Blog over Motus Mori

 

Dansmuze voor een dag. Over het bewegingsarchief Motus Mori

Dancing is creating a sculpture that is visible only for a moment. Erol Ozan

Ik had me op wachtlijsten gezet voor de voorstelling Motus Mori nadat ik in de Volkskrant erover had gelezen. De aankondigingstekst bij SPRING had mij in eerste instantie niet voldoende enthousiast gemaakt om een kaart te kopen. Als de wiedeweerga een sneltest bij de Jaarbeurs gedaan en door naar het fraaie hof aan de Lange Nieuwegracht waar Fotodok is gevestigd en waar de voorstelling was. Maar wat ben ik blij dat ik dit heb ervaren! Je kunt naar de andere kant van we wereld reizen en nog steeds binnen je comfortzone blijven. Nu ben ik in de mij vertrouwde stad Utrecht en stap mijlenver buiten mijn comfortzone. Mijn ervaringshorizon is verbreed. Mijn begrip van wat dans en wat een voorstelling is, is weer uitgebreid. Motus Mori is de meest persoonlijke, meest intieme voorstelling die ik heb meegemaakt. Een voorstelling die over jou gaat, waar er naar jou wordt geluisterd en waar je bewegingen van jezelf terugziet in de dans.

Het handgeschreven briefje op de deur vermeldt ‘gelieve te kloppen en niet bellen’ in verband met de voorstelling. Ik doe het. Een vriendelijke SPRING-medewerker laat mij binnen: ik word al verwacht. Ook al iets bijzonders: verwacht worden bij een voorstelling. ‘Jij moet Floris zijn’. En het klopt. Ik ben het. De negatieve uitslag van de sneltest kwam op mijn telefoon binnen toen ik de drempel van Fotodok overstapte. Nipt op tijd. Ik krijg ook nog thee aangeboden. Ik voel me verwelkomd. Er is inmiddels nog een deelnemer gearriveerd. We zijn compleet voor vandaag. Er is ruimte voor vier mensen tegelijk, zo wordt uitgelegd.

De assistent van choreograaf Katja Heitmann legt uit wat er gaat komen. We worden, op kousenvoeten, de trap op geleid. Daar bevinden zich lichte ruimtes met een enfilade zonder deur zodat de ruimtes in elkaar overlopen, maar tegelijkertijd gescheiden zijn. Het is er hel wit, met enkele grijze vierkante blokken en witte lampen. Ik word naar de tweede ruimte geleid. Daar is een geheel in het zwart geklede danser, die mij zo te zien al verwacht, want op een grijs stuk zeil staat mijn naam. Ze stelt zich voor als Julia. De danser spiegelt mijn beweging, mijn manier van zitten. Het is heel vreemd wanneer iemand jouw houding exact nadoet. De danser vraagt naar hoe ik zit, hoe ik opsta, hoe ik sta, hoe ik lig in bed. Of ik bepaalde beweginkjes of gebaren heb. Ik vertel en doe het voor. De danser doet het heel secuur na.

Ze vraagt naar herinneringen van gebaren. Er gaat in mijn geheugen een luikje open waarvan ik niet wist dat het bestond: mijn geheugen naspeuren op interessante of plezierige bewegingen. Ik herinner mij opeens hoe mijn grootmoeder toen ik een jaar of vijf was en ik bij haar logeerde in haar huis in Laren en zij mij instopte in bed, met haar duim een kruisje op mijn voorhoofd maakte, zoals het askruisje in de katholieke kerk. Die gedachte aan mijn oma herinnert mij weer aan de aanraking van haar onderarm. Ze had satijn zachte onderarmen en ik streek wel eens met mijn hand langs haar arm. Ik deed de beweging met mijn ene arm op de andere arm voor. Ik vertel over mijn dagelijkse houding in mijn fauteuil bij het raam, mijn voeten omhoog, een boek in mijn handen, een pen in mijn linkerhand, koffie onder handbereik en een hond of kat, of twee honden en een kat op schoot. Over de grootste handgebaren wanneer ik oreer tijdens colleges en publiekslezingen. Over hoe ik mijn handen heb als ik op mijn zij in bed lig. Over hoe ik mijn knokkels gebruik om op te staan. Over hoe ik mijn voeten heb staan. De danser luistert, spiegelt, stelt detailvragen. Doordat ze tientallen interviews heeft gedaan heeft ze een archief aan bewegingen. Ze heeft mijn bewegingen en koppelt die aan drie anderen uit haar archief. Ze doet de bewegingen voor en ik herhaal ze. Ze vraagt waar me de beweging aan doet denken, of het een herinnering in mijzelf ophaalt. Ik merk dat mijn obeserveringsvermogen en daardoor mijn herinneringen voor wat betreft karakteristieke bewegingen van mensen, inclusief mijzelf, beperkt is. Er zijn schrijvers die hun karakters tot leven kunnen laten komen door heel specifiek hun bewegingen en houding te schetsen. Ik blijk er weinig oog voor te hebben. Toch schiet me een antwoord te binnen op de vraag of ik een specifieke beweging van mijn partner kan noemen: hoe zij met haar rechterhand haar neus aanraakt als ze nieuwe kleding aanpast.

Het uur is voorbij. Er is pauze. Beneden krijg ik een verfrissing. We bekijken een documentaire over het project Motus Mori. Katja Heitmann legt uit dat zij bewegingen wil archiveren. Ze doet dat op twee manieren. Enerzijds bouwt het archief op in het lichaam van de dansers – elke danser heeft een ander archief. Anderzijds zijn er de grijze zeiltjes met de namen van de bezoekers met daarop de aantekeningen over hun specifieke bewegingen opgeschreven door de dansers. Iedere bezoeker is weer gekoppeld aan drie andere, eerdere bezoekers. Zo ontstaat er een netwerk. De pauze is voorbij. Ik app nog even naar huis dat het wat later wordt. Ik had niet voorzien dat deze voorstelling drie uur duurt.

De andere bezoeker en ik worden weer naar dezelfde ruimte geleid. We hebben instructie om op het grijze kussen plaats te nemen. Dat doe ik. De danser is er. Ze staat in een hoek in een wandelpositie en maakt langzame passen. De dans heeft een metamorfose ondergaan. Ze heeft geen zwarte outfit meer aan. Ze heeft helemaal niks aan, alleen een grijze onderbroek. Alles is minimalistisch. Eén danser, één toeschouwer, geen decor, minimale muziek, minimale beweging, minimale kleding. Ik voel me vooral heel zichtbaar en overbodig, als een raar voorwerp in de ruimte. Waar de danser als interviewer een persoon was – Julia – was de danser nu een performer. Geen spraak. Geen oogcontact. Ik ging zitten. Ongemakkelijk. Ik zie in de danser die de poses langzaam stapje voor stapje minutieus opbouwt, mijzelf terug. Hoe ik in mijn stoel zit, hoe ik mijn handen houdt. Na een minuut of vijf ben ik aan de situatie gewend en glijdt het gevoel van ongemakkelijkheid van mij af. De langzame bewegingen en de minimale muziek creëren een meditatieve sfeer. Ik ben vertederd wanneer ik mijzelf zie zitten op de schoot van mijn oma die mij voorleest, en dan het kruisje op het voorhoofd en de streling van de onderarm. Ook de bewegingen van de eerdere bezoekers die ze mij had voorgedaan zie ik terug. Ik zie een Japanse buiging die verwijst naar mijn tijd in Japan. Het is een feest van herkenning. Dan gaat zij tegenover mij zitten aan de andere kant van de kamer. Haar houding exact gelijk aan die van mij. De assistent die de ruimte was binnengelopen maant met een hoofdknik dat het tijd is om te vertrekken. Zonder afscheid of applaus verlaat ik de ruimte en ik zie mijzelf als de ander zitten. In de zaal ernaast zit de danser in een totaal andere houding waaraan ik aflees hoe de medebezoeker had gezeten.

De aandacht voor mij, het luisteren naar mijn verhaal, mijn associaties, mijn bewegingen en houding zijn heel plezierig. De vragen geven aanleiding tot secure zelfreflectie over mijn houdingen, bewegingen en gebaren, plus de herinneringen aan bewegingen die ik mij herinner. Ik speel flarden van films uit mijn geheugen terug en ik kijk er met een nieuwe blik naar.

Ik voel me vereerd om dit mee te mogen maken. Waar je bij theater meestal een passieve toeschouwer ben, ben je in Motus Mori opeens de dansmuze: jij helpt de danser om de dans te maken. Jij geeft de bewegingen aan. De dansvoorstelling is een intieme privé-voorstelling. Iedere dansuitvoering is uniek. Je kunt je niet anoniem verschuilen in het publiek dus je bent je extra bewust van je houding en je blik tijdens de voorstelling. Dat de voorstelling deel uitmaakt van het bouwen van een archief aan bewegingen maakt het speciaal. ‘Floris, 47, Utrecht, 27 mei 2021’ – zo sta ik in het archief, plus aantekeningen over mijn particuliere bewegingen. De danser koppelde mij aan Marie (71), Zuster Bernardie (83) en Ecaterina (24). Na afloop kon ik de drie namen op de plastic zeiltjes met daarop de aantekenen opzoeken. Een feest der herkenning. Ik denk zelfs dat ik de drie dames aan hun bewegingen kan herkennen!

De voorstelling laat mij op een andere manier in mijn geheugen graven en maakt mij meer bewust van de bewegingen van mensen. Het als mens, als individu gehoord worden is een geschenk. Eventjes geen nummer of geen algemeen persoon maar er is iemand die naar jou luistert en jou serieus neemt – je bent immers de muze. De voorstelling resoneert in mijn herinnering door. Ik zit achter mijn laptop. Ik kijk opzij en zie de stoel waarin ik mijzelf haarfijn kan zien zitten.

Door Floris van den Berg

& meer

 
 

SPRING passe-partout

Bestel