SPRING in Autumn
27-31 oktober UTRECHT
 
 
 

Blog over Autoplay

 

Een danscollage van surfen op het web - Over Autoplay van Moritz Ostruschnjal

They have money for war but can’t feed the poor -Tupac Shakur

Het podium was zo leeg als aan het begin van Genesis: ‘God zei: “Er moet licht komen,” en er was licht.’ In dit geval een glanzende witte vloer en een wit scherm op de achterwand met hel wit licht. Een grote leegte met mogelijkheden voor een schepping. Die schepping bestond uit Eva en drie Adams. Gekleed– bij SPRING niet overbodig om dat er expliciet bij te vermelden. De dansers kwamen van de zijkant op zodat het leek of ze uit het publiek kwamen. Er werd lekker kek en vrolijk gedanst met een medley aan stijlen en bewegingen. De muziek was al net zo’n medley. Het stuk bestond uit een aantal acts. Waarbij de dansers afgingen en opkwamen. Er waren zowaar enkele klassieke muziek stukken te horen, ik meende Grieg en een stuk uit Mozarts Requiem. Op een van die klassieke stukken werd er een hiphop dans gedanst wat een komisch en tegelijkertijd vervreemdend effect gaf. De videoschermen toonden ook al een medley van filmfragmenten zo te zien afkomstig van sociale media. Een collectie van mensen uit de gansta culture die poseren met hun vuurwapen; fragmenten van het lege laboratory van MIT met komisch aandoende robots die aan looptesten onderworpen werden en nog veel meer.

Deze voorstelling van Moritz Ostruschnjak wordt als volgt aangekondigd: ‘Elke beweging, elk geluid en elk beeld is een ‘gevonden voorwerp’ uit het Wereld Wijde Web. Van hedendaagse choreografie tot de Harlem Shake, van de videogame Fortnite tot shampoo-commercials, van de selfiestijl op Instagram tot de wereldwijd gecommercialiseerde pose van Michelangelo’s David – alles wordt opnieuw gecombineerd, gereorganiseerd en gemixt.
Ik merk dat ik niet (meer) helemaal aansluit bij de internetcultuur – de dansbewegingen zijn gekopieerd van internet, maar ik ken het overgrote deel niet waar het naar verwijst. Voor mij zijn het lege verwijzingen. Af en toe herken ik wat. Nu ik erover nadenk weet ik niet of de videoschermen een meerwaarde hadden. Ik denk dat de voorstelling sterker zou zijn door meer uit te vlakken waar het van gekopieerd is en alleen de dans en de muziek overblijft.

Af en toe kon ik opgaan in de overweldigende ervaring van luide muziek en energieke dans. Dan voelt het als een trance. Een heerlijk gevoel. Maar even later besef ik weer dat ik mezelf ben, in een zaal zit en ben ik me daarvan bewust en kijk wat om mij heen. Aan het einde danste een van de dansers minuten lang wild zonder muziek door op zo’n heftige manier dat ik me afvroeg hoe lang hij het nog vol zou kunnen houden. De voorstelling doet ook denken aan het laat op de avond zappen op tv waarbij er soms iets voorbijflits dat je aandacht trekt, maar omdat iemand anders de afstandsbediening heeft, is er al weer iets nieuws.

Toch vrolijkten de dansers mij op. Ik voel me energiek en mijn pas is lichter en soepeler. In mijn particuliere beschouwing waar niemand wat aan heeft, maak ik onderscheid tussen voorstellingen waar ik mezelf als danser zie en voorstellingen in de categorie ‘in geen honderd jaar’. Bij Autoplay voelde ik dat ik mee zou willen doen. Dit heeft overigens niks van doen met mijn danskwaliteiten, want ik kan dat in geen 100 jaar. Wat ik naast hun fysieke fitheid en souplesse zo bewonder is hoe ze al die bewegingen zo precies weten te onthouden. En het luistert heel nauw. Het is net alsof de dansers een module hebben die ik niet heb. Maar daarom zit ik ook en sta ik niet op het podium.

Door Floris van den Berg

& meer