette los eindigen in de armen van de danser.

Ieders geschiedenis
De voorstelling heeft me gepakt. Bijna iedere seconde van de 60 minuten die het kort was. De beelden, de verhalen, de vragen die het opriep. Ook mijn familie is uit elkaar gevallen, nadat er een spil verdwenen is. En het huis leger geworden. Laat je die kamer dan staan? Onaangetast? Omdat je gewoonweg niet weet wat je moet doen?

#heritageofthefuture #visualarts #politicalaffairs

Door Liesbeth Berg-Meulenberg

© Anna Westphal 

& meer

 

Global Affairs: over grenzen, identiteiten en de lichamen waar ze doorlopen

 

Door Karlien Vanhoonacker

Met Global Affairs nemen we je binnen het programma van SPRING 2019 mee naar uiteenlopende plekken over heel de wereld. Wat is de impact van de plek waar we vandaan komen? Wat bepaalt onze culturele identiteit? En hoe verbinden we die twee elementen met elkaar in deze alsmaar meer geglobaliseerde wereld? Het zijn voornamelijk jonge kunstenaars die hierover relevante vragen stellen. Hun frisse maar vooral ook open én kritische blik, en hun verfrissende, energieke aanpak doet je als toeschouwer met andere ogen naar de wereld kijken. Niet alleen kijk je anders naar hun wereld, de specifieke plek waar zij op inzoomen, maar ook naar je eigen thuis en de manier waarop we onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn als mens. Meer nog, in deze geglobaliseerde wereld lijken heel wat vragen en thema’s niet alleen universeel, ze lijken ook meer en meer globaal met elkaar verweven.

De Taiwanese choreograaf Fang Yun Lo (Unsolved) neemt de zoektocht naar waar ze vandaan komt letterlijk door terug te keren naar het huis en de geschiedenis van haar familie. Ze laat danser Chih Wen Cheng ons via urban dance door haar ouderlijk huis gidsen dat opgeroepen wordt door video-projecties op de wanden van een installatie op scène. Ze haalt herinneringen op vanhaar jeugd in Taiwan in de jaren ’80 maar rekent tegelijkertijd ook voorgoed met die jeugd af. Tegelijkertijd tackelt ze de grote existentiële vragen van deze tijd. Wat is een thuis? En hoe gaat de jeugd om met conflicten die de vorige generaties nooit hebben opgelost?

Shira Eviatar (Eviatar/Said & Rising) is een Israëlische choreografe die uiteenlopende danstradities samenbrengt. Deze tradities bestaan naast elkaar: de Joods-Jemenitische en de Palestijnse tradities enerzijds en de Jemenitische en Marokkaanse anderzijds. De beide dansers kennen de bewegingen door en door omdat ze deel uitmaken van de Arabisch-Joodse feestelijke tradities. De choreografe Shira Eviatar legt de herkomst van de bewegingen in deze voorstelling op fascinerende wijze bloot en ontdoet ze van hun context. Ze brengt de verwantschap en de verschillen van de dans naar de oppervlakte. Ze toont hoe twee danstradities verschillen, maar elkaar toch kunnen vinden zowel binnen één solo, binnen het lichaam van één danser, als in een duet.

De jonge dansers Mitra Ziaee Kia en Hiva Sedaghat (Through the Skin) vertrekken van de zo goed als onbestaande danstraditie in Iran. Of vooral van de moeilijke positie die hedendaagse dans heeft in een land waar dans zo goed als verboden is en vooral vrouwelijke lichamen in publiek bij voorkeur bedekt blijven. Het is dan ook gedurfd hoe deze jonge dansers/choreografen met Through the Skin een voorstelling over intimiteit maken.

Waar de Israëlische Shira Eviatar focust op bewegingen, op dans, op elementen uit traditionele feesten uit verschillende religies, van verschillende bevolkingsgroepen en die naast elkaar plaatst als antwoord op de politieke realiteit in Israel, heeft Roee Rosen (Theatre of the Awkward), een andere aanpak. De representatie van zowel structureel geweld en verlangen lopen als een rode draad door zijn werk. Als schilder, schrijver, filmmaker, en beeldend kunstenaar die erg present was op de jongste editie van documenta 14 ondermijnt hij in zijn artistiek universum de normerende impact van identiteit en identificatie door te werken met fictionalisering en ironie. Hij vermengt de huidige Israëlische politiek en de wereldpolitiek met mythische en politieke referenties aan de Europese als Joodse geschiedenis. In Theatre of the Awkward wordt zowel een work-in-progress van zijn Kafka for Kids als de live-performance Hilarious: disfunctionele stand-up comedy vertoond. Ook blijft Roee Rosen de link leggen tussen de actuele politiek die in zijn ‘heimat’ wordt gevoerd en de wereldpolitiek, die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

In Pleasant Island, het tweede deel van de trilogie die de jonge makers Silke Huysmans en Hannes Dereere wijden aan de globale economische, sociale en politieke impact van de mijnindustrie, laten ze hun licht schijnen op het eiland Nauru. De Britse walvisjagers gaven het eiland in de Stille Oceaan ooit de bijnaam Pleasant Island omwille van de enorme schat aan natuurlijke rijkdommen. Wat ooit een paradijs op aarde was, is ondertussen een leeggeroofd, arm en uitgeput land waar Australië bovendien een enorm vluchtelingenkamp heeft geplaatst waaruit vluchtelingen maar zelden uit weggaan, maar waar ze evenmin een thuis vinden.

Dat de impact van de internationale politiek en de economische ongelijkheid wereldwijd te voelen is en ook niet te negeren valt, toont de Kameroense kunstenaar Zora Snake. Met de live performance Transfrontalier confronteert hij zowel het publiek als de toevallige voorbijgangers met de fysieke realiteit van grenzen. In het centrum van Utrecht toont hij letterlijk aan welke pijn en obstakels de vluchteling wordt blootgesteld. Hij toont de dagelijkse realiteit aan de grenzen van Fort Europa waar we liever niet mee geconfronteerd worden. Zora Snake gebruikt de publieke ruimte dan ook niet alleen als podium, maar vooral als ontmoetingsplek, discussieforum en ruimte voor confrontatie en dialoog. Een confronterende, gedanste dialoog over grenzen, identiteit en hoe ze ons thuis bepalen.

& meer

 

Vluchtelingparcours met obstakels

 

Op de openingsdag van SPRING is de Nederlandse première van Transfrontalier, een straatvoorstelling gemaakt door de uit Kameroen afkomstige Zora Snake. Hij geeft het parcours van de vluchteling weer, op een nogal letterlijke manier.

Straatvoorstelling
SPRING trekt er graag op uit de stad in; wij toevallig ook! We staan met best wel veel mensen verzameld op het Janskerkhof. Gelukkig is het lekker weer. We wachten op Zora Snake, die zich plots ook bij de groep heeft gevoegd zonder dat  sommigen het door hebben. Hij haalt wat spullen uit zijn koffer en begint zich in te smeren met iets ondefinieerbaars. Daarna begint hij zich te omwikkelen met prikkeldraad. Hij slaakt wat kreten aan de busbaan. Dat trekt aandacht!

Protestmars
Op deze manier, met prikkeldraad omwikkeld en een matras achter zich aan slepend, wandelen we met zijn allen richting stadsschouwburg. Het is een heuse protestmars, inclusief bord met ‘free for all’ erop geschreven. We krijgen nogal wat aandacht van de omgeving. Deels ook omdat de fietsers last van ons hebben.

Vluchtelingenkamp
Bij de schouwburg aangekomen, settelen we ons op het grasveld. Daar is een vluchtelingenkamp nagebouwd, interpreteer ik er vrij op los: een opstelling van vier dranghekken met veel kleren eromheen. Zora is aan het dansen, hiphopbewegingen, terwijl er uit de boxen tekstfragmenten schallen over de vluchtelingenthematiek. Onze Wilders mag daar natuurlijk niet ontbreken.

De tekstfragmenten belichten beide kanten van deze thematiek. Zozeer dat ik eigenlijk niet meer zo goed oplet op wat er voor me gebeurt. Het kan ook zijn dat het me niet zo pakt qua theater en dans, want het is nogal letterlijk genomen en moraliserend. Zora probeert echter wel zijn publiek in het stuk te betrekken door ze borden met tekst omhoog te laten houden of ze aan te raken.

Discussie
De voorstelling belicht inderdaad het parcours van de vluchteling. Maar of het echt een discussie aanwakkert, vraag ik me af. De meeste toeschouwers waren bekend met theater en sowieso op weg naar de openingsvoorstelling later op de avond. Hoe anders zou het zijn als dit buiten de stad zou plaatsvinden? Echt in de publieke ruimte waar de meningen verdeeld zijn. Wat zou dan de gemoederen bezig houden en onderwerp van discussie zijn?

#politicalaffairs #newyoung

Door Liesbeth Berg - Meulenberg

& meer

 

Ritueel voor ongelovigen

 

- In a secularising world, art has replaced religion as a touchstone of our reverence and devotion. Alain de Botton, Religion for Atheists

‘Wat vond je ervan?’ is de standaardvraag die mensen stellen als je een voorstelling hebt bezocht. Is die ander dan geïnteresseerd in jouw mening als die mening uit de binaire keuze tussen leuk en niet zo leuk? Waarom zou je de mening van een ander over van alles en nog wat willen weten? Als je op vakantie bent geweest, is het dan leuk om te horen dat het leuk was, of wil je iets interessants horen? Ik weet niet gelijk wat ik vind van Attractor, de openingsvoorstelling van SPRING. Ik moet het op mij in laten werken en ik schrijf erover om het uit te zoeken.

De voorstelling liep vloeiend over van de openingsspeech door Rainer Hofmann. Die speech was een opmerkelijke postmoderne potpourri van herhalende teksten waarin Hofmann speelde dat de tekst door een kunstmatige intelligentie was geschreven. De thema’s werden aangestipt, de sponsoren bedankt, ambtelijke nota’s over cultuurbeleid bekritiseerd en met enthousiasme gesproken over het spektakel van het festival. Het was een openingsspeech waarbij ik me – net als vorig jaar – niet verveeld heb en dat is gezien het genre toch een opmerkelijke prestatie.

‘Ik ben een atheïst; zo profileert regisseur en choreograaf Gideon Obarzanek zich en hij vervolgt ‘maar ik ben altijd geïnteresseerd geweest in religieuze kunst en traditionele ceremonieën.’ En dat zien we terug op het podium. Als publiek zijn we getuige van wat een traditionele religieuze dans lijkt waarin de dansers in een trance opgaan. Ze dansen nu eens op zichzelf, maar synchroon, dan weer met elkaar samen. In het midden van het podium staan twee muzikanten. Een zanger die vooral monotone geluiden voortbrengt en een bespeler van een snaarinstrument en fluit. Er wordt gedanst in een cirkel rondom de twee muzikanten. De uit Australië afkomstige dansers van Dancenorth Australië en Lucy Guerin Inc. De dansers zijn opvallend groot en gespierd. Ze dragen nietszeggende vrijetijdskleding. Er wordt vol overgave gedanst en het is een genot om naar te kijken.

Dan is er een opvallende wending. Vanuit het publiek klinkt er het geluid van een rijstschudder (ik probeer te bedenken hoe zijn ding heet). Al gauw zwelt het geluid aan tot heel veel geluid vanuit het publiek. Dan lopen er vanuit de zaal mensen het podium op en mengen zich met de dansers. Het zijn een stuk of dertig mensen uit het publiek die meedansen op het podium. Het is geen solipsistische dans zoals in een discotheek, maar een groepsdans. Na een tijdje valt op dat de publieksdansers een oortje hebben voor instructie en de regisseur is net tussen de coulissen zichtbaar. In theorie had ik ook wel mee willen doen.

Ik lees nog eens wat regisseur Obarzanek zegt over deze voorstelling: ‘[…] dans en muziek kunnen de deelnemers in en bovenzintuiglijke toestand brengen, waardoor ze deel uit gaan maken van iets dat groter is dan zijzelf.’ Dat ‘iets’ is niet iets religieus maar het op een positieve manier opgaan in een groep, je verbonden voelen met elkaar en je vrij voelen om te bewegen.

SPRING is een seculier en wellicht atheïstisch festival. In landen waar religie een grote stempel drukt op de samenleving zijn veel voorstellingen van dit festival taboe. Filosoof Alain de Botton breekt een lans voor religie voor atheïsten. Hij wil de mooie dingen van religie houden, zonder de dogma’s en beknotting van vrijheid. Misschien is SPRING wel religie voor atheïsten. SPRING als seculier lente-ritueel. Als atheïst dompel ik mij de komende tien dagen onder in die religie.

Door Floris van den Berg

© Gregory Lorenzutti

& meer

 

“Ik wilde de dans opnieuw ontdekken, vooral de nood die er is aan de verbindende kracht van dans, van het samen.”

 

Tzeni Argyriou studeerde dans en choreografie. Ze maakt al meer dan 10 jaar choreografisch werk dat gericht is op het integreren van podiumkunst met andere kunstvormen. Nadat ze heeft onderzocht hoe ze mediaconstructies kon laten samensmelten met performance, keert ze nu terug naar het analoge lichaam en de emanciperende kracht van de fysieke ervaring. Ze is dit jaar tijdens SPRING te zien met haar voorstelling ANΩNYMO.

Wat is de drijvende kracht achter jouw creativiteit?
Ik observeer wat er om me heen gebeurt, vooral hoe mensen zich gedragen in verschillende sociaal-politieke omstandigheden. Dat observeren wakkert bij mij behoeften, verlangens, gedachten of vragen aan. En als daaruit iets naar voren komt dat ‘blijft hangen’, dan wordt dat het onderwerp, de magnetische kern voor mijn ideeën en verbeelding. Dus dan gaat het op een bepaalde manier over de inhoud.
Als de repetities dan beginnen kan er nog van alles veranderen, dan wordt mijn creativiteit gedreven door het werk zelf. Dat wil zeggen dat mijn ideeën en aanwijzingen, en de mensen die eraan meewerken (de performers, de samenwerkingspartners), en daarnaast de tijd en de plaats, van het werk een levend organisme maken dat weer andere lagen van mijn creativiteit aanboort.

Hoe zie jij de rol van theater en dans in de samenleving?  
Ik denk dat ze verschillende rollen kunnen spelen, dat ligt aan de tijd. Ze kunnen voorspellend werken, of als waarschuwing, herinnering, of als kennisoverdracht. Wat ook kan is dat ze een verlangen in de mensen aanwakkeren, naar dingen, verlichting, een kritische blik, maar ook emoties. En daarnaast geven ze verschillende perspectieven die we vaak vergeten doordat onze levens zo druk zijn. Op de een of andere manier moet de kunst functioneren als een hedendaags orakel…

Wie of wat is je grootste inspiratie?
Het is lastig om een ding aan te wijzen als grootste inspiratie; het is meer een combinatie van heel veel dingen. Ik ben opgegroeid in een klein stadje, Kavala, waar zowel de zee als de bergen vlakbij waren. Het was een onbezorgde tijd, ik speelde veel met de kinderen uit de buurt, dus dat teamwork zat er vroeg in. Griekenland is sowieso een grote inspiratie voor me. Ik ben ook erg geïnspireerd door sommige leraren die ik had die me met zoveel liefde en passie en toewijding het kunstvak hebben bijgebracht. En ik heb het geluk gehad dat ik veel kon reizen en zo mensen van heel verschillende achtergronden en leeftijden heb kunnen spreken.  

Wat voor rol speelde dans in jouw jeugd?
Dans was heel belangrijk voor mij in mijn jeugd. Het gaf me het gevoel ergens bij te horen. Ik herinner me dat ik op dansles zat in de plaats waar ik opgroeide en dat ik niet kon wachten tot de volgende les, ik kon thuis niet stoppen met dansen. Het bracht me zoveel vreugde, ik voelde me er sterk door en vrij. En het was echt belangrijk omdat het me een ander middel gaf om me uit te drukken (via het lichaam en niet via de taal). Ik leerde ervan, experimenteerde ermee, ik kon dingen delen en het was niet op mijn toekomstige loopbaan gericht. Dat was pas later. Ik hoor ook bij die generatie die op TV keek naar ‘Fame’ en ‘Dirty Dancing’.  

Wat was je uitgangspunt bij het maken van deze voorstelling?  
Het begon ermee dat ik zag hoe de technologie niet alleen in ons leven is binnengekomen maar ook ons lichaam en onze relaties begint te vormen. Er is een directe relatie tussen de toename van digitale online interactie en de afname van fysieke sociale banden. Hoe delen wij onze ervaringen met anderen? En wat delen we met anderen? Ik kijk ook naar een technologische opvatting van anonimiteit, in de digitale arena waar onze privacy bedreigd wordt. Ik hou me al jaren bezig met al deze factoren, en toen ik net mijn eerste kind had gehad stelde ik mezelf vragen als ‘waar gaat het heen met ons’, en ‘wat voor ervaringen, herinneringen en leven gaan onze kinderen tegemoet?’. Uiteindelijk voelde ik de sterke drang om verder te kijken dan de digitale communicatie en wilde ik de manieren waarop mensen met elkaar verbinding zoeken terwijl ze in dezelfde ruimte zijn, opnieuw definiëren.  

Waarom wilde je deze voorstelling maken?
Ik wilde de dans opnieuw ontdekken, vooral de nood die er is aan de verbindende kracht van dans, van het samen, binnen ons sociale kader, fysiek bij elkaar te zijn en dingen uit te wisselen. Dat leidde ons naar niet-gechoreografeerde vormen van collectief handelen en uitdrukkingsvormen die geworteld zijn in menselijk contact, grip, groepscohesie, gedeelde vreugde. Het project verkent dus verschillende vormen van traditionele dans, zang, ritmes en patronen, en andere vormen van ‘anonieme kunst’, die je ook in de architectuur of zelfs in het boerenbestaan vindt. Die dingen binden ons, culturele wezens, al eeuwenlang. Verbinding maken met elkaar, met jezelf, het universum, al dat soort connecties werken op de een of andere manier therapeutisch; het zijn fysieke uitdrukkingsvormen en louteringen waardoor je je beter kunt voelen en een betere samenleving kunt bouwen. Het was mijn bedoeling om bruggen te vinden waarmee we lichamen met elkaar in contact kunnen brengen in deze tijd waarin lichamelijke verwijdering zo dominant is, en om na te denken over de mogelijkheden die gedeelde culturele waarden kunnen bieden in een tijd van digitaal individualisme.

Wat was jouw persoonlijke hoogtepunt tijdens het maken van deze voorstelling?
Dat was eigenlijk al op de eerste dag van de repetities, na een lange planningsperiode. Ik wilde graag beginnen met het deel over digitale communicatie, dus ik had de performers gevraagd een nieuw Facebookprofiel aan te maken, een digitaal personage dat ze graag voor zichzelf wilden in Anonymo. Het plan was om in die eerste repetitie een Facebookgroep aan te maken, zonder te weten wie wie was, en mijn samenwerkingspartner en ik zouden de dansers al hun notatie, opdrachten en aanwijzingen in die groep geven. We zouden dus digitaal communiceren terwijl we allemaal fysiek in dezelfde ruimte aanwezig waren. We logden in en binnen een kwartier had Facebook al onze profielen een voor een geblokkeerd! En op datzelfde moment kwam er een hele grote vent binnen; we dachten allemaal dat hij van de politie moest zijn of de FBI! Maar het bleek dat hij gewoon een pakjesbezorger was!  

Waar werk je momenteel aan?  
Ik heb een aantal nieuwe concepten waar ik graag aan wil beginnen, dus op dit moment ben ik bezig om dat mogelijk te maken, dus ik werk aan de voorwaarden, de aanvragen, vergaderingen etc. Het is zeker niet gemakkelijk om een freelance kunstenaar te zijn en van dit werk rond te komen…

ANΩNYMO is op di 21 en wo 22 mei te zien in Theater Kikker.

& meer

 

SPRING is begonnen!

 

Deze editie gaat over robots en mensen, over culturele identiteiten en wereldwijde verbanden, over de mensen en de stad. We steken Uncanny Valleys over en passeren Pleasant Islands en doen een breed scala aan genres en kunstvormen aan. 

SPRING opent vandaag met de Nederlandse première van Attractor van Dancenorth, Lucy Guerin Inc, Gideon Obarzanek & Senyawa. In deze meeslepende voorstelling komen niet alleen twee van de beste Australische dansgezelschappen bij elkaar, Dancenorth en Lucy Guerin Inc, maar ook traditionele Indonesische muziek en heavy-metalzang, virtuoze dansers en publiek. Voor aanvang van de openingsvoorstelling kun je tijdens de stadsopening in de publieke ruimte de performance Transfrontalier van Zora Snake bezoeken. De kunstenaar onderzoekt de vraag hoe we aan grenzen kunnen ontsnappen door zich letterlijk bloot te stellen aan de hoop, pijn en obstakels die het parcours van de vluchteling zo typeert. 

Er is tijdens het festival ook een doorlopend programma te zien:
Ephemeral Data - Jeroen van Loon op de Neude
Polygon - Lawrence Malstaf in Hoog Catharijne
After Ghostcatching - OpenEndedGroup in de Hekmanfoyer in Stadsschouwburg Utrecht
Through the Looking Glasses - Andrea Božić, Julia Willms & Robert Pravda in de Hekmanfoyer in Stadsschouwburg Utrecht

Lukt het je er vandaag niet om deze installaties zien? Kom dan in komende dagen langs!

We zien je deze week graag in onze zalen, in de publieke ruimte en in ons Festivalhart. Wij hebben er zin in!

& meer

 

Achter de schermen van SPRING

 

Spring is the time of plans and projects. Leo Tolstoy

SPRING blijkt een grote gemeenschap, een familie haast, en ik mag erbij aansluiten. Het theaterpubliek neemt plaats op het pluche, drinkt een glas na en gaat weer op huis aan. Een theaterfestival is echter veel meer dan dat. Zoals een auto meer is dan een kast op wielen om je van a naar b te vervoeren, maar er een ingewikkeld mechaniek schuilgaat onder de motorkap. Goed beschouwt heeft alles een diepere dimensie: een telefoon, een computer, ons lichaam, onze hersenen, maar ook de stad Utrecht, een televisieprogramma en de logistiek achter de gevulde schappen in de supermarkt. Doorgaans staan we niet stil bij de achterkant van de dingen.

Maar vanavond wel. Ik althans en het betreft het de achterkant van SPRING. Op een maandagavond aan vooravond van het festival is er een bijeenkomst voor vrijwilligers in de stadschouwburg. Het blijkt te gaan om tientallen vrijwilligers – festival angels. Van mensen die achter de kassa staan of kaarten controleren, tot mensen die artiesten ontvangen en begeleiden, fotografen en bloggers. We worden welkom geheten door een uitgebreid team van de professionals, de organisatoren, waaronder festivaldirecteur Rainer Hofmann. Kunstenaar Jeroen van Loon vertelt over zijn zandmandala-project Ephemeral Data dat hij op de Neude gaat maken met hulp van een legertje vrijwilligers. Hij laat de afbeelding zien die in zand zal worden gemaakt. Het is de kaart van Utrecht met daarop alle internetkabels en de zendmasten. (Ik weet eigenlijk niet of ik dat mag verklappen). In de tent zal geen enkele beeldopname gemaakt mogen worden. Bezoekers moeten met een sticker de lens van hun telefoon afplakken. Op de laatste dag van het festival wordt de zandmandala weer uitgewist. SPRING is tenslotte een theater en dansfestival, het is geen biënnale. Er wordt verteld over SPRING Academy waar, studenten uit heel Europa samenkomen en waar dit jaar 180 deelnemers zijn die 10 dagen lang samen in Utrecht verblijven en workshops doen, door onder andere de artiesten van SPRING en ’s avonds de voorstellingen bezoeken. De SPRING Academy geeft het festival een enorme outreach.

De verschillende groepjes vrijwilligers krijgen nadere instructie. Ik sluit aan bij enthousiaste theater- en dansliefhebbers in het groepje bloggers en fotografen. Wij mogen via onze blogs verslag doen van het festival en daarmee bezoekers enthousiasmeren maar ook reflecteren op wat er allemaal gebeurt op het podium en wat het teweegbrengt.

Het organisatorisch centrum van SPRING zit gevestigd in de artiestenfoyer van de Stadsschouwburg. De vrijwilligers mogen er met hun festival shirt en pas binnenlopen. Aan tafel met een drankje na afloop met de andere bloggers wisselen we ervaren over dans en theater uit. En over bloggen.

Iedereen is er klaar voor.

Door Floris van den Berg

& meer

 

“Opnieuw leren wat je al weet door je er bewust van te worden, alsof je een immigrant bent in je eigen huis, je eigen lichaam.”

 

Shira Eviatar begon als kind met acteren in het theater en behaalde later haar BA in theater en dans. Op haar 25e begon ze aan haar choreografie-opleiding in Israël. Ze was toen al actief op verschillende creatieve gebieden, zo maakte ze kleding en videokunst, deed ze aan pottenbakken en speelde ze drums. We spreken Shira Eviatar over haar voorstellingen tijdens SPRING, Eviatar/Said & Rising, die op 18 & 19 mei te zien zijn in Theater Kikker.

Wat motiveerde jou om in de podiumkunst te gaan werken?
Ik ben geïntrigeerd door ons vermogen om creatief te zijn en aanpassingen te doen aan onze werkelijkheid, die zich via regels en culturen aan ons openbaart. Wij kunnen daar vragen bij stellen en die werkelijkheid helemaal uitpluizen tot we bij de pure kern ervan komen. Die kern wordt in het dagelijks leven aan ons oog onttrokken. De samenleving heeft er geen plaats voor. Om verder te kijken dan wat we denken te weten en om te kunnen vragen waarom de dingen zijn zoals ze zijn, op een dieper niveau dan onze culturele waarden, moeten we ons lichaam inzetten om tijd en ruimte te onderzoeken. Dat is voor mij waar het in de podiumkunst om draait.

Ik hou ervan om werk te maken waarbij het lichaam wordt ingezet. Ik ben dan wel gestopt met drummen, maar ik gebruik nog steeds percussie op het lichaam in mijn voorstellingen. Zo geef ik met ritme vorm aan de ruimte en creëer ik een beeld dat ook muzikaal is. Je kunt zo zelfs horen wat je ziet.

Hoe denk jij over de rol van theater en dans in de samenleving?
Dat is specifiek verbonden met mijn land. Het is een uiterst complexe situatie, dus wat ik hier zeg is sterk versimpeld, maar: Israël is gesticht door migranten uit Europa en de VS (Asjkenazische Joden) en de Arabische wereld (Mizrachische Joden). De Asjkenazische cultuur was de dominante stroming in de samenleving, waarschijnlijk omdat deze groep meer geld had. Via de media en de samenleving werd hun cultuur boven de Arabische geplaatst. Er was echt een rassenscheiding in de Israëlische samenleving, waarbij de Arabische Joden erg slecht behandeld werden. Jemenitisch-Joodse kinderen werden bijvoorbeeld door de regering gekidnapt en in handen van Asjkenazische families gegeven. Van veel Mizrachische vrouwen die in het ziekenhuis bevielen werden de baby’s afgenomen; er werd hen verteld dat hun kindje ziek was geworden en was overleden. Voor veel mensen – en hele bevolkingsgroepen – heeft dat diepe trauma’s opgeleverd.

Het Zionisme van de Asjkenazim schept een bepaald beeld van Israël en als je Arabisch spreekt of je huid is net iets donkerder, dan maak je dat beeld te schande. Mijn grootouders kwamen uit Algerije en Marokko en mijn vader moest echt zijn achternaam aanpassen wilde hij ergens kans op maken in die samenleving. Als Marokkaan ben je kansloos. Mijn oma werd uitgemaakt voor leugenaar omdat ze zei dat haar zoon dokter zou worden. Het werd haar niet gegund en de mensen konden ook niet geloven dat zoiets hem zou lukken.

Toen ik ging dansen besefte ik hoe dat doorwerkt tot in onze cultuur en dat schokte me. Ik werd opgeleid met die typische benadering van het klassieke ballet waarbij je bepaalde delen van het lichaam fixeert. Andere benaderingen waren allemaal inferieur, er was zelfs geen plek voor onderzoek – je moest die delen nu eenmaal nooit bewegen. Die zijn van geen waarde voor een professionele hedendaagse danser.

Als je dat wel doet tel je alleen nog als folkloristische danser, want alles uit de cultuur van de Mizrachim wordt tot oriëntaals stereotype gereduceerd, zoals de schurk met de donkere huid of de domkop. De blik van buitenaf van de Ashkenazim op de Jemenitische cultuur, mode en dans heeft al die dingen tot exotisme gereduceerd, met een negatieve bijbetekenis. Het is compleet afgesneden van de culturele wereld, tenzij het een specifieke tijd en plaats heeft en het label “etnische dans” of “folklore”-avond krijgt. Alsof hedendaags ballet geen folklore is! Dankzij dit soort manipulaties zijn de mensen hun traditionele dansen en kleding gaan wegstoppen.

Hoe is die positie van de Mizrachische culturen binnen de Israëlische culturele wereld van invloed geweest op Eviatar/Said & Rising?
Deze twee voorstellingen geven ruimte aan elementen die uit de culturele wereld zijn geweerd. Belangrijker nog, als ik het “Mizrachi-dans” noem, vermengt alles zich en vervagen de specifieke pijlers daarvan, dan wordt het iets algemeens. Terwijl ik de rijkdom van die culturen wil behouden. Ze zijn echt niet allemaal hetzelfde! In Rising kijken we naar de verschillen binnen de Mizrachische dans. We eisen de ruimte terug en bieden een onbevooroordeelde blik op de eigenlijke bestanddelen ervan. Door de stereotypen weg te nemen en de eigenlijke kern ervan te leren kennen, kunnen we de verschillen en overeenkomsten zien en die culturen echt vieren. Daarom heb ik Rising gemaakt.

Hoe was het om met Anat Amrani te werken? En met Evyatar Said?
Anat schaamde zich: ze was zo getraind om haar culturele (dans)erfgoed niet te vieren, niet uit te oefenen, om dat niet te zien als waardevol - maar ze was bereid daaraan te werken. Ik moest haar echt breken om dat naar buiten te laten komen en de studio in te halen. Ik herinner me een heel mooi moment. Haar lichaam was een en al schaamte en ik wilde haar pushen, dus ik moedigde haar aan en riep: “Ja! Ja! Dit is echt heel goed!” En plotseling liet ze haar weerstand gaan en kwamen bij haar allemaal herinneringen boven. En toen herinnerde ook ik me hoe ik met mijn opa en mijn moeder had gedanst als kind. Eerst danste ze het beeld van de dans, toen de herinneringen, en tenslotte ook de culturele afdruk die de dans in haar lichaam had gemaakt.

Het is eigenlijk wel grappig: terwijl ik deze voorstelling aan het maken was had ik dezelfde ervaring als die ik het publiek wil meegeven. Anat komt uit de Jemenitische cultuur en ik uit de Marokkaanse. Toen we samen in de studio aan het werk waren riep ik: “Wauw! Dus dit is ook Mizrachische dans – het is zo anders!”.

Met Evyatar was het een heel ander proces. Evyatar heeft geen dansachtergrond. Hij heeft onderzoek gedaan naar zijn Jemenitische tradities en deed dat via de cultuur, zoals feesten en vieringen, niet als professioneel danser. Hij wist niet wat een plié was, en we deelden geen gezamenlijk idioom om over dans te praten. We moesten dus een andere manier vinden om onze bewegingen vast te leggen. Omdat Evyatar linguïstiek had gestudeerd en omdat gesproken taal veel weg heeft van beweging, spraken we bepaalde woorden af, en zinnen en letters. Zo maakten we een woordenboek met drie basiszinnen van Jemenitische dans, en van daaruit maakten we steeds nieuwe verschillende zinnen. Dat was het gereedschap waarmee aan de slag gingen om heel bewust opnieuw te leren wat we door te kijken al wisten. We waren als immigranten in ons eigen huis, ons eigen lichaam.

De code die we zo ontwikkelden kwam voort uit onze eigen lichamen. Zo brengen we onze culturen in de praktijk. Immigrant in je eigen huis zijn betekent dat je je als een vreemde verhoudt tot alles wat je kent en er vanuit een nieuwe invalshoek naar kijkt. Onze kennis is niet van onszelf, we delen hem voortdurend met elkaar.  We zijn onze eigen moeder en zijn in staat om anderen te belichamen. Die dualiteit, dat is mijn inspiratie.

Heb je nog advies voor beginnende kunstenaars of choreografen?  
Luister naar jezelf. Stel vragen en uit je twijfels bij wat anderen je voorhouden dat de juiste manier is, en krijg helder zicht op wat mensen je aan gereedschap aanreiken. Wees daar kritisch op, het zit vol met politieke lading en informatie waar je vragen bij moet stellen. En heb plezier!

Waar werk je momenteel aan?
Het is een heel complex stuk, heel groot. Ik stel de vraag: “Wat is het materiaal, wat is de creatie?”. De helft van het stuk bestaat uit het eigenlijke materiaal, de andere helft uit de delen die ik weggooi tijdens het werkproces.  Maar ik maak ook een paradox van de tijd: “In welk lichaam worden we geboren en van wie is dat lichaam?”, waarbij de ziel in verschillende lichaam huist en mensen van verschillende achtergronden gebruikt. Deze voorstelling hoop ik vanaf augustus te kunnen presenteren.

Eviatar/Said & Rising is op za 18 en zo 19 mei te zien in Theater Kikker.

& meer

 

Festivalhap in ons Festivalhart

 

Geniet van de lentezon op het terras van café Mevr. Dudok of op het balkon van restaurant Zindering met geweldig uitzicht op de stad. Op de festivalkaart van Mevr. Dudok staan favorieten zoals de home-made smoothies, soepen en een festivalhap voor €13,50. Zorg wel dat je voor 21:00 uur hebt besteld, want dan sluit de keuken. Het menu voor komende dagen is nu bekend!

Donderdag 16 mei
Bulgur met tomaat, aubergine, munt en citroenyoghurt

Vrijdag 17 mei
Risotto met asperges en zeekraal

Zaterdag 18 mei
Indiaanse Curry met paprika, sperziebonen, courgette, basmatirijst en raita

Zondag 19 mei
Pasta penne met tomaat basilicumsaus en geroosterde groente

Maandag 20 mei
Groene Paella met artisjok, doperwten, saffraan en paprika

Dinsdag 21 mei
Stoofpot van Puy linzen met aubergine, cherrytomaatjes, oregano en Griekse yoghurt

Woendag 22 mei
Risotto van parelgort met tomaat, gerookte paprika en gemarineerde feta

Donderdag 23 mei
Thaise groene curry met voorjaarsgroente, kokosmelk en basmatirijst

Vrijdag 24 mei
Stamppot van zoete aardappel, pompoen en belugalinzen met gevulde portobella en schapenkaas

Zaterdag 25 mei
Risotto met asperges en zeekraal

& meer

 

“Het Stadskantoor is als zo’n herhalende cyclus in een droom, waarin je steeds terugkeert, en dat er dan steeds net iets is veranderd.”

 

Performance-maker Andrea Božić en beeldend kunstenaar Julia Willms zijn onderdeel van het indisciplinaire platform TILT. Zij stonden eerder op SPRING met de installatie The Cube (2016) en toonden begin 2019 een performance rondom de maansverduistering (Orange Nights). Dit jaar staan Andrea en Julia op SPRING met de voorstelling PoroCity in het Stadskantoor.

Hoe denken jullie over de (maatschappelijke) relevantie van de podiumkunst?  
Andrea
: Live performance kan een ruimte creëren, waarin wij ons op een andere manier met de wereld verbinden. Zo kunnen we oefenen met verschillende manieren om ons in de wereld van vandaag te begeven en om die wereld in ons op te nemen.  
Julia: Wij zijn in staat een radicaal gebaar te maken en vormen te bedenken die speels en creatief zijn in de ruimtes die wij gebruiken. Dat zou hierbuiten niet mogelijk zijn.
Andrea: Voorstellingen kunnen een blik op de wereld veranderen. De wereld wordt alleen maar aan je gepresenteerd als realiteit, maar dat is slechts een mogelijke realiteit. De huidige politieke, sociale, economische en ecologische ondergang – voorstellingen kunnen een ruimte innemen die iets nieuws creëren. Dat is misschien waar voor ons de maatschappelijke relevantie in schuilt.

Hoe zijn jullie begonnen met het platform TILT?
Andrea: Julia komt vanuit de beeldende kunst, Robert is geluidskunstenaar en ik kom uit de podiumkunst, maar met elke in-disciplinaire performance werkt ieder binnen zijn of haar eigen gebied. We zijn drie onafhankelijke kunstenaars die samen voorstellingen zijn gaan maken. Het interdisciplinaire platform hebben we opgezet om ons werk in samenwerking met andere partners te kunnen produceren, maar we zijn nooit als collectief begonnen. Maar bovenal is het ook om een statement te maken en om horizontale verbindingen tussen die aparte werelden te maken.
Julia: Een platform biedt ons de mogelijkheid om ons te organiseren en stil te staan bij vragen als: hoe verdelen we het auteurschap? Als je een collectief bent gebruik je altijd hetzelfde handschrift. Wij kunnen met elk project opnieuw bepalen hoe we dat verdelen. Dat maakt dat we een horizontale, flexibele organisatie zijn.
Andrea: Het belangrijkste aan ons werk is het vinden van een passende vorm waarin we de wereld die we denken te kennen op een andere manier kunnen ervaren. En dat heeft geleid tot een interdisciplinaire structuur. We willen ons op een andere manier met ons publiek verbinden.

Hoe weten jullie welke vorm je gaat gebruiken voor het verhaal dat je vertellen wil?
Andrea:
We vertellen geen verhaal, maar we zoeken een manier hoe we iets onverwachts kunnen laten opdoemen. We zoeken naar de taal die nodig is om een bepaalde ervaring en werkelijkheid naar anderen te communiceren.
Julia: We stapelen verschillende ruimtes in lagen op elkaar, en daarmee ontstaat een derde, poreuze ruimte. Het publiek wordt in deze ruimte uitgenodigd en na een tijdje wordt die ruimte net zo normaal en natuurlijk als de ruimte waarin we binnenkwamen.
Andrea: Met de droomwereld, bijvoorbeeld, waren we oorspronkelijk niet eens zo geïnteresseerd in de droomwereld zelf. Maar meer in: wat zijn de grenzen van de performance, wat is het einde van de speelvloer, waar ligt de grens tussen de wereld van het werk en de echte wereld? Dus we wilden niet dat mensen een theater zouden binnenstappen om de voorstelling te zien en daarna weer naar de buitenwereld terugkeren. Waar we echt naar op zoek zijn gegaan is hoe we een ruimte kunnen scheppen waarin we de tijd, de ruimte en de relatie tot elkaar kunnen reorganiseren. We stellen graag vragen bij de blik waarmee je de ruimte binnenkomt. Er zijn dus twee ruimtes die over elkaar heen liggen. Ten eerste hebben we de kaart van de droomwereld en ten tweede de echte gebouwen en de alledaagse werkelijkheid waarin we de voorstelling plaatsen. We kwamen op deze vorm uit omdat je normaal gesproken niet zo stilstaat bij hoe een gebouw eruitziet als je er op een doodgewone dag naar binnen gaat. Maar dankzij deze performance ga je er echt op letten. En dan sijpelt de droomlogica van de voorstelling langzamerhand dor in de alledaagse logica. En als je dan na de voorstelling gewoon verdergaat met alles in de echte wereld, dan hopen wij dat die logica je nog een paar dagen bijblijft, of op zijn minst een paar uur. Met die dromen waren we dus niet zozeer op zoek naar de manier waarop dromen psychoanalytisch in elkaar zitten maar veel meer naar de soort wereld die dat is, en naar een manier om met die andere loigica naar de wereld om ons heen te kunnen kijken.

Wat was het uitgangspunt voor deze voorstelling?
Andrea: Het een vloeit zo’n beetje uit het ander voort. We ware niet echt bezig met het maken van een poreuze ruimte. We waren aan het onderzoeken hoe we uit het black-box theater konden ontsnappen. Dus maakten we eerst The Cube dat ook al ging over het opengooien van de ingeslotenheid die we in het leven ervaren. Daar gebruikten we de droomlogica la bijen dat hebben we nu verder doorgevoerd. We stuitten op deze performatieve opzet waarin je door een straat of je eigen woning loopt, maar je een andere wereld voorstelt dan de wereld die je daadwerkelijk ziet. Alsof er nog een wereld is, die net niet helemaal verschilt van je eigen wereld.
Julia: Het lijkt ook een beetje op het kijken naar iets als een boom in je straat. Maar je kijkt niet alleen naar wat daar voor je staat. Ja, je hebt dat bovenste deel van de boom, maar waar gaat die boom nog verder? Hoe staan de wortels in verbinding met de wortels van andere bomen, en hoe staat dat geheel in verbinding met een heel organisme? Het is er allemaal de hele tijd, maar het is niet zo zichtbaar voor ons.  
Andrea: Voor deze voorstelling hebben we onderzoek gedaan naar dromen. We hebben daarbij Mala Kline gevraagd om met ons te werken. Zij leert mensen droomtechnieken en zij werkt met een droomtechniek die is gebaseerd op een oude dromenleer uit de Sephardic Kabbalah traditie. Ze werkt met je aan de dromen die je ’s nachts hebt, maar volgens deze leer dromen we de hele tijd. We produceren de hele tijd beelden, we staan er alleen niet bij stil. Zij werkte dus met ons en we organiseerden ook een aantal workshops. Nadat we die in kaart hadden gebracht realiseerden we ons dat dit de perfecte gedachte was omdat dromen van zichzelf een bepaalde logica hebben die je zelf niet kunt bedenken. We ontwikkelden wat we “verzamelde dromenkaartsessie” noemden. Het komt erop neer dat als je mensen vraagt een droom te beschrijven, dat ze die altijd eerste als een hele korte anekdote weergeven: “En toen gebeurde dit en toen dat.” Dat heeft weinig betekenis. Toen wijn we mensen heel veel vragen gaan stellen: “Kun je de ruimte omschrijven waarin je je bevindt? Hoe voelt iets aan?”
Julia: Hoe meer vragen je stelt, hoe meer je je de droom haast als iets van jezelf kunt voorstellen. In de derde fase vroegen we mensen hun droom in kaart te brengen.
Andrea: En daarna zijn we voor de voorstelling dromen met elkaar en met de ruimte gaan vervlechten. We hebben gebouwen in Amsterdam onderzocht, omdat voor ons gebouwen als organismen zijn.
Julia: Tegelijkertijd komen ze voort uit iemands brein, van de architect of degene die de architectuuropdracht verstrekt. Een gebouw dat in de jaren vijftig is gebouwd is heel anders dan een gebouw dat nu wordt gebouwd. Maar ook de functionaliteit van gebouwen verandert met de tijd.  
Andrea: We kozen het weeshuis van Aldo van Eyck als eerste gebouw. Dat was interessant omdat daarbinnen geen enkele ruimte hetzelfde is, het is een soort labyrint. We hebben een parcours door dat gebouw aangelegd en door de kantoorruimtes, maar ook door de verschillende lagen. De twee lagen leggen elkaar bloot, de dromen en de gebouwen.  

Waarom hebben jullie het Stadhuis van Utrecht als gebouw gekozen?
Andrea
: Die ruimte is vijf jaar oud en sterk futuristisch. Het was gebaseerd op een concept van transparante lagen. Er is een centrale ruimte, maar door de ramen kijk je naar andere ruimtes en naar buiten. En buiten ligt dat transportknooppunt en een winkelcentrum waar iedereen heen en weer loopt te rennen. Alles is voortdurend in beweging. Het is de perfecte plek om te reorganiseren.
Julia: Het is een heel spectaculair gebouw building, terwijl er ook en enorme kalmte vanuit gaat. Het is er heel stil. Als je de roltrap omhoog neemt zie je steeds andere vergezichten maar kijk je ook steeds terug naar waar je vandaan bent gekomen. Dat geeft binnen hetzelfde gebouw steeds een verschuiving van perspectief.
Andrea: Het is als zo’n herhalende cyclus in een droom, waarin je steeds terugkeert, en dat er dan steeds net iets is veranderd. Bovendien speelt onze voorstelling ook buiten kantoortijden wanneer het gebouw leeg staat. Dat is altijd een heel bijzondere ervaring. De ruimte wordt door de mensen die er werken achtergelaten building, maar je voelt de aanwezigheid van hun bezigheden nog wel.  

Wat is het verband tussen de voorstelling en de installatie Through the Looking Glasses?
Andrea
: We maken een voorstelling en ook nog een deel daarbinnen, dat een apart werk wordt.  Het zijn twee losstaande werken, maar samen vormen ze wel een groot werk. Ze gaan in dialoog met elkaar, maar worden ook een nieuwe eenheid. Through the Looking Glasses is een project dat voortkomt uit Mars Landing, een project van ons uit 2010. We hebben het voor dit project omgewerkt tot installatie. Je krijgt een bril waar je niets door kunt zien behalve de kleuren die wij erop projecteren. En je krijgt ook een koptelefoon met geluidsgolven. Dus je ziet of hoort geen enkele herkenbare vorm. Het gevoel dat je krijgt is dat je je in de ruimt van die kleur bevindt en dat is heel meditatief.
Julia Het heet het Ganzfeld-effect en wordt voornamelijk gebruikt in de astronautenopleiding. Het lijkt ook een beetje op het dromen omdat er geen echt visueel beeld is.  De installatie en de wandeling gaan met elkaar in dialoog. Je kunt ze ieder apart doen of tegelijk, maar voor de voorstelling is het wel van belang dat je ze allebei ondergaat.

PoroCity is za 18, zo 19, ma 20 en za 25 mei te zien in Stadskantoor Utrecht. 

& meer

 

Nog drie dagen tot SPRING!

 

Het festival opent met de voorstelling Attractor  (Dancenorth, Lucy Guerin Inc, Gideon Obarzanek & Senyawa) in Stadsschouwburg Utrecht. Publiek en performers komen samen in een gedeeld ritueel dat de culturen overstijgt. Er zijn nog enkele tickets beschikbaar!
Voorafgaand aan de openingsvoorstelling kun je de performance Transfrontalier van Zora Snake bezoeken. In een wandeling door het centrum van Utrecht onderzoekt hij de geografische en mentale grenzen van Europa en Afrika. Door zich letterlijk bloot te stellen aan de hoop, pijn en obstakels die het parcours van de vluchteling zo typeert.
Vanaf donderdag kun je ook de installaties bezoeken in Hoog Catharijne (Polygon), Stadsschouwburg Utrecht (Through the Looking Glasses en After Ghostcatching) en de Neude (Ephemeral Data)!

We nodigen je uit om met ons mee op reis te gaan, de kunst en de wereld te ontdekken.

Tot donderdag!

© Gregory Lorenzutti

& meer

 

“In mijn show probeer ik de ultieme agressieve feministische uitspraak te doen”

 

Theatermaker Naomi Velissariou en soundproducer Joost Maaskant zijn terug als PERMANENT DESTRUCTION. Vorig jaar stonden ze op SPRING met de voorstelling PERMANENT DESTRUCTION - The SK Concert, een melodramatisch energy concert over zelfhaat en onbeantwoorde liefde. De makers gingen vorig jaar de confrontatie aan met het werk van de Britse toneelschrijver Sarah Kane. Dit jaar gaat hun nieuwe voorstelling PERMANENT DESTRUCTION: The HM Concert, die is gebaseerd en geïnspireerd op het werk van de Duitse toneelschrijver Heiner Müller en die zij maken bij Theater Utrecht in première op SPRING en we spraken Naomi hierover.

Vorig jaar speelden jullie The SK Concert. Hoe was deze ervaring?

Leuk natuurlijk, anders zou ik het niet nog een keer herhalen (haha). Het theatrale concert is voor mij een gedroomde vorm om mij uit te drukken als theatermaker. Doordat het een hele consequente cross-over van muziek en theater is, gaat het voor mijn gevoel verder dan “gewoon” muziektheater. Daarbij staat deze vorm mij toe een alter ego te creëren, als draagvlak voor de dubbelzinnige boodschap van mijn werk: een internationale popster met heel veel pijn.

Hoe reageerde het publiek vorig jaar?
Ik stond voornamelijk op het podium dus dat weet ik eigenlijk niet. De reacties die we kregen achteraf hingen af van de avond, de plek waar we speelden en de toeschouwers zelf. Mensen die het pop idioom niet herkennen, krijgen de verwijzingen en knipogen naar dat idioom niet mee. Andere mensen hebben geen idee wie Kane of Müller zijn, maar zijn zo doordrongen van het popidioom dat ze staan te joelen als bij een regulier concert. Alle ervaringen zijn voor mij als maker even waardevol. Hoe uiteenlopender, hoe beter.

Hoe ben je tot deze nieuwe concertperformance van PERMANENT DESTRUCTION gekomen?
Met deze theatrale concerten, interpreteer ik het materiaal van bekende schrijvers aan de hand van de thema’s die ik essentieel acht in hun oeuvre en relevant voor onze tijd. Waar de thema’s bij The SK Concert liefdesverdriet, zelfhaat en de dood waren, gaat dit concert over seksisme en destructiedrang. The HM Concert is een feministische death cult-ceremonie. Sinds #metoo voel ik een aantal irrationele, agressieve sentimenten opkomen, die ik voor mezelf niet kan uitleggen. Het is alsof het gevoel zijn doel voorbijschiet. Daar is een officiële term voor: ressentiment. De definitie is "een psychologische toestand die het gevolg is van onderdrukte gevoelens van afgunst en haat die niet kunnen worden bevredigd". Dit gevoel is zowel psychologisch als politiek. In mijn show probeer ik de ultieme agressieve feministische uitspraak te doen, ik verricht een daad die voor eens en voor altijd een eind kan maken aan alle gevoelens van onderdrukking. Waar vorig jaar de destructiedrang naar binnen gericht was, slaat de woede in deze voorstelling heel erg naar buiten toe.     

Hoe gaat de samenwerking tussen jou en Joost?
We werken samen een jaar aan elke voorstelling. Simpel gezegd is het negen maanden voorbereiding om drie maanden te kunnen touren. In eerste instantie maken we de plaat. Joost en ik improviseren met laptops en microfoons, met taal en muziek, tot er nummers ontstaan en als die nummers een bepaald thematisch verloop krijgen, hebben we een conceptalbum.  Op dat punt is de voorstelling eigenlijk al af in de basis. De volgorde, duur en inhoud staan al vast. Vervolgens ga ik op basis van de plaat met een beeldend kunstenaar aan de slag om visuals te maken. Dit jaar is dat fotograaf Jan Hoek. Als de visuals af zijn, maak ik uiteindelijk met een heel team op basis van muziek en beeld een concert, waarin ook licht, spel, kostuum en dans verwerkt zitten. Het kunstwerk dat we maken is de plaat, en om dat kunstwerk heen bouwen we een gesamtkunstwerk: de theatervoorstelling.

Waarom kies je voor een theaterzaal met concertsetting en niet een concertzaal?
We spelen deze voorstellingen in de meest uiteenlopende circuits. Van een internationaal performance festivals als SPRING, tot in een theaterzaal in Antwerpen tot op muziekfestivals als Lowlands vorig jaar. Als je me vraagt waarom ik in de Paardenkathedraal sta, dan is het antwoord heel eenvoudig: dit is de zaal van Theater Utrecht, mijn grootste co-producent. Maar we hadden ook op een podium bij de Neude kunnen staan, gesteld dat we geen zaal hadden.                                

Wat zijn de plannen voor de komende tijd?
The HM Concert is deel twee van een trilogie die ik met PERMANENT DESTRUCTION wil maken. Deel drie gaat eind 2020 in première maar voor die tijd wil ik samen met Joost plannen gaan smeden voor de toekomst. Ik heb de afgelopen jaren gezocht naar mijn vorm voor de cross-over van theater en muziek en die vorm heb ik voorlopig gevonden. Wie weet is het na deel drie wel op, maar voorlopig heb ik nog wilde toekomstdromen voor PERMANENT DESTRUCTION.

PERMANENT DESTRUCTION: The HM Concert (co-productie met Theater Utrecht) gaat volgende week in première in Theater De Paardenkathedraal en is te bezoeken op wo 15, vr 17, za 18, di 21, do 23 en vr 24 mei. 

& meer

 

“We waren benieuwd naar de perspectieven die resten op een plek die kapot is.”

 

Theatermakers Silke Huysmans en Hannes Dereere richten zich in hun werk op documentaire-theatervoorstellingen. Silke volgde de drama-opleiding aan de KASK School of Arts in Gent en Hannes studeerde theaterwetenschappen. Voor hun eerste voorstelling Mining Stories (2016) deden ze uitvoerig onderzoek naar een mijnramp in Brazilië, de plek waar Silke is opgegroeid. Dit jaar staan ze met hun nieuwe voorstelling Pleasant Island op SPRING.

Kunnen jullie vertellen waarom jullie in de podiumkunst zijn gaan werken?
Hannes: Voor het afstudeerproject van Silke hebben we voor het eerst samengewerkt. In dat project zat al de kiem van de taal die we in verdere projecten zijn gaan ontwikkelen: het zoeken naar een performatieve manier om om te gaan met documentaire materiaal.
Silke: Van kinds af aan hebben we een fascinatie meegekregen voor performing arts, bijvoorbeeld door onbewuste prikkels vanuit school. Het is dus niet echt een bewuste keuze geweest om die wereld binnen te stappen. Wij maken documentair voorstellingen en onze research is vrij journalistiek en droog, maar het is fijn om deze informatie via het theater te kunnen vertellen.
Hannes: We vonden elkaar in onze manier van werken waarbij we in de research-fase materiaal verzamelen en op zoek gaan naar een theatrale vertaling. Wij maken echt theater voor de theaterzalen. Wat daar mooi aan is, is dat je mensen zestig minuten lang in je zaal hebt zitten. Dat is heel werkbaar, omdat je dan op een andere manier omgaat met informatie. Dat is een andere inzet dan film of een radio-uitzending.
Silke: In een theaterzaal is het hier en nu heel belangrijk.
Hannes: Het theater heeft zijn eigen wetten en karakteristieken en dat zijn elementen waar je mee aan de slag kan gaan.

Hoe zijn jullie bij de casus van Pleasant Island terecht gekomen?
Silke
: Die gaat verder vanuit Mining Stories. Die voorstelling gaat over een van de grootste mijnrampen uit de geschiedenis en over de Braziliaanse regio waar ik ben opgegroeid als kind. We waren hier heel intensief mee bezig en zagen hoe mijnbouw altijd betekent dat je een gedeelte van de wereld vernietigt. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een plek die eigenlijk al helemaal vernietigd is, waar de toekomst zichtbaar wordt. Zo kwamen we op Nauru uit, ook wel Pleasant Island, een eilandje van vier bij vijf kilometer dat helemaal leeggemijnd is. We waren benieuwd naar de perspectieven die resten op een plek die kapot is.
Hannes: In Mining Stories was het collectieve geheugen een belangrijk onderwerp: hoe gaan we om met onze herinneringen en wat weten we nog van het verleden? Met het onderzoek voordeze voorstelling richten we onze blik juist op de toekomst: wat gebeurt er als we verder nadenken over de toekomst? Wat zijn de perspectieven die overblijven?
Silke: Het is een case study, die veel mensen bezighoudt. Nauru is een micro-wereld die als het ware post-apocalyptische beelden van de wereld toont.. Recentelijk  was er weer een mijnramp in Brazilië, dus we zien ook dat het niet goed komt als we zo verder gaan. Pleasant Island gaat dus niet per sé over de toekomst, maar voornamelijk over de consequenties van hoe wij nu aan het leven zijn. Het gaat heel erg over het heden.

Hoe zijn jullie tijdens deze onderzoeksreis te werk gegaan?
Silke
: Het is heel erg vanuit onze positie gestart. De vorige voorstelling ging over een plek waar ik een persoonlijke link mee heb. Deze plek is niet van ons en onze positie is voor ons heel belangrijk als je met een echt verhaal bezig bent. We hebben bestudeerd hoe mensen over het algemeen over de toekomst denken en over hoe  mijnbouw werkt. Het eiland is ontdekt door Europeanen, dus bestudeerden we ook het imperialisme en de gevolgen van de Europese overheersing van de wereld. Wij hadden nooit gedacht dat we Nauru binnen mochten komen, omdat er detentiecentra zijn op het eiland en de media er actief geweerd worden. Er worden bijna geen mensen toegelaten. Pas toen we een bevestiging kregen van onze aanvraag zijn we op een hoger niveau gaan onderzoeken.
Hannes: We proberen er zoveel mogelijk perspectieven in te betrekken, dus we voerden veel gesprekken met mensen. Van Nauru hebben we audiofragmenten, maar ook enkele videobeelden. Daarna begint de artistieke fase waarin we zoeken naar de geschikte vorm om al dat materiaal in te vertalen. Elke research heeft zijn eigen vorm.

Hoe zoeken jullie naar deze vorm?
Silke
: Hoewel het niet zo gemakkelijk was om daar mensen te interviewen en te filmen, hebben we toch beelden kunnen maken. Voor de voorstelling kozen we ervoor om  bepaalde aspecten van het eiland te tonen, maar dan  op een hele ruwe manier. Alles is namelijk opgenomen met de smartphone, omdat het moeilijk was om er met een dictafoon of echte camera rond te lopen.
Hannes: De manier waarop we research hebben gedaan, komt impliciet terug in de vorm. Silke bespeelt het materiaal. Wij vinden het belangrijk om het proces van editing, en dus de subjectieve positie van de kunstenaar, bloot te leggen. Bij Mining Stories zag je Silke bijvoorbeeld het materiaal live monteren.

Waarom hebben jullie voor de titel Pleasant Island gekozen?
Silke
: De Europeanen die het eiland ontdekten, hebben het Pleasant Island genoemd. Ook nu nog verwijzen de inwoners soms naar Pleasant Island, omdat het zo mooi was. Dat is pijnlijk, want het gevoel van verlies blijft hangen op het eiland. Voor ons verwijst het ook. naar de wereld die wij bespelen en die zo pleasant is.
Hannes: Het zit op een grens tussen nostalgie naar vroeger, hoe het was, en een blik op de toekomst, op wat je hoopt dat er gaat zijn. De mensen daar hebben het er ook vaak over dat ze Pleasant Island terug kunnen maken. Voor mij gaat het ook over een utopie, en wat de consequenties zijn van het streven naar die utopie.

Pleasant Island is 20 en 21 mei in Theater Kikker te zien. 

© Joeri Thiry

& meer

 

Het programma van SPRING Radio is bekend!

 

In het weekend wordt vanuit het Festivalhart radioverslag gemaakt van SPRING. Luuk Heezen gaat in gesprek met de SPRING kunstenaars. Daarnaast is elke uitzending een festivaldirecteur, vrijwilliger of fan te gast.

Programma
Vrijdag 17 mei: Shira Eviatar (Eviatar/Said & Rising)
Zaterdag 18 mei: Fang Yun Lo (Unsolved)
Zondag 19 mei: Silke Huysmans & Hannes Dereere (Pleasant Island)
Vrijdag 24 mei: Joost Maaskant (PERMANENT DESTRUCTION: The HM Concert)
Zaterdag 25 mei: Kris Verdonck (SOMETHING (out of nothing))

Schuif aan in het Festivalhart voor de uitzending van SPRING Radio of volg het live via onze Facebookpagina.

© Rikkert Wijrdeman

& meer

 

Performing Robots Conference

 

On May 23-25 Transmission in Motion organizes the Performing Robots Conference at Het Huis Utrecht (Boorstraat 107).This conference takes stock of interactions between theatre and robotics so far and looks at possibilities for future collaboration. What do the performing arts have to offer as inspiration, model, and testbeds for robots and for HRI? With presentations by SPRING Festival Fellow Peter Eckersall, Kris Verdonck and Stefan Kaegi, amongst others.

Want to know more about the conference? Check out the event. Entry is free, but you do have to register. Register here!



© Gabriela Neeb

& meer

 

SUPER HUMAN : Performing Humanity

 

Door Karlien Vanhoonacker

De nieuwe media zorgen ervoor dat mensen een digitale versie van zichzelf creëert, doorgaans een betere, gefotoshopte versie. We tonen online enkel een betere, gelukkigere versie van onszelf. Een superversie met minder  menselijke kanten. Die digitale identiteiten en digitale media creëren daardoor ogenschijnlijk méér afstand tussen mensen.

Ook in het dagelijks leven verdwijnt iedereen in zijn digitale bubbel.  Terwijl we tegenover elkaar in de tram zitten, zijn we via onze smartphones digitaal verbonden met de digitale versies van elkaar. We observeren de wereld via schermen, door een geconstrueerd frame. Ook de fysieke afstand tussen mensen lijkt daardoor enerzijds toe te nemen. Veel face-time gesprekken vervangen face to face communicatie.

Anderzijds brengen die nieuwe media mensen globaal gezien wél dichter bij elkaar. Verre oorden worden dichtbij. Afgelegen dorpjes minder geïsoleerd. En overzeese contacten kunnen gemakkelijk onderhouden worden, want digitaal blijven we ‘connected’. Daardoor winnen ook lokale, haast verloren gegane culturele tradities en folk-dance aan zichtbaarheid. De aandacht die zij bij de reguliere media niet krijgen, valt op de sociale media wel te genereren. Subculturen vinden er sneller hun aanhang en breiden gemakkelijker hun fanbase uit. ‘Content’ wordt nu door iedereen beheerd, minder door de heersende politieke en culturele klasse.

Tegelijkertijd drijft er in deze digitale tijden een hernieuwde interesse boven voor zowel het fysieke, tastbare lichaam (en zijn oneindige bewegingsmogelijkheden) en dans als bindmiddel in een gemeenschap. De Franse Boris Charmatz kiest voor beide, zowel het fysieke als het collectieve,  met een groepschoreografie waarbij géén enkele beweging herhaald wordt. Als een oneindige databank, een live- archief van unieke menselijke bewegingen, ontvouwt zich 10000 gestures: een moment waarop individuele bewegingen uitgroeien tot een collectieve, eindeloze, maar nergens repetitieve beweging. Het wordt een collectie van bewegingen die gezamenlijk en tegelijkertijd gedeeld worden. Maar tegelijk is het door elk individu apart, want geen enkele beweging keert terug.

Lokale danstradities en festiviteiten droegen vroeger bij aan de sociale cohesie. In het verleden waren volksdansen deel van het sociale leven in dorpen en kleine gemeenschappen. Nu is dat op veel plekken haast verdwenen of het werd - in een meestal lauwe versie- gepresenteerd door het toerisme. Nu enkel nog een kleine groep mensen die tradities kent, groeit de nood om deze tradities te laten herleven of mee te nemen in nieuwe vormen. Binnen de nieuwe media genereren ook deze alternatieve vormen en danstradities meer en meer aandacht. Meer nog, door deze hernieuwde aandacht sijpelt de invloed van deze traditionele dansvormen opnieuw de hedendaagse dans binnen. Langzaam bevraagt ze zo ook de huidige definiëring van hedendaagse dans en reflecteert ze over de kloof die lang leek te bestaan tussen hedendaagse dans en folkdance. De ‘dominantie van  de Westers-Amerikaans georiënteerde definitie van hedendaagse dans wordt bevraagd en besmet door hedendaagse dansvormen met een lang verleden.

Zo vertrekt  de Griekse choreografe Tzeni Argyriou voor ANΩNYMO van traditionele dansen maar overstijgt ze de formele bewegingen, structuren en ritmes ervan om te focussen op een collectieve ontmoeting en een gedeelde ervaring. ‘Als technologie onze levens en onze menselijke relaties beheersen en bepalen, wordt het dan geen tijd om terug te keren naar de bron? De bron van dans en beweging?’ Niet toevallig werkt Argyriou al 10 jaar op de grens tussen performing arts en media arts. “In het creatieproces was ik tot nu toe obsessief bezig met het bevragen van een maatschappij die door media bepaald wordt. Daarin functioneerden de performers en hun fysieke aanwezigheid als tool en als figuren die de geconstrueerde digitale realiteit verkenden en bewoonden. Na deze technologische verzadiging voelde ik de nood om terug te keren naar het ‘analoge lichaam’.” Dans verbindt ons met elkaar via een fysieke ervaring die ver staat van de digitale cultuur (die ons eerder uit elkaar lijkt te drijven). ANΩNYMO ontstond vanuit de artistieke nood om de manieren waarop mensen zich verbonden voelen te herdefiniëren, voorbij de digitale kanalen. Het is een poging om de verbindende kracht van fysiek contact te herontdekken: dans als katalysator binnen een gemeenschap.

Ook de Singaporese kunstenaar Daniel Kok en de Australische Luke George zoeken naar de verbindende kracht van fysiek contact binnen het collectief gebeuren van een voorstelling. Ze binden zowel zichzelf als de toeschouwer letterlijk vast (maar nooit ongevraagd of ongewild!). Ze vragen niet alleen aandacht van de kijker maar ook mentale en fysieke overgave. Bij elke vraag naar participatie duwen ze het publiek een beetje verder. Wie geeft zich over? Wie durft zich als dominant/gedomineerde op te stellen binnen een collectieve setting? Wie aanvaardt de uitgestoken hand om de performance mede mogelijk te maken? Tot op welke hoogte durf je een ander te vertrouwen? En welke complexe groepsdynamiek komt er op gang wanneer de éne toeschouwer gevraagd wordt de andere aan de lijn te houden? Via éénvoudige vragen, met fluo-touwtjes, en een intieme setting waar het publiek de performers én de deelnemende toeschouwers omsingelen, suggereren Daniel Kok & Luke George verschillende manieren om met elkaar verbonden te zijn. Tegelijkertijd bevragen ze de hiërarchie tussen de maker/performer en de toeschouwer. Want als de toeschouwer niet mee ‘performt’ of participeert in BUNNY, dan ís er letterlijk geen voorstelling.

Vincent Riebeek bevraagt de partriarchale hiërarchie en de witte, hetero-sexuele mannelijke norm bij de representatie van lichamen, bij het bepalen van identiteit en authenticiteit. Met One of a kind maakt hij een quartet, een musical, een rollercoaster van genres en beelden waarin gender fluïde wordt. Net als in vroeger werk met Florentina Holzinger combineert hij groteske, beelden uit de pornografie met kinderlijke naïviteit.

In het tweede deel van haar concert-trilogie gaat Naomi Velissariou eveneens de groteske toer op. Waar ze in het eerste deel vertrok van een tekst van Sarah Kane gaat ze nu aan de slag met Heiner Müller. Ook zij lijkt zich opnieuw fysiek meester te willen maken van de digitale beelden die haar omringen. Ze bevraagt de taboes binnen de heersende visuele cultuur. Ze doet dat door te focussen op thema’s die in deze beeldcultuur worden vermeden, omdat ze niet sexy of Instagram-waardig zijn zoals liefdesverdriet, seksisme, vrouwenhaat en destructiedrang. De concert-setting, die ze opnieuw opzoekt met dj/vj Joost Maaskant in PERMANENT DESTRUCTION: The HM Concert leent zich perfect voor deze theatrale, groteske uitvergroting van deze duistere kant van onze beeldcultuur.

De reacties op de digitalisering zijn divers en uiteenlopend. Tzeni Argyriou en Boris Charmatz combineren de digitale omwenteling met collectieve tradities. Ze vertalen de hedendaagse digitale ontwikkelingen op scène naar een hernieuwde aandacht voor het fysieke lichaam. Luke George & Daniel Kok beperken zich tot een puur fysieke onderhandeling tussen mensen in het theater. Zo vergroten ze de maatschappelijke machtsverhoudingen uit op de scène. Riebeek en Velissariou voelen zich dan weer erg comfortabel in de digitale wereld waarover ze reflecteren. Ze zijn erg kritisch over de fysieke representatie en de manieren waarop lichamen daar zichtbaar worden. Maar ze gebruiken die media ook gretig en met gemak. Ze stellen zelfs de vraag naar wat overheerst: de fysieke aanwezigheid of de digitale representatie. Doen onze fysieke lichamen er nog toe? Of overheerst het beeld ervan? Volstaat de digitale versie van onszelf?

 

© Bernie Ng

& meer

 

Eerste single PERMANENT DESTRUCTION

 

Afgelopen weekend nam Naomi Velissariou van PERMANENT DESTRUCTION onze Instagram over. Ze promootte de eerste single van PERMANENT DESTRUCTION: World without mothers! Luister de single, met muziek door Joost Maaskant, via deze link.

Het theaterconert PERMANENT DESTRUCTION: The HM Concert gaat volgende week bij SPRING in première. PERMANENT DESTRUCTION rekent af met taboes uit de huidige beeldcultuur. Sentimenten als liefdesverdriet en vrouwenhaat blijven in die cultuur onzichtbaar, omdat ze niet sexy of Instagram-waardig zijn. De performance laat zien dat je je angst kan bezweren door hem te eren, dat alle zwaarte van je schouders glijdt als je danst op het ritme van je pijn.  

#permanentdestruction #makepainsexyagain


© Jan Hoek en Theater Utrecht. 

& meer

 

SPRING Closing Party

 

Ooit met een robot gedanst? Ervaar de ongemakkelijke dans tussen mens en machine tijdens de SPRING Closing Party! SETUP deed onderzoek naar de versmelting tussen mens en machine en creëerde een heuse robotpottenbakker. Versmelt je à la Ghost met de robot en doe samen de robotdans op de excellente, funky discomuziek van Wicked Jazz Sounds' DJ Kremlin Disko!

Vanaf 21.30 is de officiele closing party in mevrouw Dudok, Stadsschouwburg Utrecht. 
Verzekerd zijn van een ticket? Koop nu hier je ticket online voor 5 euro. Tickets zijn ook aan de kassa in Stadsschouwburg Utrecht te koop.

& meer

 

BLOG: Information age

 

Australische SPRING-blogger Diana Story beschrijft haar verwachtingen van SPRING en van welke voorstellingen zij enthousiast wordt!

As a first-time visitor to SPRING, learning of the diverse programme, intemerging startlingly real facets of human experiences and thought-processes, deciphering my own thoughts on what performances attracted me most was not an easy task. I began to contemplate the programme, how it came to be that the performances were to exist and what influences from our contemporary wonderings, individual ideas and experiences were dissected and reimagined into performance pieces.What elements of the current global experiences and shifting moods regarding political, sociological and environmental circumstances influenced them? What moments in each individual creators living memory inspired and provoked them to create such works?

On reading the concepts behind each performance, thoughts arose regarding the term 'information age’ and whether or not this indeed equates to being 'truly informed’ and even what the definitions of these terminologies really mean. And if I really was to be 'informed' than surely the outcome of this information I'd read would equate to a knowledge somewhere within myself to assist in making a decision about what performances sparked my interest. But somehow that information didn’t quite arrive. Living in the 'information age' can sometimes mean (in my personal experience) that there is so much information, possibility and variation that I become unsure about what my own preferences are and if they exist, how to feel about them. Maybe communication in the form of performance could be the answer to these blurred lines, specifically around defining our own personal thoughts and perspectives, rather than relying upon the absorbtion of information interpreted by the media and others around us. Viewing performance pieces could act as a catalyst in determining the creation of our own individual perspectives informed by purely by observation, unaccompanied by any commentary (other than that within own minds).

And on a small but meaningful search within myself for the performances that excite me most, here is my list:

1. Unsolved - Fang Yun Lo | Polymer DMT
Concepts behind this piece question the viewer with the humanity-wide questions many of us will ask ourselves in moments of change, accumulation and ownership of possessions and during our eventual creation of 'home'. Lived experiences, recollection of aethetics of past-eras and of our first experiences of 'home' linger within our conciousness and assist us to connect and relate with others and to comprehend new environments and life phases. But what fascinates me about this performance is the potential unpicking the equation of the feeling of 'home', stitch by stitch, whether it be smell, sounds or objects or maybe sights upon our home commute.
What elements create the experience of 'home' differ so greatly but it is interesting to think that perhaps a list of common 'ingredients' could exist.

2. SOMETHING (out of nothing) -  Kris Verdonck & ICK
A desire for development of technologies to bring comfort and ease to our existence is a long-held obsession of mankind but at what point do these technological advances impact our understanding of our own physicalities? Is it possible that the driving desire for new updates and technologies to assist our every wish could hinder our knowledge of simple pleasures? In the flaring advent of new inventions, has such a mass global change occured that we are unknowingly limited by our own creations? This performance investigates the shifting roles our bodies play in a society where technology is number one and the potential ramifications of unwitting involvement in a constant chase to the next update with the envisionment of unattainable idealisations of problem-free life.

3. Ephemeral Data - Jeroen van Loon
Internet and social media dominate the majority of the 21st century life and with so much of our lives now digital and with the communication of life events being announced with social media posts, it is interesting to consider the effects of this communication shift. What interests me about this performance is utilization of the intangible nature of our online activities being represented visually, using the base material used for the creation of fibre optics, sand. Idealogically, Ephemeral Data inverts our usual online lifestyles and brings them into live sphere, where we can witness something real. In this case, live collaborative performance work, a contrasting experience created from the same original material. Interestingly, as our online interactions and search histories are essentially ephemeral, so the mandala created in this performance also will be, being returned into the form it originated as before the performance began.

© SOMETHING (out of nothing) - Bas de Brouwer

& meer

 

Cultuur liefhebbende jongeren met korting naar SPRING!

 

Heb je een CJP – kaart? Lucky you! Dan kan je SPRING met korting bezoeken. Tickets voor de voorstellingen zijn met de CJP korting tot wel €9,- voordeliger. Wil je de echte festivalervaring? Schaf dan de passe-partout aan met voor het kortingstarief van €62,50!

Weet je nog niet welke voorstellingen je wil bezoeken? Doe dan de Guide Me en laat je verassen.

Bekijk hier het volledige programma.

© Erik Honing

& meer

 

BLOG: Waar voelde je je thuis?

 

SPRING-blogger Sofie Revet beschrijft welke drie voorstellingen van SPRING 2019 haar intrigeren!

3. Unsolved – Fang Yun Lo | Polymer DMT
Deze performance stelt vragen waar ik me persoonlijk ook mee bezig hou. Hoe kunnen herinneringen je vormen tot de persoon die je nu bent? Welke dingen wil je bewaren en welke wil je juist wegstoppen? Waar voelde je je thuis? En hoe vormt dat gevoel een basis voor het creëren van je eigen ‘thuis'?
Na het verlies van een dierbare ben ik ook met dit soort vragen aan de slag gegaan. Hoe leer je iemand die er niet meer is toch opnieuw of op een heel andere manier kennen? En wat als die persoon heel anders bleek dan jij dacht? Is jouw beeld van iemand wel wie diegene echt was?
Unsolved lijkt mij een intrigerende zoektocht door middel van dans en performance, om op een creatieve manier antwoorden te vinden of te formuleren hoe je omgaat met een vergane wereld.

2. Through the Skin – Mitra Ziaee Kia & Hiva Sedaghat
Herinneringen kunnen in je hoofd zitten, maar ook in je huid. Dat je je door een aanraking herinnerd kan worden aan iets dat je hebt meegemaakt, zonder dat je die herinnering bewust oproept.
Through the Skin lijkt mij een mooie vertaling van deze herinneringen van het lichaam. Mede doordat de performance is gemaakt door een vrouw, denk ik dat het een herkenbaar beeld zou kunnen zijn voor mij. Hoe vanuit een vrouwelijk perspectief het lichamelijk wordt benaderd, en hoe de ervaringen van deze vrouw doorklinken in de rest van haar leven.
Deze herinneringen van je lichaam kunnen vrolijk zijn of pijnlijk, maar elke ervaring en herinnering voegen wel toe aan wie je bent. Elke aanraking zowel fysiek als emotioneel (zoals in een relatie) vormen jou en hoe je naar de wereld kijkt. Ik ben heel benieuwd hoe de makers deze ervaringen over zullen brengen, hoe intiem het delen van een persoonlijk verhaal in een performance kan zijn. Én hoe de toeschouwer dit mogelijk fysiek kan ervaren.

1. Uncanny Valley Girl – Angela Goh
De vertelling van de geschiedenis wordt gedomineerd door een mannelijk perspectie. Uncanny Valley Girl laat zien dat dit niet zwart wit is als het lijkt, en dat met name de geschiedenis van technologie verweven is met de geschiedenis van de vrouw.
Deze performance lijkt mij een interessante visie te geven op een wereld waarin minderheden zich steeds meer uitspreken tegen hun onderdrukking, onder andere vrouwen tegen de ongelijkheid tussen de verschillende geslachten. Ik ben heel benieuwd hoe dit perspectief wordt geïntegreerd met de visie op technologie, en hoe dat wordt vormgegeven in een performance.
Hoe vanuit een vrouwelijk perspectief naar technologie wordt gekeken lijkt me een interessant standpunt in een wereled die overheerst wordt door het mannelijk perspectief. Het legt een verband met een ongeschreven geschiedenis van vrouwelijk invloeden op werelden die wij zien als mannelijk. Bijvoorbeeld in combinatie met Through the Skin kan dit een interessante tweedeling geven tussen de lichamelijk ervaring van een vrouw tegenover een vrouwelijk perspectief op een mannelijke wereld. 

& meer

 

Dance the night away!

 

Het is vandaag 29 april: de maandag na een feestelijk oranje weekend én internationale dag van de dans. Deze dag is in 1982 uitgeroepen door de Internationale Dansraad van UNESCO (C.I.D.) ter viering van de verjaardag van Jean-Georges Noverre, een belangrijke vernieuwer van dans in Frankrijk. SPRING stimuleert graag vernieuwing en onderzoek binnen dans, dus je ziet bij ons verschillende grensverleggende dansvoorstellingen!

Over  twee weken openen we het festival met de dansvoorstelling Attractor (Dancenorth, Lucy Guerin Inc, Gideon Obarzanek Senyawa). Deze ode aan de kracht van muziek en dans wordt muzikaal vormgegeven door het energieke duo Senyawa. De dansers worden opgezweept tot fysieke overgave en extatische ontlading, wat leidt tot een voelbare empathische ervaring bij het publiek.
Attractor is op 16 & 17 mei te zien in Stadsschouwburg Utrecht. Klik hier voor tickets.

In 10000 gestures (Boris Charmatz) voeren 22 performers 10.000 unieke bewegingen uit: geen enkel gebaar wordt herhaald, geen enkele beweging komt terug. De voorstelling vindt op een hypnotiserende, meditatieve en opwindende manier de danstaal opnieuw uit.
10000 gestures is op 18 & 19 mei te zien in Stadsschouwburg Utrecht. Klik hier voor tickets.

De hashtag #edgydance omvat ook het intieme duet tussen choreografe Mette Ingvartsen en drummer Will Guthrie, die in All Around hun disciplines samenbrengen. Met repetitief en minimaal bewegingsmateriaal, met ritme en snelheid, nemen ze het publiek mee op een extatische trip.
All Around is op 23, 24 & 25 mei te zien in Stadsschouwburg Utrecht. Klik hier voor tickets.

‘Contemporary queer dance musical’ One of a kind is een wervelwind aan beweging en reuring als resultaat in de losgeslagen mix van nep, echt en origineel. Bereid je voor op rollenspel en gedaanteverwisselingen, naaktheid en maskers en lichamen die spelen, dansen, zingen en playbacken.
One of a kind is op 17 & 18 mei te zien in Stadsschouwburg Utrecht. Klik hier voor tickets.

ANΩNYMO (Tzeni Argyriou) grijpt terug op een pre-digitaal tijdperk, toen dans mensen dichter tot elkaar bracht en bijdroeg aan de sociale cohesie. De dans bewoog zich door de eeuwen heen en werd onderdeel van elk menselijk ritueel. Zeven dansers nemen ons mee op een reis terug in de tijd.
ANΩNYMO is op 21 & 22 mei te zien in Stadsschouwburg Utrecht. Klik hier voor tickets.

Choreografe Shira Eviatar onderzoekt de betekenis van dans binnen etnische identiteit. In Eviatar/Said focust haar performer Evyatar Said op de Joods-Jeministische en Palestijnse danstraditie. Rising is een ontmoeting tussen twee dansers met bewegingstaal geworteld in twee verschillende culturen: de Jeministische en de Marokkaanse.
Eviatar/Said & Rising is op 18 & 19 mei te zien in Theater Kikker. Klik hier voor tickets.

Bekijk voor meer informatie de hashtags #edgydance (grensverleggende dans) en #heybodyhey (een studie naar beweging). Tot over 17 dagen!

& meer

 

Nieuwsbrief

Meld je aan voor onze nieuwsbrief